ECLI:NL:RBROT:2026:5992

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717818/ KG ZA 26-331
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vervangende toestemming voor school, medische behandeling en reizen in belang minderjarigen

Partijen zijn gescheiden ouders met gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. Sinds november 2025 wordt de bestaande zorgregeling niet meer nageleefd, waardoor de kinderen volledig bij de moeder verblijven. De vader wil het contact stapsgewijs herstellen via een weekendregeling, terwijl de moeder een andere invulling wenst. De rechtbank wijzigt de zorgregeling voorlopig in een gefaseerde opbouw van contact bij de vader, met uiteindelijk een weekendregeling van vrijdag tot maandag.

Daarnaast verleent de rechtbank vervangende toestemming aan de moeder voor de inschrijving van de kinderen op respectievelijk het Grafisch Lyceum en basisschool de Gouden Griffel in Rotterdam, waarbij de voorkeur van het kind met ADD voor het Grafisch Lyceum zwaarwegend is. Ook wordt toestemming gegeven voor voortzetting van de medische behandeling bij Youz in Rotterdam en voor een weekendreis naar Antwerpen.

De rechtbank bepaalt dat de moeder de vader toegang moet geven tot de DigiD-accounts van de minderjarigen, met afspraken over het gebruik en de verificatiecode. De proceskosten worden gecompenseerd. De uitspraak benadrukt het belang van het herstel van vertrouwen en communicatie tussen ouders in het belang van de kinderen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling voorlopig en verleent vervangende toestemming voor schoolkeuze, medische behandeling, reizen en DigiD-toegang in het belang van de minderjarigen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Familie
Zaaknummer: C/10/717818 / KG ZA 26-331
Vonnis in kort geding van 22 mei 2026
in de zaak van
[naam vrouw],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. M. Soytekin,
tegen
[naam man],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. N.S. van der Werf.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met eis in reconventie en producties;
- de akte van vermeerdering van eis van de vrouw met producties;
- het bericht van de man van 7 mei 2026 met producties;
- het bericht van de man van 8 mei 2026.
1.2.
De zaak is behandeld op 8 mei 2026.
Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [persoon A] .

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] te Spijkenisse met elkaar gehuwd.
2.2.
Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 1 februari 2023 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Op 9 juni 2023 is die beschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
2.3.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] .
2.4.
De vrouw en de man oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over de minderjarigen.
2.5.
Bij beschikking van 31 mei 2024 van deze rechtbank is de beschikking van de rechtbank Overijssel van 1 februari 2023 gewijzigd en het daarin opgenomen ouderschapsplan van 12 december 2022 in die zin dat de tussen partijen overeengekomen regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) wordt vastgesteld als volgt:
de minderjarigen verblijven conform het principe van co-ouderschap in de even weken bij de man en in de oneven weken bij de vrouw. Het wisselmoment zal op vrijdag plaatsvinden, waarbij de ouder die de minderjarigen die week zal hebben, de minderjarigen uit school zal ophalen. In de vakanties zal de ouder die de minderjarigen die week zal hebben de minderjarigen om 14.00 uur bij de andere ouder ophalen.
2.6.
Sinds november 2025 wordt geen uitvoering meer gegeven aan de zorgregeling, zoals bepaald in de beschikking van 31 mei 2024.

3.Het geschil in conventie en in reconventie

In conventie:
3.1.
De vrouw vordert:
I. de zorgregeling in de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 31 mei 2024 voorlopig te wijzigen en een voorlopige zorgregeling te bepalen inhoudende dat de minderjarigen één weekend per veertien dagen bij de man verblijven, van vrijdag na school tot en met maandag naar school, waarbij hij de minderjarigen ophaalt op vrijdag en maandag naar school brengt, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen regeling, voor zover deze in het belang van de minderjarigen wordt geacht;
II. aan de vrouw toestemming te verlenen, welke toestemming die van de man vervangt, om de minderjarige [voornaam minderjarige 1] vanaf het nieuwe schooljaar in te schrijven op het Grafisch Lyceum te Rotterdam;
III. aan de vrouw toestemming te verlenen, welke toestemming die van de man vervangt, om de minderjarige [voornaam minderjarige 2] vanaf het nieuwe schooljaar in te schrijven op de basisschool de Gouden Griffel te Rotterdam;
IV. aan de vrouw toestemming te verlenen, welke toestemming die van de man vervangt, zodat de vrouw de medische behandeling voor de minderjarige [voornaam minderjarige 1] naar ADD kan laten voortzetten;
V. aan de vrouw toestemming te verlenen, welke toestemming die van de man vervangt, zodat de vrouw met de minderjarigen van 21 tot 23 augustus 2026 kan reizen naar Antwerpen, België;
VI. de man te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris advocaat en het griffierecht inbegrepen.
3.2.
De man voert verweer met veroordeling van de vrouw in de proceskosten van de man, te betalen binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.
In reconventie:
3.3.
De man vordert – samengevat weergegeven – in reconventie:
aan de man toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vrouw vervangt, om de minderjarige [voornaam minderjarige 1] in te schrijven op het Rotterdams Vakcollege de Hef te Rotterdam;
de vrouw te veroordelen tot afgifte van de inloggegevens van de DigiD-accounts van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , aan de man binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de vrouw het vonnis niet nakomt tot een maximum van € 100.000,-;
de zorgregeling voorlopig te wijzigen, althans te bepalen dat een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld waarbij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de man zullen verblijven:
  • de eerste twee maanden na de uitspraak in onderhavige zaak: de minderjarigen zullen in de even weken op zaterdag vanaf 10.00 uur tot 16.00 uur bij de man verblijven. De man zal de minderjarigen ophalen en brengen;
  • de derde en vierde maand na uitspraak in onderhavige zaak: de minderjarigen zullen in de even weken op vrijdag na school tot en met zaterdagavond 20.00 uur bij de man verblijven. De man zal de minderjarigen ophalen en brengen.
4. de vrouw te veroordelen in de proceskosten van de man, te betalen binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.
3.4.
De vrouw voert verweer, met veroordeling van de man in reconventie in de kosten van deze procedure.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.
Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie zullen de vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
4.2.
Zorgregeling
4.2.1.
De over en weer gedane vorderingen (vordering I van de vrouw en vordering 3 van de man) strekken tot wijziging van de zorgregeling.
Spoedeisend belang
4.2.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat partijen daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
4.2.3.
Sinds november 2025 wordt geen uitvoering meer gegeven aan de zorgregeling, zoals bepaald in de beschikking van 31 mei 2024. De spoedeisendheid is gelegen in de aard van de vorderingen. De voorzieningenrechter gaat over tot de materiële beoordeling van de vorderingen.
Inhoudelijke beoordeling
4.2.4.
Sinds december 2025 verblijven de minderjarigen volledig bij de vrouw. De man heeft de zorgregeling voor [voornaam minderjarige 1] in november 2025 tijdelijk willen stopzetten, omdat de vader-zoonrelatie met [voornaam minderjarige 1] te lijden had onder de verstoorde ouderrelatie en het onderlinge wantrouwen tussen partijen. [voornaam minderjarige 2] heeft in december 2025 aangegeven niet meer bij de man te willen verblijven, omdat [voornaam minderjarige 1] niet meer meeging naar de man. Het laatste contact tussen de man en de minderjarigen is geweest op 25 december 2025. Partijen zijn het erover eens dat er zo snel mogelijk weer contact moet zijn tussen de man en de minderjarigen en dat de co-ouderschapsregeling niet meer passend is voor de minderjarigen, zodat daarmee sprake is van een wijziging van omstandigheden. Zij zijn het erover eens dat een weekendregeling beter past bij de minderjarigen en dat daar stapsgewijs naartoe moet worden gewerkt. Over hoe de opbouw van het contact en hoe de weekendregeling er uiteindelijk uit zou moeten zien, verschillen zij nog van mening. De voorzieningenrechter zal hierover een beslissing nemen.
4.2.5.
Voorop staat dat het contact tussen de man en de minderjarigen zorgvuldig moet worden opgebouwd, omdat het vertrouwen tussen hen als gevolg van de abrupte contactbreuk is beschadigd. [voornaam minderjarige 1] heeft ADD en daardoor een grote behoefte aan voorspelbaarheid, structuur en een prikkelarme omgeving. Juist daarom acht de voorzieningenrechter een langzame opbouw in drie kleinere stappen, zoals de man vordert, het meest in zijn belang. Dit biedt de man en de minderjarigen een bredere basis om het vertrouwen in elkaar te hervinden en de vader-zoonband te herstellen. Voorkomen moet worden dat het contact opnieuw verbroken wordt doordat te snel wordt opgebouwd.
4.2.6.
