Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
2. de vereniging
1.[verweerder 1],2. [verweerder 2],
1.De kern van het geschil
2.De procedure
3.De feiten
4.Het verzoek en het verweer
- [verweerder 1]; onder meer over de door zijn levens- en zakenpartner voorbereide concurrentie, de wijze waarop hij een en ander zelf gefaciliteerd heeft, de bedrijfsgevoelige informatie die gebruikt en verstrekt is aan derden;
- [verweerder 2]; onder meer over de wijze waarop en de periode waarin zij de concurrentie met [verzoeker 2] heeft voorbereid, de mate waarin zij [bedrijf 3] actief geworven heeft, waarom zij zo’n lange periode via [verzoeker 2] voor [bedrijf 3] werkzaam bleef, maar tegelijkertijd haar eigen organisatie opzette, de bijzondere kennis die zij heeft opgedaan door haar werkzaamheden voor [verzoeker 2], de voorwaarden waaronder zij rechtstreeks voor [bedrijf 3] werkzaam is, de (gevoelige) informatie die zij gedeeld heeft met [bedrijf 3]; en
- [naam 4]; onder meer over de contacten met [verweerder 2] en [verweerder 1], in het bijzonder met betrekking tot het voornemen om de samenwerking met [verzoeker 2] te beëindigen en voort te laten zetten door [verweerder 2] zelf, de bijzondere expertise van [verweerder 2], de voorwaarden waartegen [verweerder 2] werkzaam is (afgezet tegen de voorwaarden waartegen [verzoeker 2] werkzaam was), de achtergrond van de wens om de samenwerking met [verzoeker 2] te beëindigen en in plaats daarvan met [verweerder 2] te werken, de wijze waarop dit initiatief vervolgens werd uitgevoerd.
5.De beoordeling
6.De beslissing
3718/2819