Op 29 april 2016 bezocht de dochter van verzoekster, destijds 6 jaar oud, de huisarts met koorts en diarree. De huisarts stelde een urineweginfectie vast en schreef Amoxicilline voor. Kort daarna ontwikkelde het kind het Guillain-Barré syndroom (GBS), waarvoor zij in het ziekenhuis werd opgenomen en behandeld.
Verzoekster stelde de huisarts aansprakelijk wegens onzorgvuldig antibioticumbeleid en onvoldoende diagnostiek. Een medisch expert concludeerde dat het antibioticumbeleid onzorgvuldig was, maar dat dit geen verband hield met het ontstaan van GBS. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de huisarts nam dit rapport als uitgangspunt en wees aansprakelijkheid af.
Verzoekster verzocht de rechtbank om bij deelgeschil te verklaren dat de huisarts toerekenbaar tekort was geschoten en om vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De rechtbank oordeelde dat de onzorgvuldigheid en tekortkoming vaststaan op basis van het rapport, zodat het verzoek tot verklaring voor recht overbodig is. Het geschil betreft het causaal verband, dat in een aparte procedure wordt behandeld.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af omdat aansprakelijkheid nog niet vaststaat en er nog niet over deze kosten is onderhandeld. Ook de kosten van het deelgeschil werden niet toegewezen omdat de procedure onnodig was. De verzoeken werden afgewezen.