Partijen zijn het erover eens dat de minderjarigen de eerste twee maanden na dit vonnis in de even weken op zaterdag van 10.00 uur tot 16.00 uur bij de man verblijven, waarbij de man de minderjarigen zal ophalen en brengen.
4.2.7.
Omdat onvoldoende duidelijk is of hierover overeenstemming bestaat, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de minderjarigen vervolgens gedurende de derde en vierde maand na dit vonnis in de even weken van vrijdag na school tot zaterdagmiddag 16.00 uur bij de man verblijven. De man zal de minderjarigen ophalen en brengen.
4.2.8.
Partijen verschillen van mening over hoe de zorgregeling er uiteindelijk, vanaf de vijfde maand na de uitspraak, uit zou moeten zien. De vrouw stelt voor dat wordt toegewerkt naar een weekendregeling van vrijdag uit school tot en met maandag naar school. De man werkt zo nu en dan op zondag en stelt daarom een weekendregeling voor waarbij de minderjarigen van donderdag na school tot en met zaterdagavond bij hem verblijven.
4.2.9.
Tot voor kort verbleven de minderjarigen een volledige week bij de man. Deze regeling is vrij abrupt stopgezet door de man, waardoor de zorg voor de minderjarigen van het een op het andere moment volledig bij de vrouw terecht is gekomen. De vrouw heeft hierover verklaard dat zij haar werk van het een op het andere moment hierop heeft moeten afstemmen en dat ook voor haar geldt dat zij sommige weekenddagen werkt.
4.2.10.
Met de vrouw verlangt de voorzieningenrechter van de man dat hij zich inzet een volledig weekend voor de minderjarigen beschikbaar te zijn, dus ook om de week op zondag. De zorg en opvoeding van de minderjarigen is een gedeelde verantwoordelijkheid van beide ouders. Zij hebben hierin een verantwoordelijkheid naar de minderjarigen om beschikbaar te zijn, maar ook naar elkaar in hun gedeeld ouderschap om elkaar te ondersteunen en te ontlasten in het ouderschap. Van de man mag verwacht worden dat hij zijn prioriteit bij de minderjarigen legt en zijn werkzaamheden afstemt op de zorg voor de minderjarigen. Gelet op de opbouw heeft de man hier ook voldoende tijd voor. De minderjarigen zullen dan ook vanaf vijf maanden na dit vonnis in de even weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man verblijven. Op deze wijze vindt de overdracht plaats via school, wat in het belang van de minderjarigen is.
4.3.
Vervangende toestemming inschrijving school [voornaam minderjarige 1]
4.3.1.
De vrouw vordert onder II vervangende toestemming om [voornaam minderjarige 1] in te schrijven op het Grafisch Lyceum Rotterdam.
4.3.2.
De man vordert in reconventie onder 1 vervangende toestemming om [voornaam minderjarige 1] in te schrijven op het Rotterdams Vakcollege de Hef.
Spoedeisend belang
4.3.3.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen. Partijen verschillen van mening over de inschrijving van [voornaam minderjarige 1] op een middelbare school voor aankomend schooljaar. Daarmee is sprake van een voldoende spoedeisend belang.
Inhoudelijke beoordeling
4.3.4.
Hoewel blijkens de tekst van de wet en de wetsgeschiedenis vervangende toestemming bij verzoekschrift moet worden gevraagd aan de kinderrechter, zullen de vrouw en de man, om proceseconomische redenen en vanwege het spoedeisend karakter van de zaak toch in hun vorderingen worden ontvangen, waarop de voorzieningenrechter tevens in zijn hoedanigheid van kinderrechter zal beslissen.
4.3.5.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij de beoordeling het belang van de minderjarige centraal staat. Partijen hebben allebei de voor hen zwaarwegende feiten en omstandigheden aangevoerd waarom de minderjarige naar de school van hun keuze zou moeten gaan. De voorzieningenrechter acht beide scholen passend en geschikt voor [voornaam minderjarige 1] . [voornaam minderjarige 1] zal vooral vanuit de woning van de vrouw naar school gaan en beide scholen zijn in Rotterdam. Beide scholen hebben aandacht voor kinderen met bepaalde hulpvragen zoals ADD. Van doorslaggevend belang acht de voorzieningenrechter dat [voornaam minderjarige 1] enthousiast is over het Grafisch Lyceum naar aanleiding van de open dag. [voornaam minderjarige 1] is met de vrouw naar de open dag van het Grafisch Lyceum gegaan en heeft een creatieve toelatingsopdracht gemaakt en is aangenomen. De voorzieningenrechter acht dit van groot belang voor [voornaam minderjarige 1] , niet alleen omdat het gaat om zijn schoolcarrière en zijn stem daarin meetelt, maar ook omdat hij met ADD juist de behoefte heeft om te weten wat hij kan verwachten om zich prettig te voelen. De voorzieningenrechter hecht zwaar aan de kennelijke voorkeur van [voornaam minderjarige 1] voor het Grafisch Lyceum Rotterdam. Dat de man zich zorgen maakt dat deze school ‘te creatief’ gericht is, acht de voorzieningenrechter daaraan ondergeschikt.
