ECLI:NL:RBROT:2026:5806
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omzetting WIA-uitkering
Verzoekster ontvangt een WIA-uitkering die sinds 24 november 2020 een loonaanvullingsuitkering betreft. Het UWV heeft op 11 december 2025 een besluit genomen tot administratieve omzetting van deze uitkering naar een vervolguitkering met een iets hoger bedrag. Verzoekster is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat haar loonaanvullingsuitkering onverminderd zou worden voortgezet totdat op haar bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 mei 2026 behandeld en direct daarna mondeling uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een acute financiële noodsituatie die spoed vereist. Daarnaast heeft zij niet met de medische stukken aangetoond dat het besluit van het UWV evident onrechtmatig is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Wel wordt het UWV verzocht de bezwaarprocedure met voorrang te behandelen en binnen vier maanden een besluit te nemen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omzetting van de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.