ECLI:NL:RBROT:2026:5960

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
12098479 VV EXPL 26-87
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens ernstige geluidsoverlast en huurachterstand

De huurder van een woning veroorzaakt sinds oktober 2025 structureel ernstige overlast voor omwonenden, waaronder geluidsoverlast door schreeuwen, blaffende hond, muziek en het komen en gaan van vele bezoekers, waarvan sommigen bekend staan als drugsgebruikers. Ondanks meerdere waarschuwingen en een gemeentelijke sluiting wegens een incident met een vuurwapen, is de overlast niet gestopt.

De verhuurder, Stichting Waterweg Wonen, vordert in kort geding ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. De huurder betwist de vordering en wil in de woning blijven, maar haar verweer wordt onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk geacht.

De kantonrechter oordeelt dat het belang van de verhuurder bij ontruiming zwaarder weegt dan het belang van de huurder om te blijven wonen. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen, waarbij de huurder tot die tijd een gebruiksvergoeding moet betalen. Tevens wordt de huurachterstand en proceskosten aan de verhuurder toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen wegens ernstige overlast en huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12098479 VV EXPL 26-87
datum uitspraak: 19 maart 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Waterweg Wonen,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. Y.F. Rijswijk,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M. de Kok.
De partijen worden hierna ‘Waterweg Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 februari 2026, met bijlagen 1 tot en met 10;
  • de akte van Waterweg Wonen met aanvullende bijlagen 11 tot en met 14;
  • de mail van de gemachtigde van [gedaagde] , met bijlage 1;
  • de mail van de gemachtigde van [gedaagde] , met bijlage 2;
  • de akte van Waterweg Wonen met aanvullende bijlagen 15 en 16.
1.2.
Op 5 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren namens Waterweg Wonen mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] , woonconsulenten bij Waterweg Wonen, en de gemachtigde van Waterweg Wonen aanwezig. [gedaagde] was samen met haar gemachtigde en een vriend, de heer [naam 3] , op de zitting aanwezig.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 7 april 2022 de woning aan de [adres] te [plaats] van Waterweg Wonen. Volgens Waterweg Wonen veroorzaakt [gedaagde] structureel ernstige overlast voor omwonenden. De overlast wordt volgens Waterweg Wonen vooral en/of mede veroorzaakt door het bezoek dat [gedaagde] ontvangt. De overlast bestaat uit geluidsoverlast zoals schreeuwen, het slaan met deuren, het blaffen van de hond en het afspelen van muziek. Daarnaast is er overlast door de vele bezoekers die naar de woning van [gedaagde] komen. Volgens Waterweg Wonen is [gedaagde] tevergeefs meermalen gewaarschuwd met het doel de overlast te stoppen. Ook is er een huurachterstand ontstaan. Waterweg Wonen vraagt de kantonrechter nu om [gedaagde] te veroordelen om de woning binnen drie dagen te ontruimen en de huurachterstand te betalen. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Zij wil graag in de woning blijven wonen.
Het oordeel van de rechter
2.2.
De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] om de woning binnen veertien dagen te ontruimen. Dit wordt hierna toegelicht.
Kort geding
2.3.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat Waterweg Wonen heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
Waterweg Wonen heeft een spoedeisend belang
2.4.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat Waterweg Wonen een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming.
Het is aannemelijk dat de eis van Waterweg Wonen in een gewone procedure wordt toegewezen
2.5.
De kantonrechter vindt het aannemelijk dat [gedaagde] in een gewone procedure zal worden veroordeeld om de woning te ontruimen.
2.6.
Waterweg Wonen heeft ter onderbouwing van haar vordering onder meer meldingen van omwonenden overgelegd en bestuurlijke rapportages, waaruit blijkt dat ook de politie een veelvoud aan overlast meldingen heeft geregistreerd. Hierdoor is het beeld ontstaan dat vanuit het gehuurde al sinds oktober 2025 ernstige overlast, met name geluidsoverlast, wordt veroorzaakt. De overlast wordt veroorzaakt door [gedaagde] en haar hond, maar vooral ook door haar gasten, waarvan een aantal bij de politie bekend staat als drugsgebruikers en overlastgevers. Vanwege de ernstige overlastsituatie en ook gelet op de verontrustende melding van 16 oktober 2025, waarbij [gedaagde] met een vuurwapen zou zijn bedreigd terwijl haar minderjarige dochter in de woning aanwezig was, heeft de gemeente de woning met spoed voor twee weken gesloten. De minderjarige dochter verblijft sindsdien bij haar vader.