4.3.6.
De voorzieningenrechter zal daarom de vordering van de vrouw toewijzen, onder afwijzing van de vordering in reconventie van de man.
4.4.
Vervangende toestemming medische behandeling [voornaam minderjarige 1]
4.4.1.
De vrouw vordert onder IV haar vervangende toestemming te verlenen, zodat de vrouw de medische behandeling voor de minderjarige [voornaam minderjarige 1] naar ADD kan laten voortzetten. Meer specifiek gaat het om hulpverlening via Youz in Rotterdam.
4.4.2.
De man voert verweer.
Spoedeisend belang
4.4.3.
[voornaam minderjarige 1] is gediagnosticeerd met ADD en heeft hiervoor, daar zijn partijen het over eens, behandeling nodig. Partijen zijn het eens over waar [voornaam minderjarige 1] de behandeling zal krijgen, zodat spoedeisend belang van de vordering is gegeven.
Inhoudelijke beoordeling
4.4.4.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen in gesprek zijn geweest bij Hink Stap Sprong in Spijkenisse over behandeling van [voornaam minderjarige 1] en vervolgens in verband met de financiering zijn doorverwezen naar Youz in Rotterdam. De man weigert zijn toestemming te verlenen voor aanmelding van [voornaam minderjarige 1] bij Youz, omdat het traject bij Hink Stap Sprong moet worden voortgezet. De man stelt dat omdat begonnen is bij Hink Stap Sprong, dit onder de huidige financiering gecontinueerd kan worden.
4.4.5.
Omdat [voornaam minderjarige 1] zijn hoofdverblijf bij de vrouw in Rotterdam heeft en de hulpverlening zal worden gefinancierd door de gemeente waar hij staat ingeschreven, zal de voorzieningenrechter de vrouw toestemming verlenen om [voornaam minderjarige 1] aan te melden voor hulpverlening voor ADD bij Youz in Rotterdam.
4.5.
Vervangende toestemming weekend Antwerpen
4.5.1.
De vrouw vordert onder V om haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen van 21 t/m 23 augustus 2026 naar Antwerpen, België, te kunnen reizen.
4.5.2.
De man voert verweer.
Spoedeisend belang
4.5.3.
Het spoedeisende belang vloeit voort uit de aard van de door de vrouw gevraagde voorziening. De voorzieningenrechter zal derhalve overgaan tot de materiële beoordeling.
Inhoudelijke beoordeling
4.5.4.
Tussen partijen is in geschil of het de vrouw moet worden toegestaan om met de minderjarigen in augustus een weekend naar Antwerpen te gaan. De man wil zijn toestemming alleen verlenen indien de vrouw hem inzage geeft in de inloggegevens van de DigiD van de minderjarigen.
4.5.5.
De voorzieningenrechter zal deze vordering van de vrouw toewijzen. Uit niets blijkt dat een weekend weg naar Antwerpen niet in het belang van de minderjarigen is.
4.6.
Afgifte inloggegevens DigiD van de minderjarigen
4.6.1.
De man vordert onder 2 de vrouw te veroordelen tot afgifte van de inloggegevens van de DigiD-accounts van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , aan de man binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de vrouw het vonnis niet nakomt tot een maximum van
€ 100.000,-.
4.6.2.
Ten aanzien van de vordering van de man omtrent de toegang tot de DigiD van de minderjarigen oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. Het past bij de gezamenlijke gezagsuitoefening door partijen dat de man toegang heeft tot de gegevens die via de DigiD van de minderjarigen zijn in te lezen. Tussen partijen is sprake van een groot wantrouwen over en weer. Dit maakt een gezamenlijke toegang tot de DigiD van de minderjarigen lastiger. De man stelt vooral belang te hebben bij inzage in de medische gegevens van de minderjarigen die beschikbaar zijn via DigiD. Hij vreest dat hij niet altijd volledig wordt geïnformeerd door de vrouw. De vrouw is bang dat als de man ook toegang tot de DigiD van de minderjarigen krijgt, hij dan misbruik zal maken van zijn bevoegdheid en gegevens in het portaal zal wijzigen.
