ECLI:NL:RBROT:2026:562
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen door UWV
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift bij het UWV. Nadat het UWV alsnog een beslissing nam, trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren en heeft zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is.
De vergoeding is berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij voor de rechtsbijstand een vast bedrag per proceshandeling wordt toegekend, aangepast met een factor vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht vergoeden.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten en wijst erop dat verzoeker zich voor het griffierecht tot het UWV moet wenden. De uitspraak is gedaan door rechter S.E.C. Debets op 26 januari 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen.