ECLI:NL:RBROT:2026:620

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10/256462-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de terbeschikkingstelling van een tbs-er met een schizofreniespectrumstoornis en licht verstandelijke beperking

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van een ter beschikking gestelde, die al twee jaar wacht op een plaatsing in een Forensisch Psychiatrisch Centrum. De rechtbank heeft de tbs met één jaar verlengd, ondanks het advies van de instelling om deze met twee jaar te verlengen. De ter beschikking gestelde is gediagnosticeerd met een schizofreniespectrumstoornis en een licht verstandelijke beperking, wat leidt tot een hoog risico op agressief gedrag. De rechtbank heeft besloten om de ontwikkelingen rondom de plaatsing actief te blijven volgen en heeft de officier van justitie verzocht om een actuele rapportage van een psychiater voor de volgende verlengingszitting. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer voor strafzaken, waarbij de rechtbank de beperkte beschikbare informatie over de ter beschikking gestelde in overweging heeft genomen. De rechtbank achtte het noodzakelijk om de termijn van de tbs te verlengen, maar met een kortere periode dan aanvankelijk door de instelling was geadviseerd, om zo de situatie van de ter beschikking gestelde beter te kunnen monitoren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/256462-22
Datum uitspraak: 6 januari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] ,
raadsman mr. M.C. Jonge Vos, advocaat te Amsterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 10 oktober 2023 is de terbeschikkingstelling van
[ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot zware mishandeling van een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, en van mishandeling van een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (meermalen gepleegd). De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 8 december 2023.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 6 november 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel naderhand toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 6 januari 2026 behandeld. De officier van justitie mr. E.M. ter Braak (in verband met weersomstandigheden via videoverbinding) en de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.C. Jonge Vos, zijn gehoord. Tevens is op de terechtzitting aanwezig de officier van justitie mr. K.L. Rook.

3.Advies

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 2 oktober 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De ter beschikking gestelde verblijft ten tijde van het advies als passant in het Justitieel Complex Zaanstad en staat op de wachtlijst voor plaatsing in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) de Kijvelanden (de instelling). Aangezien hij hier nog niet in zorg is en voor dit advies geen aanvullende beoordeling heeft plaatsgevonden, is het advies louter gestoeld op het algemeen beloop van een tbs-traject. De diagnostiek en de risicotaxatie zijn over-genomen uit de Indicatiestelling Forensische Zorg van 30 januari 2024, destijds opgesteld op basis van eerdere rapportages uit 2023 in het kader van de strafzaak. Geconcludeerd werd dat bij de ter beschikking gestelde sprake is van een schizofreniespectrumstoornis, een licht verstandelijke beperking, antisociale persoonlijkheidsdynamiek en een stoornis in gebruik van cannabis. De combinatie van een cognitieve beperking, problemen in de hechting, een door psychose versterkte angst, forse gedragsproblemen en beperkte oplossingsvaardigheden, brengen een hoog risico op (ongerichte) verbale en fysieke agressie met zich mee. Het risico op toekomstig gewelddadig gedrag werd op basis daarvan als hoog ingeschat.
Omdat het doorlopen van het standaard behandeltraject voor een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging en de hierbij horende verlofmodaliteiten de duur van twee jaar ruimschoots overschrijdt, adviseert de instelling om de maatregel met twee jaar te verlengen.
Aanvullende informatie
Bij navraag op verzoek van de rechtbank heeft de instelling de officier van justitie in een mailbericht van 6 januari 2026 laten weten geen uitspraken te kunnen doen over de resterende wachttijd voor opname, aangezien de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij Divisie Individuele Zaken (DIZ) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het DIZ verwees de officier eerder in een mailbericht van 23 december 2025 naar de instelling voor verdere informatie over de verwachte opnamedatum.
Uit door de officier van justitie opgevraagde informatie van de PI Alphen aan den Rijn komt naar voren dat de ter beschikking gestelde op 27 juni 2024 werd opgenomen in het PPC van de PI Zaanstad. De ter beschikking gestelde nam hier deel aan het dagprogramma en gebruikte zijn medicatie volgens voorschrift; zijn zelfzorg was goed, er was geen sprake van incidenten en er waren geen positieve urinecontroles. In september 2025 werd de ter beschikking gestelde overgeplaatst naar de PI [naam P.I.] , omdat geen PPC-indicatie meer werd gezien en hij volgens de behandelaars goed was ingesteld op medicatie. Ook in de huidige PI volgt de ter beschikking gestelde het afdelingsprogramma, toont hij zich vriendelijk tegenover personeel en medegedetineerden, en is geen sprake van incidenten.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.

5.Beoordeling

Het adviesrapport van de instelling betreft een algemeen advies over het te verwachten beloop van de tbs-maatregel, maar is niet gebaseerd op recent gedragskundig onderzoek of op bevindingen bij de behandeling van de ter beschikking gestelde. Vanuit de instelling is niet in persoon gesproken met de ter beschikking gestelde en evenmin is aanvullende (medische) informatie opgevraagd over zijn verblijf in detentie. De Indicatiestelling Forensische Zorg, waar in het advies naar wordt verwezen, is inmiddels bijna twee jaar oud en is gebaseerd op Pro-Justitiarapportage van september 2023. Vanuit de PI door de officier van justitie verkregen informatie over het verblijf in detentie is summier, maar lijkt erop te duiden dat de ter beschikking gestelde zijn medicatie al geruime tijd volgens voorschrift gebruikt en in de periode na zijn veroordeling psychisch (verder) is gestabiliseerd.
De beperkt beschikbare actuele informatie bemoeilijkt de beoordeling van de onderhavige verlengingsvordering. De rechtbank acht niettemin op basis van hetgeen hiervoor is overwogen en van de psychiatrische voorgeschiedenis van de ter beschikking gestelde, op dit moment voldoende aannemelijk dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Voor wat betreft de verlengingstermijn is het uitgangspunt dat in het geval aannemelijk is dat de behandeling van de ter beschikking gestelde meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. Hoewel de ter beschikking gestelde nog aan het begin staat van zijn tbs-behandeling, ziet de rechtbank onder de hiervoor geschetste omstandigheden aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en de tbs-maatregel, conform het verzoek van de verdediging, te verlengen met één jaar. De ter beschikking gestelde wacht al twee jaar op een plaatsing in FPC de Kijvelanden en er is – om niet opgehelderde redenen – nog geen zicht op een opnamedatum. De rechtbank acht deze situatie ongewenst en neemt daarbij in aanmerking dat de indexdelicten plaatsvonden binnen het kader van een lopende PIJ-behandeling. Door de tbs-maatregel te verlengen met een kortere periode wil de rechtbank de ontwikkelingen ten aanzien van de plaatsing actief (blijven) volgen, zodat over een jaar de stand van zaken, de prognose en de hierbij geïndiceerde behandelmogelijkheden meer concreet kunnen worden besproken. Nu het de afgelopen periode beter lijkt te gaan met de ter beschikking gestelde ziet de rechtbank tevens aanleiding om de officier van justitie te verzoeken om ten behoeve van een volgende verlengingszitting zorg te dragen voor het opstellen van rapportage door een psychiater, waarin op basis van een actueel diagnostisch onderzoek nader wordt ingegaan op het voor de ter beschikking gestelde aangewezen behandeltraject en het daarbij vereiste beveiligingsniveau.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
1 (één)jaar;
wijst afhet meer of anders gevorderde.
Deze beslissing is genomen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en G.C. Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.