4.6.3.
De voorzieningenrechter volgt de vrouw in haar stelling dat het niet mogelijk is om een tweede telefoonnummer te koppelen aan de DigiD van de minderjarigen. Dit betekent dat een verificatiecode die nodig is om in het DigiD-portaal te kunnen inloggen, alleen kan worden verstuurd naar het telefoonnummer van de vrouw. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de man, nu hij ook met het gezag over de minderjarigen is belast, ook toegang tot de DigiD van de minderjarigen moet krijgen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man toegezegd dat hij de toegang tot de DigiD van de minderjarigen alleen zal gebruiken om informatie in dit portaal te lezen en dat hij daarin geen informatie zal wijzigen. Ook wordt verwacht dat de man dit niet heel frequent doet omdat de noodzaak DigiD vaak te controleren niet bestaat. De voorzieningenrechter verwacht van de man dat hij de vrouw informeert wanneer hij toegang tot de DigiD van de minderjarigen wenst en dat de vrouw de man daarop de verificatiecode die zij op haar telefoonnummer ontvangt, verstrekt. Deze wijze van informatieverschaffing vraagt van partijen dat zij een modus vinden waarin zij op constructieve wijze afspraken met elkaar kunnen maken over de toegang tot de DigiD van de minderjarigen. De voorzieningenrechter zal de vordering van de man op de hiervoor omschreven wijze toewijzen.
4.6.4.
Gelet op het gesprek tijdens de mondelinge behandeling ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding een dwangsom op te leggen.
4.7.
Vervangende toestemming inschrijving school [voornaam minderjarige 2]
4.7.1.
De vrouw vordert onder III vervangende toestemming om [voornaam minderjarige 2] te laten inschrijven op een basisschool in Rotterdam, de Gouden Griffel.
4.7.2.
[voornaam minderjarige 2] gaat op dit moment naar een school in Spijkenisse. De vrouw wil [voornaam minderjarige 2] inschrijven op een school in Rotterdam, omdat de situatie is gewijzigd. Hij heeft zijn hoofdverblijf bij haar in Rotterdam en heeft daar ook het merendeel van zijn vrienden wonen. Zij acht het in zijn belang dat hij, net als [voornaam minderjarige 1] , naar een school kan gaan in Rotterdam. Er is geen reden meer om [voornaam minderjarige 2] in Spijkenisse naar school te laten gaan, terwijl geen van partijen meer daar woont. Volgens de vrouw staat de man nog wel ingeschreven in Spijkenisse, maar verblijft hij voornamelijk bij zijn vriendin in Hoogvliet-Rotterdam. De vrouw heeft geïnformeerd en er is voor komend schooljaar plek voor [voornaam minderjarige 2] bij de Gouden Griffel.
4.7.3.
De man is van mening dat deze vordering moet worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
4.7.4.
Uit de vorderingen die in deze procedure zijn gedaan, blijkt veel discussie tussen partijen over de verzorging en opvoeding van de minderjarigen en dat zij elkaar niet of nauwelijks vertrouwen. Belangrijke beslissingen over de minderjarigen, zoals de medische behandeling en inschrijving van school, worden niet genomen doordat partijen lijnrecht tegenover elkaar staan. Zij lijken elkaar niet meer te kunnen bereiken in het behartigen van de belangen van de minderjarigen. Partijen erkennen dat de minderjarigen lijden onder deze situatie, maar het lukt hen niet om deze impasse op eigen kracht te doorbreken.
4.7.5.
Hoewel een beslissing over de school van [voornaam minderjarige 2] minder haast heeft dan een beslissing over de school van [voornaam minderjarige 1] , acht de voorzieningenrechter het in het belang van [voornaam minderjarige 2] als hij duidelijkheid krijgt. Het verplaatsen van zijn woonomgeving naar door de weeks volledig bij de vrouw, de reisbewegingen en het verlies van binding met de (sociale) omgeving van zijn huidige school, maakt dat de voorzieningenrechter het in het belang van [voornaam minderjarige 2] acht als hij na de zomervakantie kan starten op een basisschool in de buurt van de woonomgeving van de vrouw. Dit zal geen afbreuk doen aan het contact met zijn vader, dat wordt immers weer opgestart en daarvan zal het zwaartepunt in het weekend liggen als hij vrij is. Door deze beslissing nu al te geven, kan ook [voornaam minderjarige 2] op zijn eigen tempo toewerken naar een afscheid op zijn huidige school en een start op de nieuwe basisschool.
