Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6017

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
C/10/718355 / KG ZA 26-373
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:174 lid 1 BWArt. 3:300 lid 1 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verkoop effectenportefeuille voor afwikkeling nalatenschap na langdurige vertraging

De zaak betreft een erfrechtgeschil tussen de enige erfgenamen van hun moeder, waarbij een effectenportefeuille onderdeel is van de nalatenschap. De afwikkeling van de nalatenschap duurt inmiddels circa twaalf jaar, wat aanleiding geeft tot spoedeisend belang bij verkoop van de effectenportefeuille.

Van Amerongen Bewindvoering B.V., als bewindvoerder namens een erfgenaam, vordert machtiging om de effectenportefeuille te gelde te maken en gedaagde te veroordelen tot medewerking aan de verkoop. Gedaagde heeft geen inhoudelijk bezwaar tegen verkoop, maar wil eerst duidelijkheid over notariskosten die hij te hoog acht.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van spoedige afwikkeling zwaarder weegt dan het belang van gedaagde om eerst duidelijkheid te verkrijgen. Daarom wordt de machtiging tot verkoop toegekend en gedaagde veroordeeld tot medewerking en betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank machtigt de verkoop van de effectenportefeuille en veroordeelt gedaagde tot medewerking en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/718355 / KG ZA 26-373
Vonnis in kort geding van 21 mei 2026
in de zaak van
VAN AMERONGEN BEWINDVOERING B.V.,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam 1] ,
vestigingsplaats: Alkmaar,
eisende partij,
advocaat: mr. J. de Haan,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde partij,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna Van Amerongen q.q. en [gedaagde] genoemd. De onder bewind gestelde persoon wordt hierna [naam 1] genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
[gedaagde] en [naam 1] zijn enig erfgenamen van hun op 5 januari 2014 overleden moeder. Een onderdeel van de nalatenschap van de moeder is een effectenportefeuille. Ondanks herhaalde verzoeken van de advocaat van Van Amerongen q.q. geeft [gedaagde] geen toestemming om die portefeuille te gelde te maken. Daarom vordert Van Amerongen q.q. – kort gezegd –
primairdat zij wordt gemachtigd om de effectenportefeuille te gelde te maken en
subsidiairdat [gedaagde] wordt veroordeeld om mee te werken aan de verkoop van de effectenportefeuille. [gedaagde] voert verweer. De voorzieningenrechter wijst de primaire vordering van Van Amerongen q.q. toe. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 28 april 2026, met bijlagen 1 tot en met 8;
  • de aanvullende bijlagen 9 en 10 van Van Amerongen q.q.;
  • de e-mail van 5 mei 2026 om 12:49 uur van [gedaagde] , met bijlagen 1 tot en met 9;
  • de e-mail van 5 mei 2026 om 20:05 uur van [gedaagde] , met bijlage 10;
  • de mondelinge behandeling op 7 mei 2026.

3.De vorderingen

3.1.
Van Amerongen q.q. vordert – na wijziging van haar vorderingen – om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
Van Amerongen q.q. op grond van artikel 3:174 BW Pro lid 1 te machtigen de effectenportefeuille namens de gemeenschap te gelde te maken, althans de notaris opdracht te mogen geven om tot verkoop over te gaan en de opbrengst daarvan in de nalatenschap te doen vloeien om de verdeling van de nalatenschap vervolgens te kunnen afwikkelen;
subsidiair
[gedaagde] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zijn volledige, onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking te verlenen aan de verkoop en liquidatie van de tot de nalatenschap van wijlen zijn moeder, mevrouw [naam 2] behorende effectenportefeuille bij ABN AMRO Bank en/of ING Bank, althans bij de bank waar deze effectenportefeuille bij is ondergebracht, waaronder begrepen het geven van alle benodigde opdrachten, toestemmingen, verklaringen en instructies aan deze notaris;
[gedaagde] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis alle formulieren, instructies en overige documenten te ondertekenen die voor die verkoop en afwikkeling noodzakelijk zijn;
te bepalen dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW Pro lid 1 in de plaats treedt van de voor verkoop van de betreffende effectenportefeuille vereiste toestemming, verklaring, opdracht, instructie en/of handtekening van [gedaagde] , voor zover dit vereist is als [gedaagde] niet binnen de hiervoor aangegeven termijn van 24 uur voldoet aan het hiervoor onder 3. gevorderde;
verder, voor zover nodig
te bepalen dat het notariskantoor [bedrijf] te Rotterdam bevoegd is uitvoering te geven aan dit vonnis zonder verdere medewerking van [gedaagde] ;
[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis.

