ECLI:NL:RBROT:2026:5759

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
C/10/712208 / HA ZA 25-1134
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I. van Drongelen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 93 RvArt. 71 lid 2 RvArt. 8 lid 4 WGBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing consumentenkoop elektrische auto naar kantonrechter

In deze zaak heeft eiseres een elektrische auto gekocht van Breeland B.V., waarbij sprake is van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW Pro. De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam, waar partijen hun standpunten en producties hebben ingediend en een mondelinge behandeling plaatsvond op 13 april 2026.

De rechtbank oordeelde dat de vorderingen, ongeacht hun waarde of beloop, op grond van artikel 93 onder Pro c Rv door de kantonrechter moeten worden behandeld. Tijdens de mondelinge behandeling is dit besproken met partijen, die hiermee instemden. Omdat eiseres haar vordering niet bij de kantonrechter had ingediend, besloot de rechtbank de zaak ambtshalve naar de kantonrechter te verwijzen conform artikel 71 lid 2 Rv Pro.

De rechtbank wees partijen erop dat zij op de rolzitting van de kantonrechter niet hoeven te verschijnen en dat zij zich in het vervolg van de procedure ook zonder advocaat kunnen laten vertegenwoordigen. Tevens werd aangegeven dat het griffierecht zal worden verlaagd en eventueel teveel betaalde griffierecht zal worden teruggestort. Het vonnis is gewezen door mr. I. van Drongelen en op 22 april 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter voor verdere behandeling en vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/712208 / HA ZA 25-1134
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
te ' [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. C.W. Simonis,
tegen
BREELAND B.V.,
te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Breeland,
advocaat: mr. S. Velthuizen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de conclusie van antwoord met producties
- de akte met aanvullende producties van [eiseres]
- de akte met aanvullende producties van Breeland
- de mondelinge behandeling van 13 april 2026.
1.2.
Deze zaak betreft de koop van een elektrische auto door [eiseres] van Breeland. [eiseres] is een consument en Breeland handelde als professionele verkoper. Daarmee is sprake van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW Pro.
1.3.
De vorderingen betreffen een onderwerp dat, ongeacht het beloop of de waarde van de vorderingen, op grond van artikel 93 onder Pro c Rv door de kantonrechter wordt behandeld. De vorderingen moeten daarom naar het oordeel van de rechtbank verder worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Dit is tijdens de mondelinge behandeling op 13 april 2026 besproken met partijen. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat dezelfde rechter in deze zaak vonnis zal wijzen als kantonrechter. Partijen hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
1.4.
Omdat [eiseres] haar vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv Pro ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Rotterdam, op
vrijdag 15 mei 2026om 10 uur, voor vonnis,
2.2.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen,
2.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
2.4.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. van Drongelen en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
4043