Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde] B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 februari 2026, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 7 april 2026;
- de akte van [eiseres] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van onbetaalde facturen van in totaal € 8.296,55 met rente en kosten van gedaagde en diens bestuurder. Eiseres baseert haar vordering op verrichte juridische werkzaamheden. Gedaagden zijn niet verschenen in de procedure.
Eiseres beroept zich op een forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden dat de rechtbank Rotterdam bevoegd zou maken. De kantonrechter oordeelt echter dat dit beding geen toepassing vindt omdat de vordering lager is dan € 25.000 en partijen niet na het ontstaan van het geschil een forumkeuze zijn overeengekomen, zoals vereist in artikel 108 lid 2 sub a Rv Pro.
De plaats van betaling is voor de relatieve bevoegdheid niet relevant. De rechtbank Rotterdam verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, waar gedaagde is gevestigd. Eiseres wordt gewezen op de procedurele vereisten voor voortzetting van de zaak bij de bevoegde rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad.