Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6014

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717170 / KG ZA 26-301
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verkoop en levering van woning aan derde na echtscheiding

De vrouw vordert in kort geding machtiging om het appartementsrecht aan een derde te verkopen en de hypothecaire lening af te lossen, met uitsluiting van de man. De man verschijnt niet, waardoor verstek wordt verleend.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van de vrouw volgt uit de noodzaak om de reeds verkochte woning snel notarieel over te dragen. Uit de stukken blijkt dat tijdens het huwelijk de vrouw de woning heeft gekocht en dat bij de echtscheiding de bedoeling was dat zij de enige eigenares zou worden, bevestigd door een verklaring van de man.

De vordering wordt daarom toegewezen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, conform het uitgangspunt bij ex-echtgenoten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vrouw wordt gemachtigd om de woning te verkopen en te leveren aan een derde, met compensatie van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/717170 / KG ZA 26-301
Vonnis in kort geding van 13 mei 2026
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. J.A.M. van de Sande,
tegen
[gedaagde],
zonder bekend woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
gedaagde partij,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 30 maart 2026, met bijlagen I tot en met V;
  • de mondelinge behandeling op 7 mei 2026.

2.De vordering

2.1.
De vrouw vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, haar te machtigen – met uitsluiting van de man – om het appartementsrecht staande en gelegen aan de [adres] [woonplaats] te gelde te maken en daartoe deze woning te verkopen en te leveren aan een derde en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening af te lossen, met compensatie van de proceskosten.

3.De beoordeling

3.1.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de man. De man is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.
3.2.
Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering volgt uit haar stellingen in de dagvaarding. De woning is al verkocht en de vrouw moet de woning op een zo kort mogelijke termijn notarieel overdragen aan de kopers.
3.3.
Uit de stukken blijkt dat de vrouw de woning destijds – tijdens het huwelijk van partijen – heeft gekocht en dat het ten tijde van de echtscheiding de bedoeling van partijen is geweest dat de vrouw in haar eentje eigenares van de woning zou worden. Dit blijkt in het bijzonder uit een verklaring van de man. [1] Gelet hierop komt de vordering de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. De vordering wordt om die reden toegewezen. [2]
3.4.
Het uitgangspunt in zaken tussen ex-echtgenoten is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De vrouw heeft dat ook niet gevorderd. De proceskosten worden dus gecompenseerd.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
machtigt de vrouw om het appartementsrecht staande en gelegen aan de [adres] [woonplaats] te gelde te maken en daartoe deze woning te verkopen en te leveren aan een derde en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening af te lossen;
4.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
3349 / 1694

Voetnoten

1.Bijlage III van de vrouw.
2.Artikel 139 Rv Pro.