ECLI:NL:RBROT:2026:618

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10-009460-24 / TUL: 02-208764-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie met bijzondere voorwaarden

Op 19 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1995, die werd beschuldigd van het voorhanden hebben van twee vuurwapens en bijbehorende munitie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte in de periode van 16 augustus 2023 tot en met 28 november 2023 in Dordrecht, althans in Nederland, twee vuurwapens, te weten een omgebouwd pistool van het merk Sig Sauer P320 en een omgebouwd pistool van het merk Makarov, met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals een meldplicht bij de reclassering en deelname aan gedragsinterventies. De rechtbank heeft in haar overwegingen rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het advies van de reclassering. De verdachte heeft een problematische achtergrond met schulden en psychische klachten, wat bijdraagt aan het recidiverisico. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst, maar deze is opgeheven omdat de verdachte niet op de zitting verscheen. De officier van justitie heeft een vordering tot tenuitvoerlegging ingediend, maar deze is afgewezen omdat de straf onherroepelijk was geworden na de pleegdatum van het feit.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-009460-24
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 02-208764-23
Datum sluiting onderzoek en uitspraak: 19 januari 2026
Datum zitting: 23 december 2025
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. D.T. Stoof
Officier van justitie: mr. R.J.L. Planken
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van twee vuurwapens met bijbehorende munitie. Hij krijgt daarvoor een gevangenisstraf opgelegd van 15 maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Daaraan worden bijzondere voorwaarden verbonden.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat
hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2023 tot en met 28 november 2023 te
Dordrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met (een) of meer ander(en), althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een omgebouwde pistool van een onbekend merk, model Sig Sauer P230, kaliber 7,65mm en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 4, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 7,65mm, en een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een omgebouwde pistool van een onbekend merk, model Mararov 315, kaliber 9mm en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor het voorhanden hebben van de wapens op
28 november 2023.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte de twee wapens voorhanden heeft gehad in de tenlastegelegde periode. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] .
1.
Proces-verbaal van de politie [2]
Op 29 november 2023 hoorden wij dat de [functionarisnummer 1] in Dordrecht een achtervolging had naar aanleiding van een controle van een voertuig. Wij kwamen ter plaatse en maakten een zoekslag in de omgeving. Wij zagen dat er op de ’s-Gravendeelsedijk één persoon liep die voldeed aan het signalement. Hij gaf op te zijn: [verdachte] .
Wij hoorden van de [functionarisnummer 2] dat hij een tasje had aangetroffen.. Wij openden de tas en zagen dat er twee zwart gekleurde vuurwapens in de tas zaten.
2.
Proces-verbaal van de politie, onderzoek vuurwapens & munitie [3]
Op 29 november 2023 zijn goederen in beslag genomen.
Wapenomschrijving 2
Goednummer : [beslagnummer 1]
Object : Vuurwapen (Pistool)
Merk/type : Onbekend Sig Sauer P320
Kaliber : 7.65 mm
Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de wet wapens en munitie. Oorspronkelijk is dit pistool een gaspistool. Deze is geschikt gemaakt voor het verschieten van kogelpatronen van het kaliber 7.65 mm.
Wapenomschrijving 3
Goednummer : [beslagnummer 2]
Object : Munitie (Kogelpatroon)
Aantal/eenheid : 4 stuks
Kaliber : 7.65 mm
Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM. Deze munitie is geschikt om te worden afgevuurd met het aangetroffen en in beslag genomen omgebouwde pistool model Sig Sauer P 320.
Wapenomschrijving 4
Goednummer : [beslagnummer 3]
Object : Vuurwapen (Pistool)
Merk/type : Overige Pistool Makarov
Kaliber : 9mm kort
Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de wet wapens en munitie. Van origine is dit een scherp schietend pistool dat, zeer waarschijnlijk, in het voormalig Oost Duitsland is gebouwd met een licentie van het pistool Makarov PM. Op een later tijdstip is dit pistool aangepast en geschikt gemaakt om uitsluitend alarmmunitie te verschieten. Het pistool is geschikt gemaakt voor het verschieten van kogelpatronen van het kaliber 9 mm kort.
Wapenomschrijving 5
Goednummer : [beslagnummer 4]
Object : Munitie (Kogelpatroon)
Aantal/eenheid : 6 stuks
Kaliber : 9mm kort
Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM. Deze munitie is geschikt om te worden afgevuurd met het aangetroffen aangepaste pistool model Pistool Makarov.
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [4] In jouw telefoontoestel zijn filmpjes en foto’s van jou aangetroffen. Van deze foto’s en filmpjes is vastgesteld dat die met de onder jou in beslag genomen telefoon zijn gemaakt. Op deze filmpjes en foto’s staan ook vuurwapens met specifieke beschadigingen en roestvorming. Gelet op deze specifieke kenmerken gaat het hier om de Makarov en Sig Sauer die in het tasje zijn aangetroffen.
