Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 3 april 2026;
- de pleitnota van Lukoil NL;
- de pleitnota van Cargill.
2.De feiten
- de HBE Overeenkomst 1 van 4 april 2025 voor 350.000 HBE’s van verschillende types;
- de HBE Overeenkomst 2 van 30 juli 2025 voor 200.000 HBE’s type A;
- de HBE Overeenkomst 3 van 26 september 2025 voor 350.000 HBE’s type G.
- GENERAL LICENCE – Russian Oil Majors Wind Down, die gold voor de periode van 15 oktober t/m 28 november 2025;
- GENERAL LICENCE – Continuation of Business of Lukoil International Entities, die aanvankelijk gold van 27 november 2025 tot 26 februari 2026 en daarna is verlengd tot 25 augustus 2026.
- GENERAL LICENCE – Authorizing Certain Transactions Involving Lukoil Retail Service Stations Located Outside of Russia, die is ingegaan op 22 oktober 2025 (Licence no. 128), op 14 november 2025 is verlengd (Licence no. 128A) en op 4 december 2025 is verlengd t/m 29 april 2026 (Licence no. 128B);
- GENERAL LICENCE – Authorizing Certain Transactions for the Negotiation of and Entry Into Contingent Contracts for the Sale of Lukoil International GmbH and Related Maintenance Activities, die is ingegaan op 14 november 2025 (Licence no. 131) en daarna meerdere malen is verlengd, voor het laatst op 30 maart 2026 t/m 1 mei 2026 (Licence no. 131D).
3.Het geschil
4.De beoordeling
funds, goods, or services” aan, van of ten behoeve van gesanctioneerde personen.
all transactions prohibited by Executive Order (E.O.) 14024 (…) involving Lukoil International GmbH (LIG) or any entity in which LIG owns, directly or indirectly, (…) that are ordinarily incident and necessary to the purchase of goods and services from, or the maintenance, operation, or wind down of, physical retail service stations located outside of the Russian Federation, are authorized”.
all transactions prohibited
may continue business operations”. Daarna volgen enkele niet-limitatief bedoelde voorbeelden. Dat lijkt met zich te brengen dat de vrijstelling ook ziet op de levering van HBE’s in het kader van de voortzetting van de ‘business operations’. In dit geval roept echter het gegeven voorbeeld onder artikel 4.1.3. vragen op. Uit de bewoording van dat artikel volgt dat de vrijstelling mede ziet op het verstrekken en ontvangen van ‘economic resources’ van Lukoil NL, waarbij dus Lukoil NL de verstrekkende partij is. Dat roept de vraag op waarom dit zo is geformuleerd en of dat betekent dat het verstrekken van ‘economic resources’ (zoals HBE’s)
aanLukoil NL daarmee is uitgesloten. Daarbij speelt een rol dat in de artikelen 4.1.1. en 4.1.2., waar het gaat om betalingen, wel expliciet ‘to or from’ staat. In dit kort geding kan geen antwoord worden gegeven op die vraag.
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)