Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de exploten van dagvaarding van 30 april 2026 en 2 mei 2026, met bijlagen;
- de e-mailberichten van 19 mei 2026 van de gemachtigde van [gedaagde] , met bijlagen;
- de pleitnotitie van de gemachtigde van [gedaagde] .
2.Waar gaat de zaak over?
- hij het gehuurde heeft verkregen na een periode van dakloosheid,
- hij geen alternatieve woonruimte heeft en daarom na zijn detentie dus direct (weer) dakloos zal worden,
- hij door achterstanden al langere tijd wacht op toestemming voor kortdurend verlof, wat mogelijk maakt dat hij dan kortdurend in het gehuurde verblijft,
- hij per 1 september 2026 re-integratieverlof heeft voor extramurale arbeid (BBA), waardoor hij eenmaal per maand een verlof van twaalf uur en een verlof van 76 uur (drie nachten) zal hebben en dan in het gehuurde kan en zal overnachten,
- hij per 1 september 2026 een betaalde baan buiten de penitentiarie inrichting heeft,
- het recidiverisico bij uitstromende gedetineerden waarbij de basisvoorwaarden, zoals onderdak en inkomen, op orde zijn, veel lager is dan bij uitstromende gedetineerden waarbij de basisvoorwaarden niet op orde zijn,
- hij het gehuurde ook wil gebruiken voor omgang met zijn twee minderjarige dochters van vier en twee jaar oud, en
- tijdens de huurperiode geen sprake is geweest van andere tekortkomingen (met een lening heeft hij ervoor gezorgd dat de huur wordt betaald en zijn zus bezoekt drie keer per week het gehuurde, opent zijn post en maakt het gehuurde schoon).