2.7.
Verschillende omwonenden verklaren zowel aan Waterweg Wonen als aan de politie dat het een komen en gaan is en blijft van drugsgebruikers, dat dit gepaard gaat met ruzies in en rondom de woning en met geblaf van de hond. De overlast vindt niet alleen overdag plaats maar ook vaak ’s-nachts.
2.8.
[gedaagde] betwist niet dat zij vaak gasten heeft gehad met wie ze ook vaak ruzie maakte en dat dit overlast veroorzaakte. Dit waren volgens haar vrienden van haar ex-partner, die sinds januari 2026 niet meer langskomen omdat de relatie met haar ex-partner is beëindigd en hij dus niet meer bij haar verblijft. De kantonrechter vindt het niet aannemelijk dat dit verweer in een gewone procedure zal slagen. Er zijn namelijk ook meldingen over de periode na januari 2026 in het geding gebracht waaruit blijkt dat de overlast niet is gestopt. [gedaagde] heeft haar verweer in het licht van die meldingen onvoldoende onderbouwd. Overigens, ook als de overlast wel na januari 2026 gestopt zou zijn, dan zou dat nog niet betekenen dat de eerdere tekortkoming door [gedaagde] daarmee ongedaan zou zijn gemaakt.
2.9.
Waterweg Wonen heeft [gedaagde] in eerdere instantie aangeboden geen ontruimingsprocedure te zullen beginnen als zij bereid zou zijn een gedragsaanwijzing te aanvaarden en na te leven. De kantonrechter weegt in zijn oordeel mee dat [gedaagde] geweigerd heeft daaraan mee te werken en dat zij zelfs nog tijdens de zitting heeft verklaard niet bereid te zijn de gedragsaanwijzing alsnog te ondertekenen, als Waterweg Wonen haar eerdere aanbod gestand zou willen doen. Daaruit blijkt dat [gedaagde] de ernst van de situatie kennelijk ook nu nog niet inziet.
De belangen van Waterweg Wonen wegen zwaarder dan die van [gedaagde]
2.10.
De kantonrechter oordeelt dat het belang van Waterweg Wonen bij ontruiming van het gehuurde zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] om er te blijven wonen. Waterweg Wonen moet op korte termijn in staat worden gesteld om de leefbaarheid van de omgeving te herstellen. [gedaagde] heeft uiteraard belang bij een dak boven haar hoofd. Zij heeft dat echter zelf op het spel gezet door de overlast te laten voortduren terwijl zij meerdere keren is gewaarschuwd en er zelfs een gemeentelijke last onder dwangsom is opgelegd. Haar belangen moeten daarom wijken voor die van Waterweg Wonen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.11.
De kantonrechter stelt de ontruimingstermijn vast op veertien dagen na de betekening van dit vonnis. De kantonrechter gaat voorbij aan het verzoek van [gedaagde] om aan haar een ontruimingstermijn van een maand toe te kennen en ook aan het verzoek van Waterweg Wonen om een ontruimingstermijn van drie dagen aan te houden. [gedaagde] heeft namelijk geen omstandigheden naar voren gebracht die naar het oordeel van de kantonrechter een langere ontruimingstermijn dan gebruikelijk rechtvaardigen en een termijn van drie dagen, zoals gevorderd, vindt de kantonrechter te kort. [gedaagde] moet namelijk voldoende tijd hebben om alle spullen uit haar huis te halen en hier een geschikte opslagplaats voor te vinden.
2.12.
Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 652,62 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro), waarover ook wettelijke rente verschuldigd is als niet op tijd wordt betaald.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 1.305,24 betalen
2.13.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 1.305,24 aan Waterweg Wonen te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. Het gaat om de maanden september en oktober 2025.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.14.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Waterweg Wonen moet betalen op € 153,77 aan dagvaardingskosten, € 233,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.374,77. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.15.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). De kantonrechter heeft daarbij meegewogen dat het, gelet op de ernst van de situatie, niet van Waterweg Wonen gevergd kan worden dat zij de uitkomst van een eventueel hoger beroep zou moeten afwachten voordat zij tot ontruiming zou kunnen overgaan. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in [woonplaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Waterweg Wonen te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Waterweg Wonen € 1.305,24 aan huurachterstand te betalen, met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de termijnen tot de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt een vergoeding van € 652,62 per maand te betalen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vervaldag van elke termijn tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Waterweg Wonen worden begroot op € 1.374,77 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
62574