ECLI:NL:RBROT:2026:596

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
11829251 RR FORM 25-86
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 lid 1 BWArt. 15 Tijdelijk besluit experiment regelrechterArt. 233 RvArt. 238 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing vervangende schadevergoeding wegens gebrekkige schuttingoplevering

Eiser heeft een klusbedrijf opdracht gegeven een oude schutting te verwijderen en een nieuwe te plaatsen. Na oplevering constateerde eiser diverse gebreken, waaronder loszittende onderdelen en een afgebroken poort. Ondanks ingebrekestelling heeft het klusbedrijf de gebreken niet hersteld.

Eiser vordert vervangende schadevergoeding voor herstelkosten, terwijl het klusbedrijf een aanvullende vergoeding eist voor het afvoeren van de oude schutting en kosten voor het bijwonen van de zitting. De rechter oordeelt dat het klusbedrijf gebrekkig werk heeft geleverd en dat eiser recht heeft op vervangende schadevergoeding van € 875,00, gebaseerd op een offerte van een andere aannemer.

De vorderingen van het klusbedrijf worden afgewezen omdat het niet aannemelijk heeft gemaakt recht te hebben op extra vergoeding voor het afvoeren van de oude schutting en de zittingskosten. De proceskosten worden aan het klusbedrijf opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechter wijst gedeeltelijk vervangende schadevergoeding toe van € 875,00 en wijst de vorderingen van het klusbedrijf af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11829251 RR FORM 25-86
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[persoon A],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
die zelf procedeert,
tegen
[klusbedrijf B],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
vertegenwoordigd door: [persoon B] .
De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘ [klusbedrijf B] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier van [persoon A] dat de rechtbank op 7 augustus 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en
  • het reactieformulier met eis in reconventie van [klusbedrijf B] ;
  • de spreekaantekeningen van [persoon A] .
1.3.
Op 28 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. [persoon A] was aanwezig met zijn partner. [klusbedrijf B] is goed opgeroepen voor de zitting, maar niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[persoon A] heeft met [klusbedrijf B] afgesproken dat [klusbedrijf B] de schutting van [persoon A] vervangt door de oude af te voeren en een nieuwe schutting met toebehoren, zoals een grenen scherm en afdekkap, te plaatsen. [persoon A] heeft hier € 4.400,00 voor betaald. Tijdens de oplevering heeft [persoon A] geconstateerd dat de deur los is geplaatst en de palen hoger geplaatst moeten worden. Partijen hebben besproken dat deze problemen nog verholpen moeten worden. In de ingebrekestelling van 3 mei 2025 heeft [persoon A] de volgende problemen gemeld:
  • de betonpalen zijn te laag geplaatst;
  • een afdekkap is niet goed gemonteerd;
  • de poort aan de voorzijde is niet goed gemonteerd;
  • een hekgedeelte zit los;
  • de poort aan de zijkant brak na enkele dagen al af;
  • de hardhouten palen voor de bevestiging van de poort aan de zijkant zijn anders geplaatst dan afgesproken;
  • overige kleine cosmetische punten, zoals:
o losse stukken hout ter bevestiging van de schutting;
o uitstekende schroeven;
o ruimtes tussen bevestiging van de schuur en de poort.
2.2.
[klusbedrijf B] heeft de problemen niet meer verholpen. [persoon A] heeft aangekondigd geen herstel meer te vorderen, maar vervangende schadevergoeding om de problemen door een andere aannemer te laten herstellen. [persoon A] heeft een andere aannemer gevraagd om een offerte op te stellen voor het herstel van de problemen. Het herstel gaat € 875,00 kosten. [persoon A] schat in dat het uiteindelijke herstel meer gaat kosten en vordert in deze procedure € 1.250,00 aan vervangende schadevergoeding of een door de rechter vast te stellen bedrag.
2.3.
[klusbedrijf B] is het niet eens met de vordering. Hij zegt dat [persoon A] geen garantie heeft en dat de schutting er prima bij stond toen hij met een ander bedrijf de schutting heeft bekeken. [klusbedrijf B] zegt dat hij nog recht heeft op een aanvullende kostenvergoeding, omdat de gemeente de oude schutting van [persoon A] niet kwam ophalen en [klusbedrijf B] deze heeft moeten afvoeren. [klusbedrijf B] vordert dan ook € 82,50 en de kosten om naar een zitting te komen (€ 475,00).
2.4.
De rechter wijst de vordering van [persoon A] gedeeltelijk toe en de vorderingen van [klusbedrijf B] af. Hieronder wordt dit uitgelegd.
[klusbedrijf B] heeft gebrekkig werk opgeleverd
2.5.
De rechter oordeelt dat [klusbedrijf B] gebrekkig werk heeft opgeleverd, omdat [persoon A] niet heeft mogen verwachten dat onderdelen van de schutting niet volgens afspraak en los geplaatst zouden worden. Daar komt bij dat een poort enkele dagen na de oplevering al is afgebroken. In het WhatsApp-bericht bevestigt [klusbedrijf B] de problemen te gaan herstellen en tijdens een bezoek te kijken naar de betonpalen (“