4.7.6.
De voorzieningenrechter zal dan ook de vordering van de vrouw toewijzen.
4.8.
Proceskosten
4.8.1.
De voorzieningenrechter zal gelet op de aard van de procedure de proceskosten compenseren aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.Ten overvloede

5.1.
Zoals meermaals in dit vonnis doorklinkt, is het vertrouwen van ouders in elkaar laag en de communicatie tussen hen niet goed. De minderjarigen hebben daaronder te lijden. De voorzieningenrechter heeft overwogen een deelbeslissing aan te houden om partijen te verwijzen naar hulpverlening. De voorzieningenrechter acht het echter in het belang van de minderjarigen dat nu beslissingen op voornoemde vorderingen worden genomen. Het is echter ook in het belang van de minderjarigen en in het belang van partijen zelf als ouders leren elkaar weer als ouders te bereiken. Door voornoemde beslissingen te nemen, neemt de voorzieningenrechter deze strijdpunten tussen partijen weg. Daarmee hebben dus ook partijen daarover duidelijkheid. Daarmee hoopt de voorzieningenrechter dat voor partijen ruimte ontstaat om in gesprek te gaan over de wijze waarop zij met elkaar communiceren en in de toekomst beslissingen over de minderjarigen willen nemen.
5.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is gesproken over de mogelijkheid van deelname aan de onderzoeksmethode van de raad: 'Ouderschap in Overleg'. Omdat de voorzieningenrechter geen (deel)vordering zal aanhouden, kan de voorzieningenrechter partijen daar niet naar verwijzen. De voorzieningenrechter verwacht van partijen dat zij hulpverlening zoeken, bijvoorbeeld ouderschapsbemiddeling via het Wijkteam, zodat zij aan de slag gaan en een manier vinden om weer samen ouders te worden van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Het behoort tot hun ouderlijke verantwoordelijkheid samen te kunnen overleggen, hoe groot de verschillen soms ook lijken, over gezagsbeslissingen voor de minderjarigen.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter:
6.1.
wijzigt de bij beschikking van deze rechtbank van 31 mei 2024 vastgestelde regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in die zin dat die regeling thans voorlopig wordt vastgesteld als volgt:
  • gedurende de eerste twee maanden na de datum van dit vonnis verblijven de minderjarigen in de even weken op zaterdag van 10.00 uur tot 16.00 uur bij de man, waarbij de man de minderjarigen zal ophalen en brengen;
  • gedurende de derde en vierde maand na de datum van dit vonnis verblijven de minderjarigen in de even weken van vrijdag na school tot zaterdagmiddag 16.00 uur, waarbij de man de minderjarigen zal ophalen en brengen;
  • vanaf de vijfde maand na de datum van dit vonnis verblijven de minderjarigen in de even weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man,
waarbij de man de minderjarigen zal ophalen en brengen;
6.2.
verleent de vrouw vervangende toestemming om [voornaam minderjarige 1] aan te melden voor medische behandeling voor ADD bij Youz in Rotterdam;
6.3.
verleent de vrouw vervangende toestemming om [voornaam minderjarige 1] vanaf het schooljaar 2026-2027 in te schrijven op het Grafisch Lyceum te Rotterdam;
6.4.
verleent de vrouw vervangende toestemming om [voornaam minderjarige 2] vanaf het schooljaar 2026-2027 in te schrijven op basisschool de Gouden Griffel te Rotterdam;
6.5.
verleent de vrouw vervangende toestemming om van 21 augustus 2026 tot en met 23 augustus 2026 met de minderjarigen af te reizen naar Antwerpen, België, en aldaar ook te verblijven;
6.6.
bepaalt dat de onder 6.2., 6.3., 6.4. en 6.5. vervangende toestemmingen strekken tot vervanging van de vereiste toestemmingen van de man;
6.7.
bepaalt dat de vrouw de man toegang tot het DigiD-portaal van de minderjarigen verschaft op de wijze zoals in r.o. 4.6.3 is omschreven;
6.8.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.9.
wijst af het meer of anders verzochte;
6.10.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wierink en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.