Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6029

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
C/10/715675 / KG ZA 26-197
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:667 BWArt. 7:669 BWArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis over voortzetting en vereffening vennootschap onder firma na ontbinding

De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding tussen voormalige vennoten van een vennootschap onder firma (vof) die was ontbonden na beëindiging van hun affectieve relatie. Gedaagde had de bedrijfsactiviteiten voortgezet via een nieuw opgerichte BV, terwijl eiser vorderde dat de oude situatie zoveel mogelijk werd hersteld en hij weer toegang kreeg tot de bedrijfsvoering.

De voorzieningenrechter oordeelde dat gedaagde de voortzetting van de onderneming mocht voortzetten, omdat partijen niet de bedoeling hadden de onderneming te liquideren maar toe te bedelen aan gedaagde. Eiser had onvoldoende belang bij het behoud van de oude situatie en zijn vorderingen daartoe werden afgewezen. Wel werd geoordeeld dat eiser zich moet onthouden van verdere bemoeienis met de bedrijfsvoering, gezien de verslechterde verstandhouding.

In reconventie werden vorderingen van gedaagde tot overdracht van digitale toegang, het verbod op het verrichten van digitale handelingen door eiser en het regelen van toegang tot het camerasysteem en bedrijfslocatie deels toegewezen. Andere vorderingen, zoals een contactverbod met personeel en afgifte van een auto, werden afgewezen. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en kent gedaagde deels gelijk in haar vorderingen tot overdracht van digitale toegang en ontzegging van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/715675 / KG ZA 26-197
Vonnis in kort geding van 2 april 2026
in de zaak van
[man],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaten: mr. F.F.G. Bholai en mr. J. Thiele,
tegen

1.[vrouw] ,

wonende te [woonplaats 2] ,
2.
[naam bedrijf] B.V.,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
advocaten: mr. F.C.M. Nuiten en mr. M.M. van Straten,
Partijen worden hierna [man] , [vrouw] en [naam bedrijf] genoemd. [vrouw] en [naam bedrijf] worden gezamenlijk (in vrouwelijk enkelvoud) [gedaagden] genoemd.
De zaak in het kort
[man] en [vrouw] zijn vennoten van een vennootschap onder firma die is ontbonden door opzegging door [vrouw] . [vrouw] heeft de bedrijfsactiviteiten feitelijk voortgezet. [man] heeft vorderingen ingesteld om te bewerkstelligen dat de situatie van de vof wordt teruggebracht naar hoe die was ten tijde van de opzegging en om weer toegang tot de bedrijfsvoering van de vof te krijgen. [vrouw] wil dat [man] geen invloed meer kan uitoefenen op de bedrijfsvoering en heeft daartoe vorderingen ingesteld. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [man] af en de vorderingen van [vrouw] deels toe. Partijen hebben daarnaast vorderingen ingesteld die strekken tot de vereffening en verdeling van de vof of de voorbereiding daarvan. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen af.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 6 maart 2026 met producties 1 tot en met 28;
- de akte van [gedaagden] met een eis in reconventie en producties 1 tot en met 11;
- de akte overlegging producties van [man] met producties 29 en 30;
- de mondelinge behandeling van 16 maart 2026;
- de pleitaantekeningen van [man] ;
- de spreekaantekeningen van [gedaagden]

