Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 4] [5] Ik reed in mijn voertuig, een Nissan Pixo voorzien van kenteken [kentekennummer] . Op 27 juli 2024 omstreeks 20:54 uur stapte [verdachte] in mijn voertuig. In de auto hadden wij ruzie. Ik zag dat [voornaam verdachte] een zakmes uit zijn broekzak pakte. Ik schrok hiervan. Ik bracht mijn auto tot stilstand in Dordrecht. Ik zag dat [voornaam verdachte] een zakmes uit zijn broekzak pakte. Ik schrok hiervan. Ik was erg bang en besloot uit het voertuig te stappen. Zo bang dat ik besloot uit het voertuig te stappen en weg te vluchten voor hem. Ik liet hem achter in mijn voertuig, de sleutels zaten nog in het contact.
Proces-verbaal van de politie [6] Op 29 juli 2024 deed [slachtoffer 4] aangifte van verduistering van haar personenauto van het Merk Nissan, type Pixo en voorzien van kenteken [kentekennummer] . Op 30 juli 2024 kregen wij het verzoek te gaan naar de [adres 2] te Papendrecht, waar het verduisterde voertuig zou zijn aangetroffen. Wij kwamen ter plaatse en het genoemde voertuig werd door mij aangetroffen in een parkeervak. Het bestuurdersraam was voor een groot deel geopend en de sleutel van het voertuig zat in het contact. De handgreep van het bestuurdersportier bleek niet meer op het voertuig aanwezig te zijn.
Proces-verbaal aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 4] [7] Ik werd op 30 juli 2024 omstreeks 09:12 uur gebeld door een vriendin die vertelde dat zij mijn auto had aangetroffen op de [adres 2] in Papendrecht.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf en maatregel
psychiater [persoon A]van 8 maart 2026 staat het volgende:
psycholoog [persoon B]van 14 maart 2026 staat het volgende:
rapport van de Reclasseringvan 20 april 2026 staat het volgende:
.Daarom bepaalt de rechtbank dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
5.Voorlopige hechtenis en schorsing
6.Vorderingen van de benadeelde partijen
7.Vordering tot tenuitvoerlegging
8.Wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
bewezendat de verdachte de feiten, zoals onder 2 is omschreven, heeft gepleegd;
gevangenisstraf van 179 dagen;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende voorwaarden:
niet schuldig aan een strafbaar feit.
Meewerken aan time-out: als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Niet naar het buitenland: de terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden zonder toestemming van de reclassering.
Opname in een zorginstelling: de terbeschikkinggestelde laat zich indien nodig geacht door de reclassering opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start aansluitend op detentie en duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de terbeschikkinggestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de terbeschikkinggestelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
Ambulante behandeling: de terbeschikkinggestelde laat zich aansluitend aan zijn klinische opname ambulant behandelen door een forensische ggz instelling zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de terbeschikkinggestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Verblijf in begeleid wonen op maatschappelijke opvang: aansluitend aan zijn klinische opname zal de terbeschikkinggestelde verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Het verblijf duurt zolang de reclassering en zorginstelling dat nodig vinden. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
Verbod verdovende middelen: de terbeschikkinggestelde gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs) en/of lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde moet meewerken aan controles. Dit kan zijn een urineonderzoek, ademonderzoek op speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met wel controlemiddel wordt gecontroleerd.
Contactverbod: de terbeschikkinggestelde zoekt of heeft op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1990, zolang het Openbaar Ministerie dit nodig acht.
Dagbesteding: de terbeschikkinggestelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Aflossing schulden: de terbeschikkinggestelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Geven van openheid: de terbeschikkinggestelde geeft de reclassering openheid over het aangaan en onderhouden van (partner)relaties en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten uit zijn (sociale) netwerk te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn (sociale) netwerk.
€ 500,-als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 januari 2025 tot de dag van volledige betaling.
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat
€ 500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 januari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 500,-als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 29 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 5] aan de staat
€ 500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 29 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 200,-als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 29 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 4] aan de staat
€ 200,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 29 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 848,17als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 27 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 6] aan de staat
€ 848,17te betalen, en de wettelijke rente vanaf 27 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
8 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.