ECLI:NL:RBROT:2026:5197
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen oplegging en verlenging huisverbod
Verzoeker werd op 24 maart 2026 een huisverbod opgelegd door de burgemeester van Capelle aan den IJssel vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van medebewoners, waaronder minderjarige kinderen. Dit huisverbod werd op 2 april 2026 verlengd tot 21 april 2026. Verzoeker stelde dat het gevaar niet bestond en dat er geen zorgvuldige belangenafweging was gemaakt.
Tijdens de zitting op 15 april 2026 werd vastgesteld dat het gevaar ten tijde van het opleggen van het huisverbod wel degelijk aanwezig was, mede door vernielingen in de woning en de aanwezigheid van jonge kinderen. Verzoeker had bovendien het huisverbod overtreden door in de nacht van 7 op 8 april 2026 bij de woning te verschijnen.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester alle relevante omstandigheden had betrokken bij het besluit en dat het gevaar nog steeds aanwezig was vanwege het ontbreken van afspraken met de hulpverlening en het moeizame contact met verzoeker. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling werden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggings- en verlengingsbesluit van het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling worden afgewezen.