2.De feiten

2.1.
[vrouw] is in 2008 een eenmanszaak gestart op het gebied van uiterlijke verzorging. Omstreeks 2015 kreeg zij een affectieve relatie met [man] .
2.2.
[man] en [vrouw] hebben op 1 mei 2019 een vennootschap onder firma (hierna: de vof) opgericht, waarbij [vrouw] haar eenmanszaak heeft ingebracht. De vof is aangegaan voor onbepaalde tijd. Partijen hebben de gemaakte afspraken niet schriftelijk vastgelegd.
2.3.
De affectieve relatie tussen partijen is begin 2025 geëindigd. [vrouw] heeft bij e-mail van 1 december 2025 de vof opgezegd. De vof is daarna ontbonden.
2.4.
[vrouw] heeft de bedrijfsactiviteiten die eerder binnen de vof plaatsvonden na de opzegging voortgezet. [vrouw] heeft daartoe op 17 december 2025 [naam bedrijf] opgericht. De activiteiten worden voortgezet met gebruik van onder meer de website, digitale systemen, het bedrijfspand en het personeel van de vof.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[man] vordert – kort samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagden] veroordeelt om:
diverse bedragen (terug) te betalen op de rekening van de vof;
de inkomstenstromen van de vof te herstellen;
de boekhouder van de vof te instrueren volledige medewerking te verlenen aan het verschaffen van informatie aan [man] ;
[man] toegang te verschaffen tot de communicatiemiddelen van de onderneming;
het camerasysteem op de bedrijfslocatie van de vof operationeel te houden.
3.2.
[gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [man] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [man] in de kosten van deze procedure.
in reconventie
3.3.
[gedaagden] vordert – kort samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
[man] veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis alle logingegevens, wachtwoorden en toegangscodes van alle digitale systemen, te weten de website, het CMS, het one.com-account, de e-mailaccounts, het kassasysteem en het boekhoudpakket en alle financiële administratiesystemen die toebehoren aan of worden gebruikt door de vof aan [vrouw] over te dragen;
[man] veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de domeinnaam van de vof-website alsmede alle informatie betreffende de hosting en de bijbehorende digitale infrastructuur over te dragen aan [vrouw] ;
[man] verbiedt om enige digitale handeling te verrichten die ertoe strekt digitale middelen van de vof buiten werking te stellen, te beschadigen, te versleutelen of anderszins ontoegankelijk te maken voor [vrouw] ;
[man] veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het camerasysteem in de salon buiten gebruik te stellen dan wel te bewerkstelligen dat [vrouw] als enige of als gelijkwaardig bevoegd beheerder toegang krijgt tot het camerasysteem, alsmede alle reeds opgeslagen beelden aan [vrouw] ter beschikking te stellen;
[man] veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis alle sleutels, toegangspassen en overige toegangsmiddelen tot de bedrijfslocatie van de vof aan [vrouw] ter hand te stellen;
[man] verbiedt om zonder voorafgaande schriftelijke aankondiging van minimaal 48 uur de bedrijfslocatie te betreden, anders dan in het kader van een uitdrukkelijk voorafgaand schriftelijk overeengekomen vereffeningshandeling op straffe van een dwangsom;
[man] verbiedt om personeel van de vof of [naam bedrijf] direct of indirect onder druk te zetten, hen te benaderen over de inhoud van deze procedure of anderszins te beïnvloeden;
[man] veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis alle administratie van de vof aan [vrouw] ter beschikking te stellen;
[man] veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis rekening en verantwoording af te leggen over het door hem gevoerde beheer over de financiën en digitale systemen van de vof gedurende de periode 2019 tot 1 december 2025, door middel van een gespecificeerd en gedocumenteerd overzicht van alle onttrekkingen, betalingen en mutaties die hij heeft verricht of waartoe hij opdracht heeft gegeven;
[man] veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een gespecificeerd kasreconstructieoverzicht te overleggen van alle kasopnames en kasmutaties over de periode 2023 tot en met 2026, voorzien van bewijsstukken;
[man] veroordeelt om binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan het opstellen van de slotbalans en de kapitaalrekeningen per peildatum 1 december 2025, door het tijdig aanleveren van alle daarvoor benodigde gegevens en bescheiden aan de door partijen aan te wijzen accountant of boekhouder;
[man] veroordeelt om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het opstellen en ondertekenen van een vereffeningsprotocol, inhoudende een tijdpad voor de vereffening, de aanwijzing van een neutrale accountant en de afspraken omtrent het beheer van de boedel gedurende de vereffening;
[man] veroordeelt om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het inplannen van een gezamenlijk vereffeningsgesprek in aanwezigheid van de advocaten van beide partijen, gericht op het vaststellen van een tijdpad voor de vereffening en de slotbalans;
voor zover de waarde van de onderneming in geschil is, beveelt dat een onafhankelijk deskundige wordt benoemd ter waardering van de ondernemingsgebonden componenten;
[man] veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis alle door hem bij derden, waaronder administrateurs, accountants en softwareleveranciers, opgelegde blokkades op administratieve overdrachten en exports ongedaan te maken, en alle derden die daarvoor medewerking behoeven daartoe schriftelijk te instrueren;
[man] verbiedt om derden — waaronder crediteuren, leveranciers, accountants en bankinstellingen — te instrueren of te bewegen tot het blokkeren van informatie-uitwisseling met of medewerking aan [vrouw] , en wordt veroordeeld om reeds opgelegde blokkades onmiddellijk in te trekken;
[man] verbiedt om zonder voorafgaande schriftelijke instemming van [vrouw] eenzijdig onttrekkingen te doen van enige bankrekening of spaarpot op naam van de vof;
[man] verbiedt om zonder voorafgaande schriftelijke instemming van [vrouw] eenzijdige wijzigingen aan te brengen in de instellingen van het CCV-kassasysteem of de pinautomaten van de vof;
[man] veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de zakelijke auto die op naam van de vof staat geregistreerd inclusief alle bijbehorende papieren en sleutels, aan [vrouw] af te geven;
voor het geval de voorzieningenrechter in conventie een bevel oplegt tot herstel van de oude situatie of enige daarmee vergelijkbare voorziening: [man] gelijktijdig veroordeelt om alle door hem veroorzaakte benadeling van de boedel ongedaan te maken, alle blokkades op informatie en administratie in te trekken en alle door hem eenzijdig na 1 december 2025 gedane onttrekkingen terug te storten op de vof-rekening dan wel volledig schriftelijk te verantwoorden binnen dezelfde termijn als die aan [man] wordt opgelegd.
3.4.
[man] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagden] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