Hebben we afgesproken toch dat ik dat zaterdag kom doen en van palen zou ik laten weten”). In het reactieformulier komt [klusbedrijf B] hierop terug en geeft aan dat hij met een ander bedrijf op een niet genoemde datum is langs geweest en de schutting er goed bij stond. Gelet op de eerdere bevestiging dat de problemen zouden worden opgelost, had het in deze procedure op de weg gelegen van [klusbedrijf B] om meer te onderbouwen dat de schutting niet gebrekkig is opgeleverd. Dit kon hij doen door bijvoorbeeld een verklaring te overleggen van het bedrijf waarmee hij de schutting zou hebben bezocht. [klusbedrijf B] is ook tijdens de zitting niet verschenen, waardoor de rechter dit niet meer heeft kunnen vragen. Het uitgangspunt is dan ook dat [klusbedrijf B] gebrekkig werk heeft opgeleverd.
2.6.
[klusbedrijf B] voert verder aan geen schuttingbouwer te zijn. [persoon A] mocht volgens [klusbedrijf B] dus niet verwachten dat hij hetzelfde resultaat kan bieden als een schuttingbouwer. De rechter gaat hier niet in mee, omdat uit de WhatsApp-gesprekken blijkt dat [klusbedrijf B] heeft aangegeven de schutting wel te kunnen plaatsen zonder daarbij enig voorbehoud te maken. Het maakt ook geen verschil dat [klusbedrijf B] geen expliciete garantie heeft gegeven voor het plaatsen van de schutting, omdat uit de wet volgt dat de aannemer aansprakelijk kan zijn voor het herstel van gebreken. Niet is gesteld of gebleken dat partijen van de wettelijke regeling zijn afgeweken of deze bedoeling hadden, zodat de rechter uitgaat van de wettelijke regeling.
[klusbedrijf B] moet € 875,00 betalen aan [persoon A]
2.7.
[persoon A] kan in dit geval pas vervangende schadevergoeding vorderen als [klusbedrijf B] in verzuim is en hij heeft medegedeeld dat hij niet langer herstel vordert, maar vervangende schadevergoeding (artikel 6:87 lid 1 BW Pro).
2.8.
[persoon A] heeft in de ingebrekestelling van 3 mei 2025 [klusbedrijf B] voldoende gelegenheid gegeven om de gebreken te herstellen door te eisen dat de gebreken binnen drie weken na het verzenden van de brief worden hersteld. [klusbedrijf B] heeft niet op de brief gereageerd en de herstelwerkzaamheden niet uitgevoerd. Hierdoor is [klusbedrijf B] in verzuim. Uit het aanvraagformulier blijkt daarnaast voldoende duidelijk dat [persoon A] niet langer herstel vordert, maar vervangende schadevergoeding.
2.9.
De rechter oordeelt dat [klusbedrijf B] de schadevergoeding van € 875,00 aan [persoon A] moet betalen. Volgens de offerte van een andere aannemer zijn dit namelijk de herstelkosten. [persoon A] begroot de schade op € 1.250,00 en heeft aangegeven dat de kosten inmiddels wat hoger uitvallen door tijdsverloop en een verharde grond in de winter. Dit hogere bedrag is echter onvoldoende met stukken onderbouwd.
2.10.
[klusbedrijf B] heeft nog aangegeven dat het offertebedrag te hoog is, omdat uit de offerte blijkt dat het slechts gaat om het herstellen van één paal. De rechter gaat niet mee met het standpunt van [klusbedrijf B] , omdat tijdens de zitting door [persoon A] is uitgelegd dat de aannemer de problemen heeft bekeken en op basis van dit bezoek een offerte voor alle herstelwerkzaamheden heeft opgesteld. Dit is niet meer tegengesproken door [klusbedrijf B] . De rechter ziet dan ook voldoende aanleiding om voor de begroting van de vervangende schadevergoeding aan te sluiten bij de offerte.
De eisen van [klusbedrijf B] worden afgewezen
2.11.
De rechter wijst de aanvullende vergoeding voor het afvoeren van de oude schutting af, omdat hij niet inziet waarom [klusbedrijf B] recht zou hebben op deze vergoeding. In de offerte die [klusbedrijf B] heeft opgesteld, is al opgenomen dat de oude schutting door de aannemer wordt afgevoerd. Het is dus de verantwoordelijkheid van [klusbedrijf B] om de schutting af te voeren. Op welke wijze dat gebeurt, is niet van belang. [persoon A] heeft al voor het werk betaald. Nu [klusbedrijf B] niet genoeg heeft uitgelegd waarom [persoon A] alsnog voor deze (aanvullende) kosten moet betalen, wordt deze vordering afgewezen.
[klusbedrijf B] moet de proceskosten betalen
2.12.
De proceskosten in conventie en reconventie komen voor rekening van [klusbedrijf B] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit Pro). De regelrechter begroot de kosten die [klusbedrijf B] in conventie aan [persoon A] moet betalen op € 226,00 aan griffierecht, € 50,00 aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv Pro). Dat is in totaal € 276,00. Er kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. In reconventie worden de kosten begroot op nihil.
2.13.
De kosten die [klusbedrijf B] heeft gevorderd voor het bijwonen van de zitting worden afgewezen. Hij heeft geen belang om dit te vorderen nu hij niet op de zitting is verschenen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.14.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [persoon A] dat eist en [klusbedrijf B] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De regelrechter:
in conventie
3.1.
veroordeelt [klusbedrijf B] om aan [persoon A] te betalen € 875,00;
3.2.
veroordeelt [klusbedrijf B] in de proceskosten, die aan de kant van [persoon A] worden begroot op in totaal € 276,00;
in reconventie
3.3.
wijst de vorderingen van [klusbedrijf B] af;
3.4.
veroordeelt [klusbedrijf B] in de proceskosten, die aan de kant van [persoon A] worden begroot op nihil;
in conventie en in reconventie
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64363