Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5842

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/10/701956 / HA ZA 25-528
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 106a FwArt. 106c lid 1 FwArt. 106c lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing curator om bestuursfunctie en uittreksel Handelsregister te melden in bestuursverbodprocedure

In deze civielrechtelijke procedure vordert de curator in het faillissement van een onderneming een bestuursverbod tegen de gedaagde op grond van artikel 106a van de Faillissementswet. De rechtbank constateert dat de curator niet heeft voldaan aan de verplichting uit artikel 106c lid 1 Fw om een uittreksel uit het Handelsregister te overleggen van andere rechtspersonen waarvan de gedaagde bestuurder of commissaris zou zijn.

De rechtbank is niet op de hoogte of de gedaagde dergelijke functies bekleedt bij andere rechtspersonen. Daarom wordt de curator opgedragen om deze informatie alsnog te verstrekken en de benodigde uittreksels te overleggen. Indien blijkt dat de gedaagde meerdere bestuursfuncties heeft, krijgen deze rechtspersonen de gelegenheid hun zienswijze te geven over het bestuursverbod en de gevolgen daarvan.

De zaak wordt aangehouden totdat de curator de gevraagde informatie heeft verstrekt. Vervolgens zal de procedure worden voortgezet en zal de rechtbank een inhoudelijke beslissing nemen over het bestuursverbod. Alle verdere beslissingen worden voorlopig aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank draagt de curator op om te melden of de gedaagde bestuurder of commissaris is van andere rechtspersonen en houdt de zaak aan tot nadere informatie is verstrekt.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/701956 / HA ZA 25-528
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
MR. [curator] Q.Q.
in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf] B.V.,
kantoorhoudend in Den Haag,
eisende partij,
advocaat: mr. M.M.E. van Veen-Oudenaarden,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. P. Geervliet.
Partijen worden hierna de curator en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:
  • de dagvaarding van 13 maart 2025, met producties 1 tot en met 26;
  • de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 8;
  • de brieven van de rechtbank van 8 december 2025, waarbij partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 10 april 2026;
  • de berichten van de rechtbank van 5 maart 2026, met een agenda voor de mondelinge behandeling;
  • het bericht van mr. Geervliet van 29 maart 2026, met twee bijlagen;
  • de mondelinge behandeling op 10 april 2026 (waarvan geen proces-verbaal is opgemaakt).
1.2.
Na de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

2.1.
De curator vordert in deze procedure onder meer om aan [gedaagde] op grond van artikel 106a Fw een civielrechtelijk bestuursverbod op te leggen.
2.2.
Artikel 106c lid 1 Fw schrijft voor dat bij een vordering tot het opleggen van een bestuursverbod een uittreksel uit het Handelsregister wordt overgelegd van de overige rechtspersonen waarvan de betrokkene bestuurder of commissaris is. De curator heeft dat niet gedaan. Het is de rechtbank niet bekend of [gedaagde] bestuurder of commissaris is van andere rechtspersonen.
2.3.
Voordat de rechtbank een beslissing neemt over de vorderingen, zal de curator worden opgedragen om de rechtbank te informeren of [gedaagde] bestuurder of commissaris is van andere rechtspersonen, op de wijze als in de beslissing omschreven.
2.4.
Indien blijkt dat [gedaagde] meer rechtspersonen bestuurt of daarvan commissaris is, zullen die rechtspersonen in staat worden gesteld om hun zienswijze over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan naar voren te brengen, zoals artikel 106c lid 2 Fw voorschrijft. Indien blijkt dat [gedaagde] geen bestuurder of commissaris van andere rechtspersonen is, komt de zaak weer voor vonnis te staan.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
draagt de curator op de rechtbank mee te delen of [gedaagde] bestuurder of commissaris is van andere rechtspersonen en zo ja, een uittreksel uit het Handelsregister over te leggen van die rechtspersoon of rechtspersonen,
3.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 13 mei 2026voor uitlating door de curator als omschreven in 3.1,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Schuiling, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
1977/3194