ECLI:NL:RBROT:2026:621
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verlenging van terbeschikkingstelling in strafzaak
Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de terbeschikkingstelling van een man, geboren in 1987, die eerder ter beschikking was gesteld na een veroordeling voor mishandeling en bedreiging. De rechtbank ontving op 22 juli 2025 een vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Tijdens de zittingen op 17 september 2025 en 6 januari 2026 zijn de ter beschikking gestelde, zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, en deskundigen gehoord. De psycholoog en de reclassering adviseerden beide om de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, maar de rechtbank oordeelde dat niet langer voldaan werd aan de vereisten voor verlenging. De rechtbank baseerde haar beslissing op de positieve ontwikkeling van de ter beschikking gestelde, die stabiele huisvesting en werk had, en het lage recidiverisico. De vordering tot verlenging werd afgewezen, conform het standpunt van de officier van justitie en de verdediging. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en is openbaar uitgesproken.