ECLI:NL:RBROT:2026:619

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
711266 KG ZA 25-1210
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing geldvordering wegens niet-nakoming geldleningovereenkomsten in kort geding

Atwani Beheer B.V. vordert betaling van openstaande bedragen uit drie geldleningovereenkomsten met gedaagden, die hun aflossingsverplichtingen grotendeels niet zijn nagekomen. Ondanks meerdere betalingsverzoeken en een sommatie hebben gedaagden niet gereageerd en zijn zij niet verschenen in de procedure.

De voorzieningenrechter verleent verstek en oordeelt dat het spoedeisend belang is aangetoond. De vorderingen worden toegewezen omdat gedaagden de stellingen niet hebben weersproken en de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. Atwani wordt veroordeeld tot betaling van de resterende hoofdsommen vermeerderd met boeterente en wettelijke rente.

Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, inclusief griffierecht, advocaatkosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een veroordeling tot betaling van een extra bedrag bij niet-tijdige voldoening na betekening.

Uitkomst: Vordering tot betaling van openstaande geldleningen en boeterente wordt toegewezen bij verstek, met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711266 / KG ZA 25-1210
Vonnis in kort geding van 20 januari 2026
in de zaak van
ATWANI BEHEER B.V.,
gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,
eisende partij,
advocaat: mr. L. Hennink,
tegen

1.[gedaagde 1],

wonende te Barendrecht,
2.
[gedaagde 2],
wonende te Barendrecht,
gedaagde partijen,
niet verschenen.
Partijen worden hierna Atwani, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hierna samen [gedaagden] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 13 december 2025, met producties 1 tot en met 10. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 januari 2026.

2.De beoordeling

2.1.
In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.
2.2.
Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang volgt uit de stellingen van Atwani.
2.3.
Uit de stellingen van Atwani volgt dat Atwani twee geldleningovereenkomsten met [gedaagde 1] en één geldleningovereenkomst met [gedaagden] heeft gesloten, voor een totaalbedrag van € 50.000,00. Op enkele aflossingen na zijn [gedaagden] hun aflossingsverplichting uit deze overeenkomsten niet nagekomen. Op verschillende betalingsverzoeken en een sommatie hebben zij niet gereageerd. Uit de overeenkomsten volgt onder meer dat bij niet-nakoming van de aflossingsverplichting een boeterente van
10 % over de hoofdsom is verschuldigd en dat de hoofdsom of het restant daarvan en de daarover verschuldigde boeterente, onmiddellijk opeisbaar zijn zonder dat een ingebrekestelling is vereist. Daarom vordert Atwani betaling van de resterende hoofdsom, vermeerderd met de boeterente.
2.4.
Omdat [gedaagden] de stellingen van Atwani niet hebben weersproken en het gevorderde de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt worden de vorderingen om die reden toegewezen.
2.5.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten aan de zijde van Atwani worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.034,43

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen [gedaagden],
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Atwani van een bedrag van € 23.391,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan Atwani van een bedrag van
€ 28.545,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
3.4.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 4.034,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis wordt daarna betekend, dan moeten
[gedaagden] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
[3894/2009]