Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5615

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
12207733 VV EXPL 26-246
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het KindArt. 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 233 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opschorting ontruiming huurwoning ondanks belangen kinderen

In deze zaak gaat het om een executiegeschil waarbij eisers, een gezin met twee kwetsbare minderjarige kinderen, verzoeken om opschorting van de ontruiming van hun huurwoning. De ontruiming was eerder bevolen wegens ernstige overlast en bedreigingen door de eisers jegens medewerkers van de verhuurder, Stichting Waterweg Wonen. Eisers stellen dat hun belang bij het behoud van de woning zwaarder weegt, mede vanwege de rechten van het kind en de noodzaak van ambulante begeleiding.

De kantonrechter overweegt dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat bij de belangenafweging het belang van de verhuurder bij een rustige en veilige woonomgeving prevaleert. De rechter is niet overtuigd dat het behoud van de woning noodzakelijk is voor de begeleiding van het gezin en acht de ontruiming mogelijk zelfs een stimulans voor het accepteren van de benodigde zorg.

Daarnaast weegt mee dat de eisers, met name de heer, zich tijdens de zitting bedreigend hebben uitgelaten, wat het vertrouwen in hun bereidheid tot adequate begeleiding ondermijnt. De proceskosten worden aan de eisers opgelegd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, waardoor de ontruiming direct kan plaatsvinden.

Uitkomst: De ontruiming van de huurwoning wordt uitgevoerd omdat het belang van een veilige woonomgeving zwaarder weegt dan het behoud van de woning door eisers met kwetsbare kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12207733 VV EXPL 26-246
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 11 mei 2026
in de zaak van

1..[eiser] ,

2. [eiseres],
woonplaats: [woonplaats] ,
eisers,
gemachtigde: mr. J. Pearson,
tegen
Stichting Waterweg Wonen,
vestigingsplaats: Vlaardingen,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.A. den Engelsen.
De eisers worden ‘ [eiser] ’ en ‘ [eiseres] ’ genoemd en gedaagde wordt ‘Waterweg Wonen’ genoemd.
De kantonrechter is mr. B.J.R. van Tongeren en de griffier is mr. K. Meerkerk.
Aanwezig zijn:
  • [eiser] en [eiseres] met mevrouw [persoon A] namens This is Care (ambulant begeleider), bijgestaan door hun gemachtigde;
  • De heer [persoon B] en mevrouw [persoon C] namens Waterweg Wonen, bijgestaan door de gemachtigde.

