Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
- de beschikking van 29 oktober 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 26 november 2025;
- de berichten met bijlage van de vrouw van 5 december 2025;
- het bericht van de vrouw van 10 december 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 13 februari 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 26 februari 2026.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met mr. P. Rodrigues de Carvalho, waarnemend advocaat.
2.Nader vaststaand feit
3.De verdere beoordeling
€ 4.574,- per maand. Rekening is gehouden met het kindgebonden budget dat partijen ontvingen van € 445,- per maand.
€ 38.780,- gelijk aan het jaarloon dat de man uit zijn normale dienstverband in Nederland volgens de jaaropgave 2023 verdiende. De rechtbank verhoogt dat inkomen niet met een bedrag gelijk aan het loon uit de tweede baan. De man heeft toegelicht dat hij met deze extra baan is begonnen tijdens de coronaperiode omdat zijn werkgever hem daarvoor in de gelegenheid stelde en om extra financiële nood op te vangen. Nu dit inkomen werd verdiend náást zijn gewone baan, acht de rechtbank het niet redelijk daar in het kader van de berekening van zijn verdiencapaciteit rekening mee te houden.
€ 38.780,-, op € 2.733,- per maand.
- periode 1 (8 augustus 2024-1 april 2025): € 433,- per maand voor vier kinderen (108,- per maand per kind)
- periode 2 (vanaf 1 april 2025): € 422,- per maand voor drie kinderen (141,- per maand per kind)
Het bovenstaande betekent dus dat vanaf 1 april 2025 niet langer een onderhoudsbijdrage voor het oudste kind van partijen betaald moet worden.