Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5399

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
10-630203-08
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens persoonlijkheidsstoornis en recidiverisico

De rechtbank Rotterdam behandelde op 20 februari 2026 het verzoek tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een ter beschikking gestelde die sinds 2013 onder dwangverpleging staat wegens meervoudige verkrachting en poging daartoe. De instelling adviseerde verlenging met twee jaar vanwege een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken, zwakbegaafdheid en gedragsproblemen die het resocialisatietraject bemoeilijken.

De deskundige lichtte toe dat onbegeleid verlof momenteel niet verantwoord is vanwege impulsief en onstuimig gedrag en een te groot risico op recidive. De ter beschikking gestelde staat aan het begin van een langdurig resocialisatietraject met een aangescherpt risicomanagement. De officier van justitie steunde de verlenging, terwijl de ter beschikking gestelde en zijn raadsman primair aanhouding van de beslissing en subsidiair een kortere verlenging van één jaar vorderden.

De rechtbank oordeelde dat de stoornis en het recidiverisico nog onvoldoende zijn gereduceerd om voorwaardelijke beëindiging verantwoord te achten. Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen en de verlenging met twee jaar werd toegewezen. De totale duur van de TBS-maatregel overschrijdt daarmee vier jaar, wat geoorloofd is gezien de aard van het misdrijf en het gevaar voor de samenleving.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar wegens onvoldoende vermindering van het recidiverisico en gedragsproblemen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-630203-08
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
(formeel) verblijvende in [naam instelling] te ( [postcode] ) [plaats] (de instelling),
raadsman mr. R.A. Schenk, advocaat te Harderwijk.

