Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5464

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
10-012432-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting ISD-maatregel na tussentijdse toetsing wegens klinische behandeling

De rechtbank Rotterdam heeft op 9 april 2026 een tussentijdse toets uitgevoerd op verzoek van de veroordeelde omtrent de voortzetting van de ISD-maatregel die op 17 april 2025 voor twee jaar was opgelegd.

Tijdens de zitting werden de officier van justitie, de raadsman van de veroordeelde en een deskundige casemanager gehoord. Uit het rapport van de casemanager en de toelichting bleek dat de veroordeelde gemotiveerd is voor een klinische behandeling bij Fivoor, waarvoor hij sneller dan verwacht een plek heeft gekregen.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk blijft omdat beëindiging zou leiden tot het afbreken van de behandeling en het risico op onveiligheid en overlast bij terugkeer in de maatschappij. Er is geen reden om de maatregel te beëindigen, zodat de tenuitvoerlegging wordt voortgezet.

Uitkomst: De rechtbank besluit tot voortzetting van de ISD-maatregel vanwege noodzaak voor klinische behandeling en maatschappelijke veiligheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10-012432-25
Datum uitspraak: 9 april 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
gedetineerd in de [detentieadres],
raadsvrouw mr. E.A. Blok.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 17 april 2025 is aan de veroordeelde opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.

2.Procesverloop

Op 3 maart 2026 heeft de griffie van de rechtbank een verzoek als bedoeld in artikel 6:6:14, eerste lid, Sv ontvangen. Het verzoek is namens de veroordeelde gedaan en strekt tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.
De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van 9 april 2026. De officier van justitie mr. H.H. Balk en mr. B. E.M. van Andel, de waarnemer van de raadsvrouw van de veroordeelde, zijn gehoord. Ook is als deskundige gehoord [naam], als casemanager ISD verbonden aan de inrichting waar de veroordeelde verblijft.

3.Standpunten van partijen

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
De raadsvrouw heeft zich niet verzet tegen de voortzetting van de ISD-maatregel. Zij heeft op de zitting toegelicht dat zij pas gisteren heeft gehoord dat de veroordeelde een plek heeft voor een klinische behandeling bij Fivoor. Hij wordt op zeer korte termijn opgehaald om naar de kliniek te gaan.
Op 25 maart 2026 heeft de casemanager een rapport ten behoeve van de toetsing van de ISD-maatregel opgemaakt. Daaruit blijkt – kort samengevat – dat het goed gaat met de veroordeelde. Het contact met zijn psycholoog en casemanager verloopt goed en de veroordeelde is akkoord gegaan met zijn trajectplan. Hij is gemotiveerd om klinisch behandeld te worden en wil aansluitend in aanmerking komen voor een passende woonvorm.
Ter zitting heeft de deskundige aangevuld dat de veroordeelde op een wachtlijst stond bij Fivoor, maar sneller dan verwacht een plek heeft gekregen in een kliniek met een laag beveiligingsniveau. Na deze behandeling wordt gekeken welke woonvorm hij nodig heeft.

4.Beoordeling

De rechtbank moet beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. Daarbij moet de rechtbank:
vaststellen of beëindiging van de maatregel naar verwachting zal leiden tot onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein, en zo ja:
beoordelen of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt.
De rechtbank is op grond van het rapport van de casemanager en hetgeen op de zitting is besproken van oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nog steeds noodzakelijk is. De veroordeelde wordt opgenomen voor een klinische behandeling bij Fivoor. Als de maatregel voortijdig wordt beëindigd zal deze behandeling, en aansluitend het vinden van een passende woonvorm, ook beëindigd moeten worden. In dat geval zal de veroordeelde onbehandeld terugkeren in de maatschappij en dit zal naar verwachting leiden tot onveiligheid en overlast. Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is daarom nog altijd vereist. Er is geen grond om tot beëindiging van de maatregel over te gaan.

5.Beslissing

De rechtbank:
beslist dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. E. IJspeerd, voorzitter,
en mrs. T.M. Riemens en E.H.N. van Hees, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.