Samenhang vorderingen
4.1.
De vorderingen in conventie en reconventie worden gezamenlijk behandeld gelet op hun samenhang.
Toetsingskader
4.2.
Bij de beoordeling van een vordering in kort geding is van belang of de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoedeisend belang heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten en hoe aannemelijk het is dat de eis in een bodemprocedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat eisende partij heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor gedaagde als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
Spoedeisend belang
4.3.
De vordering die [man] in conventie onder 3 heeft ingesteld en de vorderingen die [gedaagden] in reconventie onder 1, voor zover het toegang tot de boekhouding en de financiële administratiesystemen betreft, en onder 8 tot en met 16 heeft ingesteld hebben betrekking op de vereffening en verdeling van de vof of voorbereidende handelingen daartoe. Deze vorderingen worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. De enkele omstandigheid dat partijen tot een spoedige start van de vereffening en verdeling wensen te komen, maakt niet dat niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Partijen hebben niet of onvoldoende toegelicht welk ander spoedeisend belang zij bij deze vorderingen zouden hebben.
[vrouw] mag de ondernemingsactiviteiten voortzetten
4.4.
Niet in geschil is dat [vrouw] feitelijk de ondernemingsactiviteiten van de vof heeft voortgezet onder dezelfde naam, met gebruikmaking van dezelfde website, hetzelfde bedrijfspand, personeel en dezelfde goederen van de vof. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de feitelijke voortzetting van de ondernemingsactiviteiten door [vrouw] onrechtmatig is jegens [man] . [man] heeft in dit kader aangevoerd dat een (wettelijke) grondslag voor die voortzetting ontbreekt. [vrouw] stelt dat voortzetting van de activiteiten geen uitstel kan lijden, omdat dit noodzakelijk is om (verdere) schade aan het bedrijfsvermogen te voorkomen.
4.5.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het [vrouw] is toegestaan om de bedrijfsactiviteiten voort te zetten. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.6.
Het uitgangspunt bij de ontbinding van een vof is dat deze moet worden vereffend. Dit betekent dat lopende zaken worden afgewikkeld, de schulden worden betaald, vorderingen worden geïnd en activa te gelde worden gemaakt. Hiervoor geldt als peildatum de datum van ontbinding van de vof. Deze wijze van afwikkeling kan achterwege blijven wanneer de vennoten een voortzettingsbeding zijn overeengekomen of na de ontbinding alsnog overeenstemming bereiken over de voortzetting van de onderneming van de vof door één van de vennoten. In het onderhavige geval ontbreekt een vof-akte en dus is er geen voortzettingsbeding overeengekomen. Dit betekent dat er vereffend en verdeeld moet worden. In beginsel is het [vrouw] dan ook niet toegestaan om daarop vooruitlopend de bedrijfsactiviteiten voort te zetten zonder instemming van [man] .
4.7.
De eisen van de redelijkheid en billijkheid kunnen echter met zich brengen dat een vennoot gehouden is na de ontbinding van een vof zijn medewerking te verlenen aan de voortzetting van de onderneming, ook wanneer dit een wijziging van de juridische vorm van de onderneming inhoudt. [1] Wanneer het bijvoorbeeld bij de vereffening niet de bedoeling is de onderneming te liquideren maar om deze aan een (of meer) van de vroegere vennoten toe te delen, zijn de andere gewezen vennoten verplicht er aan mee te werken dat de onderneming tijdens de liquidatie blijft voortbestaan, opdat een levensvatbaar bedrijf aan de voortzettende vennoot wordt toebedeeld. [2]
4.8.
