Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5732

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717376 / JE RK 26-620
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens bedreiging ontwikkeling en loyaliteitsconflict kinderen

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen tot 11 mei 2027. De kinderen wonen bij hun moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De zitting vond plaats op 6 mei 2026 met gesloten deuren, waarbij de moeder en vader, beiden bijgestaan door advocaten, aanwezig waren.

Er zijn zorgen over kindermishandeling in de thuissituatie bij de moeder, bevestigd door onderzoek van Veilig Thuis. De hulpverlening is geïntensiveerd om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Beide ouders erkennen het loyaliteitsconflict en de onrustige situatie, en steunen de verlenging van de ondertoezichtstelling.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd door de verstoorde relatie tussen de ouders en het loyaliteitsconflict. De hulpverlening moet worden voortgezet en gemonitord. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de drie minderjarige kinderen wordt verlengd tot 11 mei 2027 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/717376 / JE RK 26-620
Datum uitspraak: 6 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.P. Kloppenburg, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. A. Aksü, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 31 maart 2026;
- het bericht van de vader, ontvangen op 3 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] uitgenodigd voor een kindgesprek. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] hebben van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] , zij wonen bij hun moeder.
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengd tot 11 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De afgelopen periode zijn er zorgen binnengekomen over kindermishandeling in de thuissituatie bij de moeder. Veilig Thuis heeft onderzoek gedaan en deze zorgen bevestigd. Naar aanleiding hiervan is de hulpverlening opgeschaald en komt ASVZ in plaats van één keer per week, drie keer per week langs in de thuissituatie bij de moeder. Hiermee moet meer zicht worden verkregen op de thuissituatie bij de moeder. Het is belangrijk dat de veiligheid van de kinderen weer voldoende wordt gewaarborgd. Daarnaast zijn de ouders aan zet om goed samen te werken met de GI en ervoor te zorgen dat er geen conflicten meer ontstaan over de omgangsregeling tussen de kinderen en de vader.
4.2.
De moeder voert ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de GI. Er wordt al lange tijd aan de kinderen getrokken en zij bevinden zich in een heftig loyaliteitsconflict. De vader prent de kinderen in dat zij door de moeder worden mishandeld, waardoor zij dat ook zelf gaan uiten. Er is al meerdere keren gekeken naar de signalen van kindermishandeling, maar er is nog nooit iets uitgekomen. De moeder is teleurgesteld dat het hele traject nu weer wordt opgestart. Zij heeft aan alle hulpverlening meegewerkt, terwijl de vader alle hulpverlening afwijst. Daarnaast vindt moeder het niet helpend dat er steeds een nieuwe jeugdbeschermer wordt aangesteld. Dit brengt veel onrust met zich mee.
4.3.
Vader voert ter zitting ook geen verweer tegen het verzoek van de GI. De vader heeft vaker melding gemaakt van de kindermishandeling in de thuissituatie bij de moeder. Hij is erg teleurgesteld dat deze zorgen nu pas zijn bevestigd, helemaal omdat hij nu geen ouderlijk gezag meer heeft. Het is niet terecht dat de focus van de hulpverlening altijd op de vader lag in plaats van op de moeder. In de thuissituatie bij de vader is het nooit gevaarlijk geweest voor de kinderen. Vader bevestigt dat er continu aan de kinderen wordt getrokken. Hij deelt de frustratie over de wisselingen in jeugdbeschermers, er moet meer continuïteit komen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De relatie tussen de ouders is ernstig verstoord en kenmerkt zich al jaren door veel strijd en onrust. De ouders zijn niet in staat om op constructieve wijze met elkaar te communiceren en afspraken te maken in het belang van de kinderen. Hierdoor zitten de kinderen al lange tijd in een ernstig loyaliteitsconflict. Begin 2025 is door de rechter getracht voor de kinderen duidelijkheid en rust te creëren over hun (woon)perspectief en hun contact met beide ouders. Tot op heden heeft dit niet geleid tot een duurzame verbetering. Daarnaast zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie bij de moeder. De hulpverlening vanuit ASVZ is geïntensiveerd om meer zicht te krijgen op de thuissituatie bij de moeder en de veiligheid van de kinderen te waarborgen. De komende periode is langere betrokkenheid van de GI noodzakelijk om het verloop hiervan te monitoren en indien nodig extra hulpverlening in te zetten.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat beide ouders achter een verlenging van de ondertoezichtstelling staan. Voortzetting van de betrokkenheid van de GI vinden ook zij noodzakelijk.
De kinderrechter zal gelet op het voorgaande de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengen voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 11 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 19 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.