ECLI:NL:RBROT:2026:5740
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid
Verzoekers, een gehuwd stel met twee jonge kinderen, vroegen op 20 februari 2026 toelating tot maatschappelijke opvang aan in Rotterdam nadat zij dakloos waren geworden in Duitsland. Het college wees dit verzoek af omdat verzoekers in staat zijn zich zelf te handhaven met gebruikelijke voorzieningen en hulp uit hun sociale netwerk.
Verzoekers zijn het niet eens met deze afwijzing en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers zelfredzaam zijn, gezien hun eerdere zelfstandige verhuizingen, het ontbreken van ernstige problematiek en het feit dat zij momenteel onderdak hebben bij een kennis.
Hoewel verzoekers een spoedeisend belang aannemelijk maakten vanwege de ongeschiktheid van hun huidige woonruimte, weegt de rechter mee dat zij niet acuut dakloos zijn en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toelating tot maatschappelijke opvang rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het primair de verantwoordelijkheid van verzoekers is om in onderdak te voorzien en adviseert hen zich zo spoedig mogelijk in te schrijven bij een gemeente om werk te kunnen vinden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toelating maatschappelijke opvang wordt afgewezen wegens zelfredzaamheid van verzoekers.