Het is voldoende aannemelijk dat partijen niet de bedoeling hebben om de onderneming te liquideren, maar om deze (uiteindelijk) toe te bedelen aan [vrouw] . Uit de stellingen van partijen volgt dat het uitgangspunt is dat de bedrijfsactiviteiten worden voortgezet, maar dat enkel in geschil is op welke wijze dat precies zou moeten plaatsvinden. Hierbij is relevant dat [vrouw] de inhoudelijke werkzaamheden behorend bij een schoonheidssalon uitvoerde of onder haar leiding liet uitvoeren, waar [man] slechts een meer administratieve rol had. Verder volgt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie en uit hetgeen [man] heeft verklaard op de mondelinge behandeling dat [man] naar de kern genomen geen bezwaar heeft tegen de feitelijke voortzetting van de ondernemingsactiviteiten door [vrouw] , maar dat hij een (uittredings)vergoeding van [vrouw] wenst te ontvangen. [vrouw] heeft tot slot onweersproken gesteld dat zij alle lopende kosten met betrekking tot de voortzetting van de activiteiten voldoet, waaronder de huur van het bedrijfspand, zodat het niet aannemelijk is dat de feitelijke voortzetting tot benadeling van de vennoten leidt, terwijl wel aannemelijk is dat hiermee de onderneming in stand wordt gehouden tot het moment dat deze toebedeeld kan worden. Gelet op het voorgaande brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich dat [man] zal moeten gedogen dat [vrouw] de onderneming voortzet en waar nodig medewerking daaraan zal moeten verlenen.
[man] heeft onvoldoende belang bij behoud situatie bij opzegging
4.9.
De voortzetting van de bedrijfsactiviteiten heeft niet tot gevolg dat niet langer vereffend en verdeeld hoeft te worden. [man] heeft echter geen belang bij de door hem ingestelde vorderingen in conventie onder 1 en 2 die ertoe strekken dat de situatie van de vof ten tijde van de opzegging wordt gehandhaafd ten behoeve van de vereffening en verdeling. Indien [man] na vereffening en verdeling een uittredingsvergoeding ontvangt, lijdt hij immers geen schade. Voor zover sprake zou zijn van niet-toegestane onttrekkingen of andere niet-toegestane beheers- of beschikkingshandelingen door de vennoten, wordt daarmee rekening gehouden bij de verdeling. [man] heeft geen ander belang gesteld dat behoud van de huidige situatie zou rechtvaardigen. Gelet op het voorgaande worden de vorderingen van [man] in conventie onder 1 en 2 afgewezen.
[man] hoeft niet betrokken te worden bij de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten
4.10.
[man] heeft in de gegeven omstandigheden te gedogen dat [vrouw] de bedrijfsactiviteiten feitelijk alleen voortzet. Dat brengt mee dat worden afgewezen zijn vorderingen die erop neer komen dat hij weer betrokken wordt bij de bedrijfsvoering, zoals ingesteld in conventie onder 4 en 5.
4.11.
[vrouw] heeft op haar beurt diverse vorderingen ingesteld die erop neerkomen dat [man] verboden moet worden om verdere invloed uit te oefenen op de voortgezette bedrijfsactiviteiten. Zij stelt dat zij er belang bij heeft om toegang te krijgen dan wel te behouden tot onder meer de website en digitale boekingssystemen. Ook heeft zij er belang bij dat [man] de bedrijfslocatie van de vof niet zonder aankondiging betreedt.
4.12.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het aannemelijk dat een verdere samenwerking tussen partijen niet mogelijk is gelet op de verslechterde verstandhouding. Hoewel [man] herhaaldelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij betrokken moet worden bij de bedrijfsvoering, heeft [vrouw] voldoende aannemelijk gemaakt dat dit een verstorende invloed zal hebben. De voorzieningenrechter acht het daarom geraden dat [man] zich ook daadwerkelijk onthoudt van verdere bemoeienissen. Gelet op de verklaringen van het personeel over het handelen van [man] en de onweersproken omstandigheid dat [man] de toegang tot diverse digitale systemen zonder rechtvaardigingsgrond heeft toegeëigend dan wel op zijn naam heeft gezet, worden de vorderingen in reconventie onder 1 tot en met 6 deels toegewezen. Het verweer van [man] tegen deze vorderingen strekt hoofdzakelijk tot het verkrijgen van een langere termijn om deze veroordelingen na te komen. Daarmee houdt de voorzieningenrechter rekening.
4.13.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om aan de toe te wijzen vorderingen in reconventie onder 1 tot en met 6 een dwangsom te verbinden, zoals ook door [vrouw] gevorderd, met dien verstande dat de hoogte van de dwangsom voor iedere overtreding wordt gematigd tot € 250,00 per dag(deel) met een maximum van € 5.000,00.
Geen contactverbod personeel
4.14.
De vordering om geen direct of indirect contact op te nemen met personeelsleden van de vof of [naam bedrijf] (in reconventie onder 7) wordt afgewezen, aangezien niet valt uit te sluiten dat [man] op enig moment gerechtvaardigde redenen kan hebben om contact te onderhouden met het personeel in het kader van de vereffening en verdeling. Bovendien is niet gebleken dat [man] het personeel benadert, beïnvloedt of onder druk zet buiten bezoeken aan de bedrijfslocatie. Dit vonnis voorziet tevens in een voorziening voor bezoeken aan die locatie.