- Ik was de bestuurder van de bus op 29 november 2023. Ik heb de wapens in mijn handen gehad. Die Sig Sauer heb ik een aantal keer in mijn handen gehad, daar heb ik foto’s en video’s van gemaakt. Of ik de Makarov in handen heb gehad weet ik niet zeker. Het is puur stoerdoenerij. Die foto in de auto met het wapen tussen mijn benen weet ik.
4.
Proces-verbaal van de politie [5]
Een Samsung Galaxy S6 werd op 29 november 2023 onder de verdachte [verdachte] in beslag genomen. Ik zag dat er heel veel selfie foto’s en video’s op het toestel stonden opgeslagen. Ik herkende de persoon op deze foto’s en video’s als verdachte [verdachte] . Gelet daarop en het feit dat dit het enige toestel was dat verdachte bij zich droeg ten tijde van zijn aanhouding, heb ik het zeer sterke vermoeden dat deze telefoon in gebruik is bij de verdachte.
Ik zag een thumbnail met daarop de verdachte welke was gekoppeld aan een videobestand van 16-8-2023. Het was een video van 7 seconden waarbij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te zien is.
Ik zag een videobestand van 25-11-2023. In deze video werden twee verschillende op vuurwapen gelijkende voorwerpen gefilmd.
Gelet op de bevindingen heb ik het zeer sterke vermoeden dat alle in dit proces-verbaal vermelde foto’s en video’s zijn gemaakt met de camera van het onderzochte toestel dan wel een ander exact hetzelfde toestel in beheer bij de verdachte.
2.3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij in de periode van 16 augustus 2023 tot en met 28 november 2023 te Dordrecht, althans in Nederland een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een omgebouwde pistool van een onbekend merk, model Sig Sauer P
320, kaliber 7,65mm en munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 4, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 7,65mm, en een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een omgebouwde pistool van een onbekend merk, model Ma
karov, kaliber 9mm en munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie, meermalen gepleegd.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering te worden verbonden.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om een deels voorwaardelijke straf en om daaraan de geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden. Daarnaast is verzocht rekening te houden met het feit dat de verdachte de wapens slechts kort heeft vastgehad.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft twee vuurwapens en daarbij horende munitie voorhanden gehad in een periode van meerdere maanden. Het voorhanden hebben van vuurwapens maakt het gebruik daarvan mogelijk, met alle gevolgen van dien. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt daarnaast in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. Het vergroot eveneens het algemene gevoel van onveiligheid in de samenleving. In de telefoon van de verdachte zijn verschillende afbeeldingen aangetroffen waarop wapens te zien zijn. Daaronder bevindt zich een in de bewijsmiddelen benoemde selfie van de verdachte met één van de bewezenverklaarde vuurwapens tussen zijn benen. Het lijkt erop, en zo verklaart de verdachte feitelijk ook, dat hij het allemaal wel stoer vindt. Dat doet eens te meer vrezen dat de verdachte de gevaarzetting en de mogelijk dodelijke gevolgen van gebruik van een geladen vuurwapen voor lief neemt.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 21 november 2023 blijkt dat de verdachte recent vaker onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
Rapport reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 17 maart 2025 staat dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats, geen inkomen en geen dagstructuur heeft en dat hij kampt met schulden. Daarnaast speelt een negatief sociaal netwerk een rol. Psychisch ervaart de verdachte paniekaanvallen, depressieve klachten en agressieproblemen. De combinatie van sociale en financiële problemen, samen met psychische klachten, lijkt ervoor te zorgen dat de problemen niet meer overziet en geen concrete stappen zet om zijn situatie te verbeteren. De verdachte spreekt herhaaldelijk uit dat hij zijn leven anders voor zich ziet en zegt zich hiervoor te willen inzetten. Hij heeft geen lopende hulpverlening of reclasseringscontacten. De verdachte lijkt open te staan voor verandering, maar door de veelheid aan problemen ziet hij niet waar hij moet beginnen. Het zal met de tijd moeten blijken in hoeverre hij extrinsiek dan wel intrinsiek gemotiveerd is om zijn leven om te draaien en daden bij de woorden te voegen. De reclassering schat het recidiverisico als zorgelijk hoog in. Zonder interventies is de kans groot dat de verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Het creëren en behouden van stabiliteit, zowel op praktisch als psychisch vlak, kan een risicoverlagende werking hebben. Bij een veroordeling wordt een (deels) voorwaardelijke straf geadviseerd met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante begeleiding, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, meewerken aan schuldhulpverlening, meewerken aan middelencontrole en de gedragsinterventie agressiebeheersing.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het reclasseringsadvies wordt een deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opgelegd met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden als geadviseerd. Het voorwaardelijke gedeelte van de straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank acht de eis van de officier van justitie gelet op al het voorgaande passend en geboden en zal deze straf dus aan de verdachte opleggen.