1.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
1.1.
Tussen partijen is in een eerder kort geding door de kantonrechter geoordeeld dat [eiser] en [eiseres] de woning die zij huren van Waterweg Wonen moeten verlaten. [eiser] en [eiseres] veroorzaken namelijk ernstige overlast. Daarnaast heeft [eiser] medewerkers van Waterweg Wonen met de dood bedreigd. De ontruiming staat gepland op 12 mei 2026 om 08.00 uur. [eiser] en [eiseres] zijn dit kort geding gestart om de ontruiming van de woning tegen te houden. [eiser] en [eiseres] vinden dat hun belang bij behoud van de woning zwaarder weegt dan het belang van Waterweg Wonen bij de ontruiming van de woning. [eiser] en [eiseres] hebben namelijk twee kwetsbare minderjarige kinderen, waarvan één speciaal onderwijs volgt. Dit belang moet op grond van artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind als eerste worden meegewogen bij beantwoording van de vraag of [eiser] en [eiseres] de woning moeten ontruimen. De kantonrechter heeft volgens [eiser] en [eiseres] eerder onvoldoende rekening gehouden met deze belangen. [eiser] en [eiseres] vinden verder dat Waterweg Wonen geen belang meer heeft bij de ontruiming, omdat zij inmiddels begeleiding ontvangen voor het gedrag dat [eiser] en [eiseres] hebben vertoond (waaronder bedreigingen en het veroorzaken van overlast). Ook zou Waterweg Wonen geen recente overlastmeldingen meer heeft ontvangen. Hieruit blijkt volgens [eiser] en [eiseres] dat de situatie is verbeterd. Zij willen dan ook dat de rechter oordeelt dat Waterweg Wonen de woning niet mag ontruimen, dan wel dat de ontruiming voor een bepaalde tijd moet worden opgeschort.
1.2.
Waterweg Wonen is het niet eens met de vordering. Zij trekt in twijfel dat passende begeleiding wordt geleverd en betwist dat het gedrag van met name [eiser] is verbeterd. Daarnaast is zij van mening dat zij de belangen van de kinderen bij haar werkwijze al heeft meegewogen en dat de kantonrechter die het kort geding vonnis heeft gewezen de belangen ook heeft meegewogen. Waterweg Wonen wil dan ook dat de ontruiming doorgaat.
1.3.
De rechter wijst de vorderingen van [eiser] en [eiseres] af. Dit oordeel wordt hieronder uitgelegd.
Het toetsingskader
1.4.
De rechter heeft het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het direct ten uitvoer kan worden gelegd en de uitkomst van het hoger beroep niet hoeft te worden afgewacht. De beslissing om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren is niet gemotiveerd. Bij de beoordeling van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dat vonnis moet om die reden een belangenafweging plaatsvinden. Onderzocht moet worden of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelden ( [eiser] en [eiseres] ) bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hun ingestelde rechtsmiddel is beslist, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling heeft verkregen (Waterweg Wonen) bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het hoger beroep moet buiten beschouwing worden gelaten. Wel kan de kort gedingrechter in zijn oordeelsvorming betrekken of het ten uitvoer te leggen vonnis berust op een kennelijke (feitelijke of juridische) misslag/overduidelijke vergissing.
De ontruiming van de woning gaat door
1.5.
In dit executiegeschil staat de vraag centraal wiens belang moet prevaleren. Is dat het belang van Waterweg Wonen die de plicht heeft om voor een rustige en veilige woonomgeving zorg te dragen ten opzichte van andere huurders in het complex of is dat het belang van [eiser] en [eiseres] om hun woning te behouden met hun twee minderjarige kinderen en vanuit die woning ambulante begeleiding ondergaan. De rechter is van oordeel dat het belang van Waterweg Wonen groter is dan het belang van [eiser] en [eiseres] . Kort gezegd, komt het erop neer dat de rechter niet overtuigd is dat de woning noodzakelijk is om [eiser] en [eiseres] de juiste begeleiding te laten ondergaan. Daarbij speelt ook een rol dat het juist in het belang van de kinderen is dat er passende begeleiding gaat plaatsvinden vanuit de gemeente of vanuit een zorginstantie zoals This is Care. Naar het oordeel van de rechter zal het behoud van de woning en dus het niet ontruimen daarvan geen bijdrage leveren aan het accepteren van de begeleiding die ook voor de kinderen van groot belang is. Anders gezegd, de ontruiming kan wellicht als breekijzer werken om wel die begeleiding te krijgen die in deze gezinssituatie gewenst en noodzakelijk is.
1.6.
Het enkele feit dat de gemeente voor opvang zal zorgdragen in een hotel gedurende zes maanden is in de optiek van de rechter weliswaar niet passend voor een gezin met dergelijke problematiek zoals ook op de zitting naar voren is gekomen. Het belang van Waterweg Wonen om te zorgen voor een rustige en veilige woonomgeving is echter doorslaggevend. Daarbij laat de rechter meewegen dat [eiser] ook op de zitting zich in bedreigende taal heeft geuit naar de op de zitting aanwezige medewerker van Waterweg Wonen en geen blijk heeft gegeven van enig zelfinzicht. Daarmee rijst dan de vraag of hij daadwerkelijk openstaat voor adequate begeleiding. Op vragen van de rechter is daar ook niet bevestigend op geantwoord. Het feit dat [eiseres] zich wel openstelt voor begeleiding en verklaart dat [eiser] stijf staat van de stress en zich erg druk maakt om huisvesting doet hier helaas niet aan af.
[eiser] en [eiseres] moeten de proceskosten betalen
1.7.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] en [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [eiser] en [eiseres] aan Waterweg Wonen moeten betalen op € 577,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 721,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit proces-verbaal wordt betekend.
Deze uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad
1.8.
Deze uitspraak wordt voor de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Waterweg Wonen dat eist en [eiser] en [eiseres] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat deze uitspraak meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
wijst de vorderingen af;
2.2.
veroordeelt [eiser] en [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van Waterweg Wonen worden begroot op € 721,00;
2.3.
verklaart deze uitspraak voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit proces-verbaal is op 11 mei 2026 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.