Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5187

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
12029617 CV EXPL 25-27823
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling premieachterstand zorgverzekering toegewezen, proceskosten gecompenseerd

In deze zaak vordert DSW Zorgverzekeraar betaling van achterstallige premies van een zorgverzekeringsovereenkomst die [onder bewind gestelde] had. De bewindvoerder erkent de schuld, maar betwist de vordering vanwege het voortijdig uitbrengen van de dagvaarding terwijl een minnelijk schuldhulpverleningstraject was gestart.

De kantonrechter stelt vast dat de hoofdsom van € 931,25, incassokosten van € 48,40 en rente tot de dag van dagvaarding van € 47,26 verschuldigd zijn. Echter, omdat DSW de dagvaarding twee weken na het informeren over het schuldhulpverleningstraject uitbracht, zonder de bewindvoerder de kans te geven de schulden te inventariseren en een minnelijk akkoord te proberen, acht de rechter de proceskosten onnodig gemaakt.

Daarom worden de proceskosten gecompenseerd en niet aan DSW toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat betaling direct kan plaatsvinden ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De bewindvoerder moet de premieachterstand, incassokosten en rente betalen, maar de proceskosten worden gecompenseerd wegens onnodig vroeg procederen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12029617 CV EXPL 25-27823
datum uitspraak: 1 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Onderlinge waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] B.V.,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onder bewind gestelde],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
die procedeert zonder gemachtigde.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 3 december 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek, met één bijlage;
  • de dupliek.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[onder bewind gestelde] had een zorgverzekeringsovereenkomst met DSW. Op grond van die zorgverzekeringsovereenkomst was hij maandelijks premie verschuldigd aan DSW. [onder bewind gestelde] heeft een achterstand laten ontstaan in de premiebetaling. Daarom eist DSW in deze procedure betaling van de achterstallige premies. Zij eist ook een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en rente.
2.2.
De bewindvoerder vindt dat de eis moet worden afgewezen, omdat DSW onredelijk heeft gehandeld door op 3 december 2025 een dagvaarding uit te brengen. De bewindvoerder heeft GGN namelijk op 12 november 2025 laten weten dat een schuldhulpverleningstraject was gestart. De schuld aan DSW werd niet betwist. Er was daarom geen noodzaak voor een vonnis en GGN had de kosten van deze procedure moeten voorkomen.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van DSW toe, maar bepaalt dat DSW de kosten die zij voor deze procedure heeft gemaakt zelf moet betalen. De kantonrechter legt deze beslissing hierna uit.
De bewindvoerder moet de hoofdsom van € 931,25 betalen
2.4.
De bewindvoerder betwist niet dat de hoofdsom moet worden betaald. In de dagvaarding staat dat de hoofdsom € 974,00 is. Uit de specificatie van DSW [1] blijkt echter dat de hoofdsom € 931,25 is, omdat [onder bewind gestelde] op de eerste factuur van 1 juni 2022 € 42,75 heeft betaald. Aan hoofdsom wordt daarom € 931,25 toegewezen.
De bewindvoerder moet incassokosten van € 48,40 betalen
2.5.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 48,40 toegewezen. Dit is het bedrag dat staat in de brief van 20 december 2022 waarmee [onder bewind gestelde] de kans heeft gekregen om alsnog zonder extra kosten te betalen. Er bestaat geen recht op een hogere vergoeding. DSW heeft daar namelijk pas recht op als ook voor de nieuwe schuld een brief is gestuurd waarin [onder bewind gestelde] of de bewindvoerder de kans heeft gekregen om die binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW Pro). De kantonrechter vindt de brief van 27 maart 2023 onduidelijk, omdat daarin de totale schuld staat vermeld. Dit werkt verwarrend. De kantonrechter vindt dat niet voldoende duidelijk uit die brief blijkt welk bedrag precies betaald moet worden om te voorkomen dat extra incassokosten verschuldigd worden.
De bewindvoerder moet rente betalen
2.6.
De rente over de hoofdsom wordt toegewezen, omdat DSW genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en de bewindvoerder dat niet heeft betwist. Tot de dag van de dagvaarding gaat het om een bedrag van € 47,26.
De bewindvoerder hoeft de proceskosten van DSW niet te betalen
2.7.
DSW krijgt grotendeels gelijk maar toch wordt de bewindvoerder niet veroordeeld om de door DSW gemaakte proceskosten te vergoeden. De kantonrechter vindt namelijk dat DSW de kosten van deze procedure onnodig heeft gemaakt. De bewindvoerder heeft op 12 november 2025 aan GGN (de gemachtigde van DSW) een brief gestuurd, waarin staat dat zij zo snel mogelijk een schuldhulpverleningstraject wil doorlopen om de problematische schulden van [onder bewind gestelde] op te lossen. Daarin staat verder dat het minnelijk traject per die datum aanvangt met de inventarisatie van de schulden. De bewindvoerder vraagt GGN in de brief om de vorderingen die bij haar in behandeling zijn door te geven aan de bewindvoerder. GGN heeft vervolgens in een brief van 20 november 2025 de schuld van DSW waar het in deze zaak over gaat doorgegeven. Die schuld is door de bewindvoerder niet betwist. Van DSW had vervolgens verwacht mogen worden dat zij de bewindvoerder de gelegenheid had gegeven om ook de overige schulden te inventariseren en alle schuldeisers (waaronder DSW) een aanbod voor een minnelijk akkoord te doen. Dit heeft DSW niet gedaan. Ze heeft na twee weken (op 3 december 2025) een dagvaarding uitgebracht. Dit is in de gegeven omstandigheden onbegrijpelijk. De schuld werd immers niet betwist en de bewindvoerder had redelijkerwijs in die periode nog geen aanbod kunnen doen. Een dagvaarding diende op dat moment geen enkel redelijk doel. De kantonrechter zal daarom de proceskosten compenseren.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat DSW dat eist en de bewindvoerder daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de bewindvoerder in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onder bewind gestelde] om aan DSW te betalen € 1.026,91 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 931,25 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
compenseert de proceskosten;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
757

Voetnoten

1.Productie 1 bij de dagvaarding