ECLI:NL:RBROT:2026:5661
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkheid beroep
Verzoekster heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend in verband met een lopend beroep tegen een besluit op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer ROT 26/2152.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat het onderliggende beroep niet-ontvankelijk is verklaard bij uitspraak van dezelfde dag. Hierdoor is er geen lopende beroepsprocedure meer bij de rechtbank.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter in dat geval zonder zitting uitspraak doen. Gezien het ontbreken van een lopende procedure is het treffen van een voorlopige voorziening niet mogelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 19 mei 2026 door voorzieningenrechter P. Vrolijk, in aanwezigheid van griffier H. Sabanovic.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het onderliggende beroep.