ECLI:NL:RBROT:2026:5283
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van erkenning wegens niet-biologische vaderschap ondanks termijnoverschrijding
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vernietiging van haar erkenning door belanghebbende, omdat hij niet haar biologische vader is. De biologische vader van verzoekster is overleden toen zij bijna vijf jaar oud was, waarna belanghebbende haar op achtjarige leeftijd heeft erkend.
Hoewel de wettelijke termijn voor het indienen van een verzoek tot vernietiging van de erkenning is verstreken, oordeelt de rechtbank dat het belang van verzoekster om de juridische afstammingsrelatie die niet overeenkomt met de biologische werkelijkheid ongedaan te maken zwaarder weegt dan de belangen van andere betrokkenen en de rechtszekerheid.
Belanghebbende en informant stemmen in met het verzoek. De rechtbank concludeert dat er geen andere toetsingsgronden zijn dan het niet-biologische vaderschap en wijst het verzoek toe. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.
De rechtbank draagt de griffier op om de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te zenden en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de erkenning van verzoekster door belanghebbende ondanks termijnoverschrijding.