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2010 is de terbeschikkingstelling
van [veroordeelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege
(dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van verkrachting, meermalen gepleegd, en
poging tot verkrachting. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op
12 februari 2013.
Bij beslissing van deze rechtbank van 20 februari 2025 is de terbeschikkingstelling laatstelijk met een jaar verlengd.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 30 december 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 20 februari 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. L. de Jong, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsman, en als deskundige [persoon A] , als gz-psycholoog/hoofdbehandelaar werkzaam bij de instelling, zijn gehoord. De ter beschikking gestelde is gehoord door middel van een video-verbinding.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport van 12 december 2025 de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en
borderline trekken en zwakbegaafdheid.
Duidelijk was dat de ter beschikking gestelde veel moeite had met de terugplaatsing en de overplaatsing naar [naam instelling] , omdat hij al veel vrijheden had opgebouwd en nu voor zijn gevoel weer terug bij af was. Die onvrede uit zich in zijn gedrag. Bij onduidelijkheid of ervaren achter gesteldheid kan de ter beschikking gestelde fors reageren.
De ter beschikking gestelde heeft meegewerkt aan de afname van de incidentanalyse en de seksuele anamnese. Uit de analyses volgt dat er bij de ter beschikking gestelde geen sprake is van hyperseksualiteit of parafilie. Wel lijkt er bij het incident dat plaatsvond binnen zijn transmurale fase sprake van te weinig openheid, een foute inschatting van de aangegeven grenzen en het niet opzoeken van de begeleiding wanneer er voor hem onduidelijkheid bestaat. Op dit moment lijkt een vorm van therapie hierop niet passend, maar toezicht en controle zullen langdurig onderdeel moeten uitmaken van het
risicomanagement, wat het meest passend is in een tbs-kader. Te snelle afschaling zou kunnen leiden tot overschatting, spanningen, wantrouwen en mogelijk risicovol gedrag. Om dit te voorkomen is passende afschaling van de beveiliging en begeleiding nodig, waarvoor in de komende periode nog verblijf in een FPC nodig is. Pas bij een langdurend succesvol verblijf binnen bijvoorbeeld RIBW De Schakel en een gelijkblijvend gedragsbeeld zou afbouw van het tbs-kader overwogen kunnen worden. Het recidiverisico wordt in geval van beëindiging van de terbeschikkingstelling ingeschat als hoog en bij voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling als matig tot hoog.
De kliniek gaat een verlofaanvraag doen voor een onbegeleid verlofkader. Binnen de muren van de kliniek lijkt het behandelplafond bereikt en daarom moet de ter beschikking gestelde stappen gaan zetten in de maatschappij met een aangescherpt risicomanagement. Dit tevens om te toetsen of het aangescherpte risicomanagement en de door de ter beschikking gestelde gemaakte ontwikkelingen afgelopen periode ook toenemend extramuraal vastgehouden kunnen worden. Qua prognose wordt vastgehouden aan het eerder gestelde uitstroomdoel naar RIBW de Schakel, welke onder FPC De Rooyse Wissel valt. Dit zal middels overplaatsing naar de pre-resocialisatieafdeling plaatsvinden, waarvoor de ter beschikking gestelde eventueel in aanmerking komt bij toekenning van een onbegeleid verlofkader.
Mocht het traject niet positief verlopen en als de ter beschikking gestelde opnieuw gedurende zijn resocialisatietraject teruggeplaatst dient te moeten worden binnen de kliniek, dan zal, gezien de lange behandelduur, het bereikte behandelplafond en de eerdere misgelopen resocialisatiepogingen, een traject richting de LFPZ overwogen moeten worden.
Op de terechtzitting gegeven advies
De deskundige heeft het advies van de instelling op de terechtzitting toegelicht. Hij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat het verzoek tot onbegeleid verlof in eerste instantie volledig is afgekeurd. Dit heeft vooral te maken met de houding en het gedrag van de ter beschikking gestelde. Hij wordt snel boos en uit dit verbaal, is onstuimig en impulsief in uitspraken wat op een resocialisatiemoeilijk te handhaven gedrag is. Daarnaast weegt mee wat er in de Van Mesdag kliniek is gebeurd en is men bang dat zij de seksualiteit van de ter beschikking gestelde niet goed kunnen lezen. Dat, in combinatie met zijn houding en gedrag, vormt een te groot risico. Momenteel loopt er alleen werkverlof en er zal binnenkort worden bekeken of boodschappenverlof kan worden opgestart. Er wordt nu vooral ingezet op gedragsverandering.
Het zal nog even duren tot het verzoek tot onbegeleid verlof wordt goedgekeurd en dit is mede afhankelijk van het gedrag van de ter beschikking gestelde. Pas daarna kan weer verder gekeken worden naar het eerdere uitstroomplan.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben primair verzocht de zaak aan te houden en Reclassering Nederland een rapport uit te laten brengen gericht op voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging en subsidiair verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar bepleit.

5.Beoordeling

Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is mogelijk indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen in die mate is teruggebracht dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen. De rechtbank is van oordeel dat voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege op dit moment dusdanig prematuur is dat het daartoe strekkende (aanhoudings)verzoek moet worden afgewezen. Immers blijkt dat de ter beschikking gestelde nog moet werken aan zijn gedrag en houding en er vervolgens een uitstroomplan klaarligt met het oog op resocialisatie. Uit het advies van de deskundige blijkt dat dit een geleidelijk en langdurig traject zal worden, waarvan het verloop mede afhankelijk is van de houding van de ter beschikking gestelde. Om met het traject te kunnen starten, dient eerst de volgende verlofaanvraag goedgekeurd te worden. De ter beschikking gestelde staat dus nog aan de start van dit resocialisatieplan en een voorwaardelijke beëindiging is dan ook nog niet in zicht.
Gelet op de huidige stand van de terbeschikkingstelling en het ingeschatte recidive-risico
wordt op dit moment geen aanleiding gezien de beslissing aan te houden om een
voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te laten onderzoeken. Om dezelfde redenen valt een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging ook niet binnen een jaar te verwachten, zodat het verzoek om de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot één jaar wordt afgewezen. De rechtbank zal de termijn van de terbeschikkingstelling daarom verlengen met twee jaar.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven.
Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor een of meer personen.

6.Beslissing

De rechtbank:
wijst afhet verzoek tot aanhouding;
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. L.J.M. Janssen en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.