Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
[minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017,
Rechtbank Rotterdam
Deze zaak betreft een deelgeschil over de overlijdensschade van twee minderjarige kinderen die na het overlijden van hun ouders bij hun grootouders in het buitenland wonen. De centrale vraag was of het gederfde levensonderhoud in natura moest worden begroot op basis van Nederlandse of buitenlandse professionele hulpkosten.
De rechtbank oordeelde dat zolang de kinderen in het buitenland wonen, de schade moet worden begroot op de daadwerkelijke en bespaarde kosten van professionele hulp in dat land. Een abstractie naar Nederlandse tarieven is niet gerechtvaardigd. Tevens werd bepaald dat buitengerechtelijke kosten van de raadsman en de notaris deels vergoed moeten worden en dat de verzekeraar bevrijdend kan betalen via de derdengeldenrekening van het notariskantoor.
De rechtbank matigde de kosten van het deelgeschil en wees verzoeken van de kinderen deels toe en deels af. De uitspraak draagt bij aan een concrete en redelijke schadebegroting die rekening houdt met de feitelijke omstandigheden van de kinderen in het buitenland.
Uitkomst: De rechtbank wijst toe dat het gederfde levensonderhoud in natura wordt begroot op basis van kosten professionele hulp in het buitenland en veroordeelt de verzekeraar tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en betaling via de derdengeldenrekening.