Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5797

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
C/10/718880 / FA RK 26-3389
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 1 lid 4 WzdBesluit zorg en dwangArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging voortzetting verblijf Korsakov-patiënt wegens ernstig nadeel

De rechtbank Rotterdam behandelde op 4 mei 2026 het verzoek van het CIZ tot een rechterlijke machtiging voor voortzetting van het verblijf van betrokkene, die lijdt aan het syndroom van Korsakov, een neurocognitieve stoornis door alcoholgebruik. Betrokkene ontkent de diagnose en stelt dat hij zich goed kan redden thuis, maar de medische verklaring en neuropsychologisch onderzoek bevestigen de diagnose en de daarmee gepaard gaande significante beperkingen.

De rechtbank constateert dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De thuissituatie was verwaarloosd en thuiszorg bleek onvoldoende om 24-uurszorg te bieden. Betrokkene verzet zich tegen opname, maar de rechtbank acht voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt om ernstig nadeel te voorkomen.

De rechtbank concludeert dat aan de wettelijke criteria van artikel 24 Wzd Pro is voldaan en verleent de machtiging voor zes maanden, tot en met 4 november 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van het verblijf van betrokkene met het syndroom van Korsakov voor zes maanden wegens ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/718880 / FA RK 26-3389
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 mei 2026 betreffende een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1978,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam verpleeghuis] te [verblijfplaats] ,
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Dordrecht.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 24 april 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 10 oktober 2025;
  • de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam 1] , specialist ouderengeneeskunde, van 10 april 2026;
  • de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 24 april 2026;
  • een afschrift van het zorgplan van 20 maart 2026;
  • een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld;
  • het verslag over het beloop van de opname van 14 april 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 mei 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , verpleegkundige specialist, en [naam 3] , verzorgende, beide verbonden aan Stichting Salios (hierna: de behandelaren);
  • [naam 4] , mentor van betrokkene.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis door alcohol: amnestisch-confabulerend type, syndroom van Korsakov. Deze diagnose is gebaseerd op een neuropsychologisch onderzoek op 5 augustus 2025 en een second op 20 en 27 november 2025. Namens betrokkene wordt naar voren gebracht dat hij de uitkomsten van deze onderzoeken ontkent. Ook wordt namens betrokkene naar voren gebracht, althans zo heeft de rechtbank het begrepen, dat onvoldoende blijkt dat het syndroom zich bij betrokkene uit als een neurocognitieve stoornis met daaruit voortkomende significante beperkingen overeenkomstig die van een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap. Het gaat met betrokkene veel beter dan het in de thuissituatie ging, natuurlijk ook omdat betrokkene niet meer drinkt. Betrokkene vergeet niets en bedenkt ook allerlei activiteiten. De behandelaren geven aan dat betrokkene op sommige punten niet tot actie komt, hij heeft de structuur van de opname nodig. Zijn kamer is wel netjes, dat wordt bij meerdere cliënten gezien. Douchen doet betrokkene zelf, de wondverzorging wordt aangeboden.
De rechtbank is van oordeel dat de enkele betwisting van de diagnose door betrokkene onvoldoende is om te twijfelen aan de diagnose zoals gesteld in de medische verklaring op basis van twee onderzoeken. De rechtbank is ook van oordeel dat, gebaseerd op de thuissituatie, het syndroom zich bij betrokkene uit als een neurocognitieve stoornis met daaruit voortkomende significante beperkingen overeenkomstig die van een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap. In die zin is er sprake van een gelijkgestelde aandoening op grond van artikel 1 lid 4 Wzd Pro jo Besluit zorg en dwang, te weten het syndroom van Korsakov.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van deze gelijkgestelde aandoening op grond van artikel 1 lid 4 Wzd Pro jo Besluit zorg en dwang tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat er sprake is van beperkingen met plannen en organiseren, een beperkt initiatief en geheugenklachten. In de thuissituatie is betrokkene in een verwaarloosde toestand terecht gekomen. Betrokkene kwam nauwelijks het huis uit. Betrokkene is in korte tijd meerdere keren gevallen en in zijn eigen ontlasting aangetroffen door ambulancemedewerkers. Ook heeft betrokkene in de thuissituatie een slecht genezende wond opgelopen, die sinds de opname wel goed geneest. Ook heeft betrokkene een dieet nodig waartoe hij in de thuissituatie niet in staat was.
2.3.
De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.4.
Namens betrokkene wordt afwijzing van het verzoek bepleit, omdat betrokkene naar huis wil en zich absoluut verzet tegen opname, daar is hij nog te jong voor. Betrokkene denkt nog thuis te kunnen wonen. Hij zou zich daar goed kunnen redden, eventueel met inzet van thuiszorg. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt echter dat de inzet van thuiszorg ontoereikend is gebleken. Betrokkene behoeft 24-uurszorg en dit is in de thuissituatie niet te realiseren.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen voortzetting van het verblijf. Betrokkene ontkent de gestelde diagnose en dat hij daardoor beperkingen ervaart. Betrokkene verklaart dat hij naar huis wil en ziet geen belemmeringen of risico’s daarbij.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 november 2026.
Deze beschikking is op 4 mei 2026 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van R. van Wijngaarden, griffier, en op 18 mei 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.