De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die al langere tijd stagneert in zijn ontwikkeling en nauwelijks naar school gaat. De minderjarige verblijft sinds september 2023 vrijwillig bij zijn zus, waar hij zich veilig voelt.
Tijdens de zitting, die plaatsvond met gesloten deuren, waren de moeder en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig. De moeder stemde in met het verzoek en gaf aan dat de minderjarige angst heeft om haar te verliezen door haar ziekte, wat zijn schoolverzuim mede verklaart. De gecertificeerde instelling ondersteunt het verzoek en benadrukt de noodzaak van samenwerking en het vergroten van het vertrouwen van de minderjarige.
De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken. Daarom is ondertoezichtstelling noodzakelijk voor de duur van een jaar. Tevens wordt de machtiging tot uithuisplaatsing bij de zus verleend om de huidige opvoedsituatie te formaliseren en continuïteit te waarborgen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.