Geen verbod op onttrekkingen
4.15.
[man] heeft onweersproken gesteld dat er geen gelden (meer) aanwezig zijn op de bankrekening van de vof en dat daar ook geen gelden meer op binnenkomen, zodat er ook geen onttrekkingen gedaan kunnen worden. [vrouw] heeft bovendien zelf gesteld alle lopende lasten te voldoen buiten de rekening van de vof om, zodat voor nieuwe stortingen daarop geen noodzaak meer lijkt te bestaan. Gelet hierop heeft [vrouw] geen belang bij toewijzing van de vordering in reconventie onder 17.
Geen verbod wijzigen kassasystemen en pinautomaten
4.16.
[man] heeft onweersproken gesteld dat hij geen toegang meer heeft tot het kassasysteem en de pinautomaten en dat alleen [vrouw] toegang heeft tot deze systemen. De vordering van [vrouw] in reconventie onder 18, als ook haar vordering onder 1 voor zover die betrekking heeft op het verschaffen van toegang tot het kassasysteem, wordt daarom afgewezen.
Afwijzing vordering tot afgifte auto
4.17.
[vrouw] heeft in reconventie onder 19 afgifte van een auto gevorderd die [man] onder zich heeft. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de auto haar privébezit betreft, maar dat [man] deze zonder haar toestemming op naam van de vof zou hebben gezet. [man] heeft een huurkoopovereenkomst overgelegd, die tevens is ondertekend door [vrouw] . Volgens [vrouw] zou zij die overeenkomst onder druk hebben ondertekend.
4.18.
Wat [vrouw] ter onderbouwing van deze vordering aanvankelijk heeft gesteld, is deels feitelijk onjuist gebleken. Dat brengt mee dat de voorzieningenrechter deze vordering niet toewijsbaar acht in het kader van dit kort geding. Als partijen niet alsnog overeenstemming bereiken over de resterende geschilpunten, zal (ook) dit geschilpunt in een bodemprocedure moeten worden beslecht.
Geen beslissing op voorwaardelijke vordering
4.19.
Op de voorwaardelijke vordering van [vrouw] onder 20 hoeft geen beslissing te worden gegeven, nu de daaraan gestelde voorwaarde niet is vervuld door afwijzing van de vorderingen van [man] .
Proceskosten
4.20.
In wezen vloeit deze zaak voort uit de beëindiging van de affectieve relatie tussen partijen. Gelet daarop zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [man] af,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure in conventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
5.3.
veroordeelt [man] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de domeinnaam van de vof-website en alle informatie betreffende de hosting en de bijbehorende digitale infrastructuur over te dragen aan [vrouw] ,
5.4.
verbiedt [man] om enige (digitale) handeling te verrichten die ertoe strekt digitale middelen van de vof buiten werking te stellen, te beschadigen, te versleutelen of anderszins ontoegankelijk te maken voor [vrouw] ,
5.5.
gebiedt [man] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te bewerkstelligen dat [vrouw] als enige of als gelijkwaardig bevoegd beheerder toegang krijgt tot het camerasysteem van de bedrijfslocatie en om alle reeds opgeslagen beelden aan [vrouw] ter beschikking te stellen,
5.6.
gebiedt [man] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis alle sleutels, toegangspassen en overige toegangsmiddelen tot de bedrijfslocatie aan de [adres] in [plaats] aan [vrouw] ter hand te stellen,
5.7.
verbiedt [man] om zonder voorafgaande schriftelijke aankondiging van minimaal 48 uur de bedrijfslocatie aan de [adres] in [plaats] te betreden, anders dan in het kader van een voorafgaand schriftelijk overeengekomen vereffeningshandeling,
5.8.
veroordeelt [man] om aan [vrouw] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet voldoet aan een van de in 5.3. tot en met 5.7. uitgesproken hoofdveroordelingen, tot een maximum van € 5.000,00 per uitgesproken hoofdveroordeling is bereikt,
5.9.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.10.
compenseert de kosten van de procedure in reconventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.
[4049 / 1729]

Voetnoten

1.HR 19 december 1958, NJ 1959/129 en conclusie Adv.-Gen. mr. Loeff.
2.HR 13 februari 2004, NJ 2004/653