ECLI:NL:RBROT:2026:5380
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige omgangsregeling en afwijzing wijzigingsverzoeken in executiegeschil ouderschapsbemiddeling
Partijen zijn ex-partners en ouders van een tweejarige dochter met een geschil over omgang. Het hof Den Haag stelde een voorlopige omgangsregeling vast met dwangsom wegens niet-nakoming door de moeder. De moeder verzocht in kort geding om schorsing van de tenuitvoerlegging, wijziging van de regeling en matiging van de dwangsom, terwijl de vader verhoging van de dwangsom vorderde.
De rechtbank constateert dat de moeder zich tegen de omgang blijft verzetten, ondanks veiligheidsafspraken van Veilig Thuis en begeleide omgang via Enver. De moeder stopte de begeleide omgang en beschuldigde de vader onterecht van seksueel misbruik. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden die de voorlopige regeling rechtvaardigen.
De rechtbank wijst de vorderingen van de moeder af en bevestigt dat de omgangsregeling moet worden nageleefd, waarbij de vader de dochter elke zaterdag van 09:00 tot 15:00 uur ziet. De dwangsom wordt niet gematigd, noch verhoogd. De uitwisseling van identiteitsbewijzen blijft gehandhaafd. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorlopige omgangsregeling wordt bevestigd en de vorderingen tot wijziging, schorsing en matiging van de dwangsom worden afgewezen.