De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds maart 2025 loopt en verlengd was tot 2 april 2026.
Tijdens de zitting op 25 maart 2026 bleek dat de ondertoezichtstelling feitelijk niet werd uitgevoerd vanwege ziekte van de vaste jeugdbeschermer en het ontbreken van casusregie. De moeder verzorgt de hulpverlening met haar eigen begeleider en ervaart weinig steun van de GI. De dagbesteding van de minderjarige was afgerond, en een nieuwe dagbesteding bij Horses & Co was niet gestart zoals gepland.
De kinderrechter oordeelt dat een volledige verlenging niet noodzakelijk is, maar een korte verlenging van drie maanden wel gewenst is om de hulpverlening over te dragen aan het vrijwillige kader en een passende dagbesteding te realiseren. De overige drie maanden van het gevraagde halfjaar worden afgewezen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de moeder en GI worden verplicht intensief te zoeken naar een dagbesteding en een borgingsplan op te stellen.