Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5347

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/10/714842/ JE RK 26-284
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling ondanks ernstige bedreiging ontwikkeling minderjarige

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd vanwege betrokkenheid bij strafbare feiten. De minderjarige is onder toezicht gesteld tot maart 2026 en draagt een enkelband, met toezicht vanuit de jeugdreclassering.

De moeder en de minderjarige accepteren de noodzakelijke zorg, waarbij de jeugdreclassering toezicht houdt en de minderjarige zich redelijk aan de voorwaarden houdt. De betrokkenheid van hulpverlening zoals Culture Care is gestopt, maar de moeder kan contact opnemen met het wijkteam indien nodig.

De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zijn, omdat de zorg voldoende wordt geaccepteerd en de jeugdreclassering adequaat toezicht houdt. Het verzoek tot verlenging wordt daarom afgewezen.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de noodzakelijke zorg voldoende wordt geaccepteerd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714842 / JE RK 26-284
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. L.A. Middelkoop, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
Er is bijzondere toegang tot de zitting verleend aan de broer van [voornaam minderjarige] .
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.5.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Marokkaans Arabische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van F. El Haji, tolk in de Marokkaans Arabische taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [voornaam minderjarige] bij beschikking van 19 maart 2025 onder toezicht gesteld tot 19 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De GI maakt zich nog altijd zorgen over [voornaam minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder. De moeder heeft geen grip op [voornaam minderjarige] en hij glijdt steeds meer af in het criminele circuit. De afgelopen periode is Culturazorg betrokken geweest bij de moeder. Culturazorg was gericht op praktische zaken voor de moeder en bood opvoedondersteuning. Deze hulpverlening is echter gestopt en er is nu geen hulpverlening meer betrokken. Er is een vaste jeugdbeschermer betrokken. In december 2025 is het laatste contact geweest tussen de jeugdbeschermer en het gezin. In februari 2026 is de jeugdbeschermer langs geweest bij [voornaam minderjarige] op school. De komende periode wil de GI Massivecare of Driehulpzorg inzetten. Daarna kan er worden toegewerkt naar het vrijwillig kader.

4.De standpunten

Door en namens de moeder is ter zitting verweer gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder verzoekt primair om het verzoek af te wijzen en subsidiair om het verzoek voor een deel toe te wijzen, namelijk voor de duur van zes maanden. De moeder ziet in dat er sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] wordt verdacht van verschillende strafbare feiten, waardoor jeugdreclassering betrokken is geraakt. [voornaam minderjarige] is uit zijn voorarrest geschorst en heeft bijzondere voorwaarden opgelegd gekregen. Zo heeft hij een enkelband, een jongerencoach, gaat hij naar dagbesteding en school en is er toezicht op [voornaam minderjarige] . Nu de jeugdreclassering er in het strafrechtelijk kader toeziet op [voornaam minderjarige] , is een ondertoezichtstelling niet langer nodig.
Er is weinig contact met de jeugdbeschermer en de ondertoezichtstelling voegt momenteel weinig toe. Culture Care is gestopt en verder is er geen hulpverlening betrokken. Culture Care was er voor de moeder voor praktische zaken. Er was geen opvoedondersteuning betrokken. De moeder staat open voor de hulpverlening en kan zelf contact opnemen met het Wijkteam.

5.De broer

De broer heeft ter zitting het volgende meegedeeld. De broer is nauw betrokken bij [voornaam minderjarige] . Daarnaast is de jeugdreclassering betrokken. [voornaam minderjarige] gaat naar het Schreuder College en op school hebben zij maatschappelijk werkers. [voornaam minderjarige] kan waarschijnlijk worden begeleid door een van deze begeleiders. Er is inmiddels veel hulp betrokken vanuit de jeugdreclassering, waardoor een ondertoezichtstelling geen toegevoegde waarde heeft.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in art. 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek niet langer aanwezig zijn. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
Op grond van voornoemd artikel kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een GI indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd.
6.3.
Alle betrokkenen zijn het erover eens dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Hij is verdachte in meerdere strafzaken, heeft in voorarrest gezeten, draagt een enkelband en moet zich binnenkort verantwoorden bij de jeugdstrafrechter voor de verdenkingen. Alhoewel de moeder laat weten dat het nu beter gaat, lijkt zij onvoldoende grip op [voornaam minderjarige] te hebben. Bij de moeder was Culture Care betrokken, maar dat is inmiddels gestopt. Volgens de moeder boden zij geen opvoedondersteuning, maar enkel hulp bij praktische zaken.
6.4.
[voornaam minderjarige] heeft in het kader van zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis nauw contact met de jeugdreclassering. Hij lijkt zich over het algemeen redelijk goed aan de bijzondere voorwaarden te houden. Hij heeft geregeld contact met zijn jongerencoach. Daarnaast gaat hij drie dagen in de week naar Chapter Next en twee dagen in de week naar school. [voornaam minderjarige] houdt zich verder bezig met sport en houdt zich aan de elektrische monitoring.
6.5.
Alles overziend, is de kinderrechter van oordeel dat de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging in de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is door [voornaam minderjarige] en de moeder voldoende wordt geaccepteerd. [voornaam minderjarige] is stevig ingebed in de voorwaarden waaraan hij zich binnen de schorsing van zijn voorarrest moet houden. De jeugdreclassering houdt hier toezicht op. De jeugdbeschermer heeft blijkbaar sinds december 2025 geen contact meer met de moeder gehad. Er lijkt voor haar enkel praktische en geen opvoedondersteuning te zijn ingezet, en deze praktische ondersteuning is ook al weer enige tijd geleden gestopt. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij de weg naar het wijkteam weet te vinden, als dat nodig mocht zijn. Op grond van dit alles zal de kinderrechter het verzoek van de GI afwijzen.

7.De beslissing

De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 31 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.