Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Hoewel de schulden zijn ontstaan door een gokverslaving en daardoor niet te goeder trouw zijn, past de rechtbank de hardheidsclausule toe omdat verzoekster haar situatie onder controle heeft gekregen en sinds 18 maart 2025 geen nieuwe schulden meer heeft gemaakt.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster gemotiveerd is en zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. Er wordt een beschermingsbewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. De rechtbank bepaalt de ingangsdatum van de regeling op 12 maart 2026 en de duur op achttien maanden.
De rechtbank wijst erop dat een eerdere ingangsdatum niet wordt vastgesteld omdat niet is voldaan aan de vereisten daarvoor. Tijdens de Wsnp gelden diverse verplichtingen, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. Na succesvolle afronding van het traject krijgt verzoekster een schone lei, waardoor schuldeisers haar niet meer kunnen aanspreken op de schulden die onder de regeling vallen.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.