Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5332

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717147 / JE RK 26-585
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens stagnatie ontwikkeling en schoolverzuim

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die al langere tijd stagneert in zijn ontwikkeling en nauwelijks naar school gaat. De minderjarige verblijft sinds september 2023 vrijwillig bij zijn zus, waar hij zich veilig voelt.

Tijdens de zitting, die plaatsvond met gesloten deuren, waren de moeder en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig. De moeder stemde in met het verzoek en gaf aan dat de minderjarige angst heeft om haar te verliezen door haar ziekte, wat zijn schoolverzuim mede verklaart. De gecertificeerde instelling ondersteunt het verzoek en benadrukt de noodzaak van samenwerking en het vergroten van het vertrouwen van de minderjarige.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken. Daarom is ondertoezichtstelling noodzakelijk voor de duur van een jaar. Tevens wordt de machtiging tot uithuisplaatsing bij de zus verleend om de huidige opvoedsituatie te formaliseren en continuïteit te waarborgen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verleent machtiging tot uithuisplaatsing bij zijn zus voor de duur van een jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/717147 / JE RK 26-585
Datum uitspraak: 21 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.M.J. Bos, kantoorhoudende in Dordrecht,
[naam zus] ,
hierna te noemen: de zus, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden Zuid-Holland, gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlage van 26 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De zus is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de zus wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op vrijwillige basis bij zijn zus.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij zijn zus te verlenen voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Er zijn zorgen over de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] . De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] staat stil. [voornaam minderjarige] gaat nauwelijks naar school en heeft ook geen dagbesteding. Zijn motivatie daarvoor ontbreekt. Daardoor doet hij overdag weinig en slaapt hij slecht. [voornaam minderjarige] is in het verleden gepest. Dat is mogelijk een reden dat hij niet naar school wil. Ook is er sprake van kindeigenproblematiek. [voornaam minderjarige] zit in een patroon van angst waarin hij nieuwe omgevingen en situaties het liefst uit de weg gaat. [voornaam minderjarige] verblijft sinds september 2023 bij zijn zus en voelt zich daar veilig. De insteek blijft dat [voornaam minderjarige] de komende tijd bij zijn zus blijft wonen. Het is een aandachtspunt voor de GI om te kijken naar de belasting van de zus, aangezien zij twee jonge kinderen heeft. Het is wenselijk dat de zus ondersteuning krijgt.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De GI ziet een welwillende moeder. Het vertrouwen in de jeugdbescherming is nog wankel, maar de moeder is wel bereid om samen te werken. Het doel is om de komende tijd het vertrouwen van [voornaam minderjarige] te vergroten en toe te werken naar school of werk.

5.Het standpunt van de moeder

5.1.
De moeder stemt in met het verzoek van de Raad. [voornaam minderjarige] heeft een sterke angst om zijn moeder te verliezen door haar ziekte. [voornaam minderjarige] wil tijd met haar doorbrengen en wil daarom niet naar school. De moeder heeft niet altijd de energie om [voornaam minderjarige] naar school te krijgen. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] in beweging komt. Dit wordt al langere tijd geprobeerd. Het is van belang dat de moeder wordt betrokken bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Zij heeft in het verleden een slechte ervaring met jeugdbescherming meegemaakt. De moeder kent [voornaam minderjarige] het beste en is van goede wil en daarom moet er samenwerking komen. De moeder wil het een kans geven en staat open voor hulp. Ook is het belangrijk om naar [voornaam minderjarige] te luisteren en niet steeds nieuwe dingen te proberen, maar duidelijke stappen te zetten. Ondersteuning bij de zus is welkom.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [voornaam minderjarige] stagneert al geruime tijd in zijn ontwikkeling. Hij gaat bijna niet naar school en heeft geen dagbesteding. Deze stagnatie lijkt voort te komen uit negatieve ervaringen uit het verleden. Daar komt bij dat de moeder onlangs (ernstig) ziek is geworden, waardoor [voornaam minderjarige] zich nog meer terugtrekt van school. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de problematiek het vrijwillige kader overstijgt. Er is al veel hulpverlening ingezet, maar dit heeft niet geleid tot vooruitgang. De moeder en de zus werken mee, maar het lukt hun niet zelfstandig om [voornaam minderjarige] voldoende in zijn ontwikkeling te ondersteunen. Voor de komende periode is het van belang dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk weer naar school gaat om verdere stagnatie in zijn ontwikkeling te voorkomen en dat hij passende hulpverlening krijgt.
6.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
6.4.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] [voornaam minderjarige] verblijft al bijna drie jaar op vrijwillige basis bij zijn zus, waar hij zich veilig voelt. Alle betrokkenen vinden dat dit verblijf moet worden voortgezet. De kinderrechter is het daarmee eens. De situatie van [voornaam minderjarige] moet worden verbeterd. Het is van belang dat hij daaraan kan werken vanuit een voor hem vertrouwde omgeving. Het wettelijke uitgangspunt is dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is wanneer er een ondertoezichtstelling loopt en de minderjarige elders verblijft. Naar het oordeel van de kinderrechter is een machtiging tot uithuisplaatsing (ook) noodzakelijk om de huidige opvoedsituatie te formaliseren.
6.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 21 april 2026 tot 21 april 2027;
7.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij zijn zus, [naam zus] , met ingang van 21 april 2026 tot 21 april 2027;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 30 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.