ECLI:NL:RBROT:2026:5894
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot terugbetaling boedelvordering in faillissement
Verzoekster heeft op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro (Fw) aan de rechter-commissaris verzocht om de curator te bevelen een bedrag van € 18.463,74 terug te betalen. De curator heeft verweer gevoerd en het verzoek als niet-ontvankelijk bestempeld.
De rechter-commissaris beoordeelt dat alleen de gefailleerde, een schuldeiser of een commissie van schuldeisers een verzoek ex artikel 69 Fw Pro kan indienen. Verzoekster behoort niet tot deze kring omdat haar vordering een onverschuldigde betaling betreft en geen verifieerbare schuldvordering is. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast is de procedure ex artikel 69 Fw Pro niet bedoeld voor het te gelde maken van boedelvorderingen of het toetsen van onmiskenbare vergissingen; dit behoort tot de bevoegdheid van de bodemrechter. De rechter-commissaris moedigt partijen aan om in gesprek te gaan over een minnelijke oplossing of bindend advies.
De beschikking is gegeven door rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger op 24 april 2026 te Rotterdam.
Uitkomst: Verzoek tot terugbetaling van boedelvordering wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster geen schuldeiser is en artikel 69 Fw niet van toepassing is.