4.De beoordeling

Het toetsingskader in een kort geding
4.1.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet daarom beoordelen of de eisende partij ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Verder moet de voorzieningenrechter in dit kort geding beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing daarvan gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter moet bij dat alles ook een belangenafweging maken.
De effectenportefeuille moet worden verkocht
4.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder inmiddels zo’n twaalf jaar duurt, terwijl de nalatenschap door het Gerechtshof Den Haag als “
zeer overzichtelijk” is gekwalificeerd. [1] Het wordt dan ook (hoog) tijd dat de nalatenschap nu volledig wordt afgewikkeld. Deze rechtbank heeft met het oog daarop in een verstekvonnis van 19 juni 2024 gelast dat dat de (resterende) erfenis van de moeder bij helfte (50/50) gedeeld wordt door [gedaagde] en [naam 1] . [2] Deze beslissing is blijkbaar onvoldoende om ook tot verkoop van de tot de nalatenschap van moeder behorende effectenportefeuille te komen, terwijl de verkoop daarvan wel nodig is om de nalatenschap volledig te kunnen afwikkelen.
4.3.
[gedaagde] voert op zich geen bezwaar aan tegen de verkoop van de effectenportefeuille, maar hij wil dat eerst duidelijkheid komt over de bedragen die verschillende notarissen in rekening hebben gebracht voor het afwikkelen van de nalatenschap van de moeder (en die in de ogen van [gedaagde] te hoog zijn). Dat is echter geen reden om de verkoop van de effectenportefeuille tegen te houden. Van Amerongen q.q. heeft er gelet op de duur van de afwikkeling van de nalatenschap spoedeisend belang bij dat die portefeuille zo snel mogelijk wordt verkocht. Het belang van Van Amerongen q.q. – gelegen in de financiële belangen van [naam 1] – bij een zo spoedig mogelijke afwikkeling van de nalatenschap weegt verder zwaarder dan het belang van [gedaagde] om eerst duidelijkheid te krijgen over de in rekening gebrachte bedragen. [gedaagde] kan over de door de verschillende notarissen in rekening gebrachte bedragen desgewenst (opnieuw) contact met hen opnemen.
De conclusie
4.4.
Het voorgaande brengt mee dat de primaire vordering van Van Amerongen q.q. op grond van artikel 3:174 lid 1 BW Pro wordt toegewezen. [naam 1] wordt, bij monde van Van Amerongen q.q., gemachtigd om de effectenportefeuille namens de gemeenschap te gelde te maken. Hiermee kan de notaris (te weten: [bedrijf] in Rotterdam) opdracht worden gegeven om tot verkoop daarvan over te gaan en de opbrengst daarvan in de nalatenschap te doen vloeien, met als doel de verdeling van de nalatenschap vervolgens te kunnen afwikkelen. Aan de subsidiaire vorderingen wordt niet toegekomen.
De vordering onder 5. wordt afgewezen. Die vordering is ingesteld “
voor zover nodig” en Van Amerongen q.q. heeft niet uitgelegd welk belang zij bij toewijzing van die vordering heeft naast toewijzing van de primaire vordering.
[gedaagde] moet de proceskosten van Van Amerongen q.q. betalen
4.5.
[gedaagde] en [naam 1] (de materiële procespartijen) zijn familie van elkaar. In zaken tussen familieleden kunnen de proceskosten worden gecompenseerd en dat wordt ook vaak gedaan. Dit betekent dat iedere partij dan de eigen proceskosten moet betalen.
De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak echter aanleiding om de kosten niet op deze manier te compenseren maar om [gedaagde] in de kosten van Van Amerongen q.q. te veroordelen. [gedaagde] is herhaaldelijk verzocht om zijn medewerking te verlenen aan de verkoop van de effectenportefeuille, maar hij heeft die medewerking zonder goede reden niet verleend. Hij heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen de verkoop geuit. Van Amerongen q.q. is daardoor opnieuw gedwongen geweest een procedure te starten om tot volledige afwikkeling van de nalatenschap van de moeder te kunnen komen. Het is dan ook redelijk dat [gedaagde] nu de proceskosten (inclusief nakosten) van Van Amerongen q.q. moet betalen. De proceskosten van Van Amerongen q.q. worden begroot op:
- dagvaarding € 153,02
- griffierecht € 93,00
- salaris advocaat € 760,00 (forfaitair tarief eenvoudige zaak)
- nakosten €
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.195,02
4.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
machtigt [naam 1] , bij monde van Van Amerongen q.q., om de effectenportefeuille namens de gemeenschap te gelde te maken;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.195,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.
3349 / 1694

Voetnoten

1.Gerechtshof Den Haag 14 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:767, overweging 6.
2.Niet gepubliceerd op rechtspraak.nl, maar bekend onder zaaknummer C/10/675195 / HA ZA 24-216.