In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van het openstaande bedrag van €360,- voor de koop van een schuilstal en omheining die gedaagde heeft gekocht. Gedaagde heeft slechts €40,- betaald en stelt een tegeneis in ter verrekening van vermeende schade aan het perceel, huurkosten, dagvaardingskosten en een bedrag voor mestafvoer.
De rechter beoordeelt de feiten aan de hand van de overgelegde WhatsApp-correspondentie en processtukken. De afspraken over de duur dat de pony van eiseres op het perceel mocht blijven staan zijn onduidelijk, en er is geen ingebrekestelling gestuurd door eiseres om gedaagde in de gelegenheid te stellen haar verplichtingen na te komen. Daarom worden de stallingskosten, rente, herstelkosten, huur en dagvaardingskosten afgewezen.
De rechter concludeert dat gedaagde het resterende bedrag van €360,- aan eiseres moet betalen. Beide partijen worden geacht hun eigen proceskosten te dragen, omdat zij op meerdere punten in het ongelijk zijn gesteld. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.