Eiser, geboren in 1970 en houder van de Nederlandse en Roemeense nationaliteit, diende op 24 mei 2024 een aanvraag in voor een remigratievoorziening op grond van de Remigratiewet. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser op dat moment 54 jaar was, terwijl de wet een minimumleeftijd van 55 jaar vereist. Eiser voerde aan dat hij in 2014 voorbereidingen had getroffen om te remigreren en dat hij destijds onjuist was geadviseerd door de SVB of het Nederlands Migratie Instituut, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. Tevens stelde hij dat het evenredigheidsbeginsel was overtreden en dat de SVB de menselijke maat had moeten toepassen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er een toezegging of uitlating van de SVB was waarop hij redelijkerwijs mocht vertrouwen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom. Daarnaast is het leeftijdsvereiste van 55 jaar een dwingende wettelijke bepaling, waardoor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet mogelijk is, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De wetsgeschiedenis bevestigt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een harde leeftijdsgrens. Het feit dat eiser minder dan een jaar jonger was dan de grens, leidt niet tot een andere uitkomst. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.