Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 11 december 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 21 februari 2025;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 26 maart 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 6 januari 2026.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 1] .
2.De vaststaande feiten
- bepaald dat de man met ingang van de datum van die beschikking bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;
- bepaald dat de minderjarigen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- bepaald ten aanzien van de tussen partijen onderling getroffen zorgregeling dat de man de minderjarigen op zondag om 13.00 uur ophaalt bij de vrouw en dat de vrouw de minderjarigen om 16.00 uur (de eerste twee keer om 15.00 uur) ophaalt bij de man;
- bepaald dat de behandeling van de zaak in de echtscheidingsprocedure bekend onder nummer C/10/690924 / FA RK 24-9232 wordt aangehouden met verzoek aan de advocaten van partijen schriftelijk aan de rechtbank te berichten over de resultaten van de mediation.
nietaanwezig wanneer de minderjarigen bij de vrouw worden opgehaald (ook niet in de nabije omgeving);
nietbij de deur aanwezig wanneer de vrouw op zondagmiddag de minderjarigen bij de man ophaalt. De overdracht vindt dan plaats door [naam 2] en wanneer [naam 2] niet zou kunnen door [naam 3] of [naam 4] ;
3.De beoordeling
4.De beslissing
- de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen zal bij de vrouw zijn;
- de zorgregeling zal inhouden dat de minderjarigen de komende zes maanden bij de man zijn als volgt: