ECLI:NL:RBROT:2026:5495

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717152 / JE RK 26-587
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzoekt de rechtbank Rotterdam om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen. De minderjarige, geboren in 2010, woont bij haar moeder en is sinds 1 mei 2025 onder toezicht gesteld. De GI licht toe dat de minderjarige momenteel niet naar school gaat en geen dagbesteding heeft, hoewel zij gemotiveerd is. Er is een coach van E25 betrokken en een diagnostisch onderzoek bij Youz gestart.

De ouders steunen het verzoek en benadrukken de positieve ontwikkelingen, zoals de motivatie van de minderjarige en de goede relatie met de hulpverleners. De kinderrechter heeft de minderjarige gehoord en concludeert dat ondanks verbeterde communicatie tussen ouders, er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door structureel schoolverzuim en onderliggende problematiek.

De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk om de continuïteit van de hulpverlening te waarborgen en de minderjarige te ondersteunen bij het vinden van een passende dagbesteding. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geregistreerd in het gezagsregister. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 1 mei 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/717152 / JE RK 26-587
Datum uitspraak: 28 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats],
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 26 maart 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam].
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige] is ook aanwezig geweest bij de uitspraak.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
Bij beschikking van 1 mei 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar, te weten tot 1 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. Op dit moment gaat [minderjarige] niet naar school. [minderjarige] is aangemeld bij Youz voor diagnostiek. Bij Youz wordt een intelligentie- en persoonlijkheidsonderzoek afgenomen. Aan de hand van die uitkomsten kan een plan van aanpak worden opgesteld voor de toekomst. Daarnaast is er sinds december 2025 een coach van E25 betrokken bij [minderjarige]. Die coach zou [minderjarige] ondersteunen in het vinden van een dagbesteding. Er is plek voor haar bij de dagbesteding van E25, maar dit is nog niet van de grond gekomen door financieringsproblemen. Hierdoor heeft [minderjarige] al een langere tijd geen dagbesteding, terwijl zij hier wel voor gemotiveerd is. Dit is jammer, omdat haar motivatie steeds minder wordt. Het is belangrijk dat zij een passende dagbesteding heeft en niet de hele dag thuis zit. De GI hoopt dat als [minderjarige] zestien jaar is, zij kan starten met een mbo-opleiding, waarbij zij een werk-leertraject kan volgen. Het is belangrijk dat zij daarbij goed begeleid wordt. Voor de komende periode is het van belang dat het onderzoek van Youz wordt afgerond en dat de coach van E25 betrokken blijft. Daarnaast is het van belang dat [minderjarige] zo snel mogelijk kan starten met een dagbesteding.
4.2.
De moeder staat achter het verzoek van de GI. [minderjarige] heeft in het afgelopen jaar positieve stappen gezet. [minderjarige] ging voor de zomervakantie weer naar school. Zij werd in een kleine klas met drie andere leerlingen geplaatst en dit ging goed. Na de zomervakantie werd zij weer overgeplaatst naar een reguliere klas en dit was te veel voor haar. Zij raakte overprikkeld en sindsdien gaat zij niet meer naar school. Desondanks is zij wel gemotiveerd om een mbo-opleiding te volgen. Het is goed dat [minderjarige] is aangemeld bij Youz en dat er een coach van E25 betrokken is. De ondertoezichtstelling is voor haar een goede stok achter de deur om mee te werken met de hulpverlening. Ze heeft een goede band opgebouwd met de coach, de medewerker van leerplicht en de jeugdbeschermer. Dat is positief. Het is belangrijk dat dit wordt voortgezet.
4.3.
De vader staat achter het verzoek van de GI. Het gaat steeds beter met [minderjarige]. Ook gaat het beter met gezondheid van de vader. [minderjarige] is gemotiveerd om een opleiding te volgen, zodat zij hierna kan werken in de ouderenzorg. Hopelijk blijft zij gemotiveerd.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Het is positief dat de ouders beter in staat zijn om op constructieve wijze met elkaar te communiceren en hierdoor beter kunnen aansluiten bij de belangen van [minderjarige]. Dit neemt echter niet weg dat er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige]. Er zijn nog steeds aanhoudende zorgen over het structurele schoolverzuim en onderliggende problematiek bij [minderjarige]. . [minderjarige] gaat al geruime tijd niet naar school. Ook heeft [minderjarige] op dit moment geen dagbesteding. Dit is zorgelijk. Tegelijkertijd is het wel positief dat [minderjarige] inmiddels is aangemeld bij Youz en dat er een persoonlijkheidsonderzoek gaat plaatsvinden. Ook is het positief dat er een coach van E25 betrokken is en dat [minderjarige] hier een goede klik mee heeft. Het is van belang dat de ingezette hulpverlening gecontinueerd wordt en dat [minderjarige] haar motivatie vasthoudt. Gelet hierop is het van belang dat [minderjarige] op korte termijn kan starten met de dagbesteding bij E25, zodat zij weer verdere stappen vooruit kan zetten. [minderjarige] moet niet de dupe worden van moeilijkheden bij de financiering van deze dagbesteding.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 1 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 29 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.