Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[naam 1] ,
[naam 2],
[naam 3],
[naam 4],
[naam 5],
[naam 6],
[naam 7],
1.[naam 8] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 5 april 2024, met producties 1 tot en met 39;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties 1 tot en met 40;
- de conclusie van repliek in conventie tevens van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie, met producties 40 tot en met 55;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie tevens houdende wijziging van eis in reconventie, met productie 41
- de conclusie van dupliek in reconventie, met producties 56 tot met 66;
- de brief van de rechtbank van 28 mei 2025, met een oproep voor een mondelinge behandeling;
- de zittingsagenda van 27 oktober 2025;
- producties 67 tot en met 70 van [verkopers] ;
- producties 42 en 43 van [kopers] ;
- de mondelinge behandeling van 24 november 2025;
- de pleitaantekeningen van [verkopers] ;
- de pleitaantekeningen van [kopers] ;
- de aanvullende pleitaantekeningen van [verkopers]
3.De feiten
vermelding van de deeplink;Rechtbank]
Investment Memorandum;Rechtbank] en de Dataroom zijn nog niet definitief klaar/goedgekeurd, maar we hopen dit wel voor eind januari af te ronden en zullen u alsdan hieromtrent z.s.m. nader berichten.
Onderwerp:Bieding OG portefeuille familie [achternaam verkopers 1] / [achternaam verkopers 2]
bedoeld is “We”;Rechtbank] zijn bereid 54.400.000 euro te betalen en stellen voor de levering in onderling overleg te bepalen waarbij onze voorkeur uitgaat naar een gespreide levering in een aantal tranches.
8 februari 2022;Rechtbank] retour middels een aangepaste biedingsbrief en/of uw toelichting.
bedoeld is “4”;Rechtbank] en 7 maart.
de advocaat van [verkopers] ;Rechtbank] zal eea verwerken in de op te stellen koopovereenkomst.
Levering, aanwijzing Meester”) tussengevoegd:
Onderwerp:[verkopers] / verkoop OG [cpt KO] #781570.01#
4.Het geschil
- [verkopers] hebben op of omstreeks 22 maart 2022 op basis van de door [kopers] gedane bieding hun vastgoedportefeuille aan [kopers] gegund, waardoor toen tussen hen een overeenkomst tot stand is gekomen voor de verkoop van die vastgoedportefeuille voor een koopsom van € 50.500.000,00;
- Tot de essentialia van deze koopovereenkomst behoren onder meer:
as is where is”,
due diligence-onderzoek,
- [kopers] hebben de koopovereenkomst echter geweigerd te ondertekenen; medio april 2022 werd namelijk duidelijk dat zij de financiering van de aankoop alleen rond zouden kunnen krijgen, en de vastgoedportefeuille konden afnemen en betalen, als zij deze in delen/tranches konden afnemen en betalen en doorverkopen aan derden met A(B)C-leveringen, hetgeen niet in de koopovereenkomst was overeengekomen en waaraan [verkopers] ook niet bereid waren hun medewerking te verlenen;
- [verkopers] hebben de koopovereenkomst daarom bij e-mailbericht van 9 augustus 2022 buitengerechtelijk ontbonden;
- Op grond van het boetebeding in artikel 21 van Pro de koopovereenkomst hebben [kopers] een boete aan [verkopers] verbeurd ter grootte van 10% van de koopsom, derhalve een bedrag van € 5.050.000,00. Daarnaast zijn zij aanvullende schadevergoeding aan [verkopers] verschuldigd, voor zover de schade het bedrag van de boete te boven gaat.
- [kopers] hebben vóór de gunning bij hun bieding bedongen dat zij de mogelijkheid wilden hebben om een deel van de vastgoedportefeuille te kunnen doorverkopen, met ABC-levering(en). Partijen hebben daarover echter geen overeenstemming bereikt, en daarmee ook niet over de koop. Er is dus nooit een koopovereenkomst tot stand gekomen;
- Voor zover er toch sprake is geweest van enige afdwingbare overeenkomst tussen [verkopers] en [kopers] , roepen [kopers] subsidiair de vernietiging van die overeenkomst in, op grond van dwaling en/of misbruik van omstandigheden;
- Partijen zijn in ieder geval geen aansprakelijkheid voor [naam 8] in privé overeengekomen;
- Van enige tekortkoming door [kopers] is geen sprake geweest, zodat de ontbinding door [verkopers] van de koopovereenkomst niet rechtsgeldig is;
- [verkopers] waren in ieder geval niet gerechtigd om direct te ontbinden, namelijk zonder ingebrekestelling of het stellen van een termijn, zoals was voorgeschreven door artikel 21.1 van de koopovereenkomst;
- [kopers] zijn geen schadevergoeding verschuldigd.
5.De beoordeling
- Beide zijden hebben niet beoogd om meteen te komen tot een afdwingbare overeenkomst bij het uitbrengen van de bieding. Het was de bedoeling van partijen dat zij slechts gebonden zouden zijn na ondertekening door beide zijden van een schriftelijke overeenkomst, een zogenaamde “
- Er was ook nog niet voldaan aan (al) de essentialia van een koopovereenkomst;
- De op [verkopers] , althans hun makelaar en hun advocaat, rustende zorgplicht brengt de verplichting met zich mee om te controleren of de verwachtingen van partijen met elkaar overeenstemden. [kopers] gingen er gerechtvaardigd vanuit dat die makelaar feitelijk hun intenties bevestigde en dat nadien – zoals expliciet bepaald in het verkoopproces – verder onderhandeld zou worden over precieze inhoud en verdere voorwaarden van een overeenkomst. Ook de ‘wilsvertrouwensleer’ staat er dus aan in de weg dat er op of omstreeks 22 maart 2022 een koopovereenkomst tot stand is gekomen.
Haviltex-maatstaf). Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien [1] .
de advocaat van [verkopers] ;Rechtbank] zal eea verwerken in de op te stellen koopovereenkomst.”
Dit is een persoonlijke actie welke door mij verder uitgewerkt moet worden na ondertekening van de koopovereenkomst” en “
Deze gekozen methodiek dient er toe de financierbaarheid te vergemakkelijken, is vrijblijvend en is geen ontbindende voorwaarde”. Ook daaruit is af te leiden dat de mogelijkheid van het (gedeeltelijk) doorleveren van panden geen door [kopers] gestelde voorwaarde is voor de totstandkoming van de overeenkomst.
- a) de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten,
- b) de wederpartij had, in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende behoren in te lichten,
- c) de wederpartij is bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.
- i) de “als een essentieel element geldende” ABC-leveringsmogelijkheid,
- ii) de vrijheid van onderhandeling die volgens hem tussen partijen had te gelden zolang er nog geen koopovereenkomst was getekend, én
- iii) het blijkbaar niet gelden van een schriftelijkheidsvereiste.
- a) als hij had geweten dat de overeenkomst geen mogelijkheid bood voor een ABC-levering, en/of
- b) als hij had geweten dat hij ook zonder ondertekening van de overeenkomst op een bepaald moment geen vrijheid van onderhandeling meer had, en/of
- c) als hij had geweten dat voor de totstandkoming van de overeenkomst niet vereist was dat de overeenkomst op schrift was gesteld.
21. Ingebrekestelling, verzuim, ontbinding en boete
6.De beslissing
€ 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;