Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 augustus 2025, met bijlagen 1 tot en met 17;
- de aantekeningen van het mondelinge verweer en het op schrift gestelde antwoord, met bijlagen 1 tot en met 3.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Stichting Hef Wonen verhuurde een woning aan [gedaagde 1], die volgens Hef Wonen niet haar hoofdverblijf had in de woning en deze onderverhuurde aan haar broer [gedaagde 2]. Hef Wonen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De rechtbank stelde vast dat [gedaagde 1] gedurende langere tijd niet in de woning woonde en deze zonder toestemming aan [gedaagde 2] in gebruik had gegeven.
Bewijzen zoals inschrijving op het adres, meldingen, huisbezoeken en bankafschriften ondersteunden dit. [gedaagde 1] kon dit onvoldoende betwisten en gaf aan elders te wonen vanwege familieomstandigheden. De rechtbank oordeelde dat dit de ontbinding rechtvaardigt omdat het toewijzingsbeleid voor sociale huurwoningen werd omzeild.
De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde 2] werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van een huurovereenkomst. [gedaagde 1] werd veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening, betaling van huur en servicekosten vanaf 1 augustus 2025 tot ontbinding, en gebruiksvergoeding daarna tot ontruiming. Ook werden buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan haar en [gedaagde 2] opgelegd.
De gevorderde schadevergoeding wegens winst uit onderhuur werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De huurovereenkomst met de huurder wordt ontbonden en zij wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huur, kosten en proceskosten.