5.Voorlopige hechtenis

De rechter-commissaris heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van
29 februari 2024 geschorst. Daarbij is onder meer als voorwaarde opgenomen dat de verdachte aanwezig zal zijn op de zitting waar zijn strafzaak inhoudelijk zal worden behandeld. De verdachte is niet verschenen ter terechtzitting en de raadsman heeft geen nadere uitleg kunnen geven over de reden van zijn afwezigheid. Gelet daarop heeft de verdachte een voorwaarde die verbonden was aan de schorsing overtreden. De schorsing van de voorlopige hechtenis wordt daarom opgeheven.

6.Vordering tot tenuitvoerlegging 02-208764-23

6.1.
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 30 uur omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
6.2.
Oordeel van de rechtbank
Uit het strafblad van de verdachte is gebleken dat de straf waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevorderd onherroepelijk is geworden op 9 december 2023. Die datum is gelegen na de pleegdatum van het bewezenverklaarde feit. De officier van justitie zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in deze vordering.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 55 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart
bewezendat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 15 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
5 maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd,
tenzijde rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als
algemene voorwaardedat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als
bijzondere voorwaardendat:
1.
Meldplicht bij reclassering: de verdachte meldt zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , [postcode 2] te [plaats] of via telefoonnummer 088-8041504. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2.
Ambulante begeleiding: de verdachte laat zich begeleiden door een zorgverlener zoals Doorpakkers, te bepalen door de reclassering. De begeleiding start zo snel mogelijk. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;
3.
Opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang: de verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.
De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
4.
Dagbesteding: de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
5.
Meewerken aan schuldhulpverlening: de verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
6.
Meewerken aan middelencontrole: de verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol/drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;
7.
Gedragsinterventie agressiebeheersing: de verdachte neemt actief deel aan de gedragsinterventie i-respect plus of een andere gedragsinterventie die gericht is op agressiebeheersing. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Voorlopige hechtenis
heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 02-208764-23)
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. G.C. Bos en N. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing , griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 januari 2026.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [dossiernummer] .
2.Het proces-verbaal van bevindingen van 29 november 2023, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina 39 tot en met 57.
3.Het proces-verbaal Onderzoek Vuurwapens & Munitie, nummer [nummer proces-verbaal 2] , pagina 64 tot en met 69.
4.Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 27 februari 2023, pagina 171 tot en met 186.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 103 tot en met 119.