ECLI:NL:RBROT:2026:621

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10/710201-16
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verlenging van terbeschikkingstelling in strafzaak

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de terbeschikkingstelling van een man, geboren in 1987, die eerder ter beschikking was gesteld na een veroordeling voor mishandeling en bedreiging. De rechtbank ontving op 22 juli 2025 een vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Tijdens de zittingen op 17 september 2025 en 6 januari 2026 zijn de ter beschikking gestelde, zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, en deskundigen gehoord. De psycholoog en de reclassering adviseerden beide om de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, maar de rechtbank oordeelde dat niet langer voldaan werd aan de vereisten voor verlenging. De rechtbank baseerde haar beslissing op de positieve ontwikkeling van de ter beschikking gestelde, die stabiele huisvesting en werk had, en het lage recidiverisico. De vordering tot verlenging werd afgewezen, conform het standpunt van de officier van justitie en de verdediging. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en is openbaar uitgesproken.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/710201-16
Datum uitspraak: 6 januari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
ingeschreven in de basisregistratie op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage.

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 juli 2018 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van mishandeling tegen een levensgezel en bedreiging (meermalen gepleegd). De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 5 september 2018.
Bij beslissing van deze rechtbank van 1 november 2024 is de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 22 juli 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel naderhand toegezonden.
Op de openbare terechtzitting van 17 september 2025 is de behandeling van de vordering aangevangen en ter zitting voor nader onderzoek geschorst voor een periode van vier maanden.
Op de openbare terechtzitting van 6 januari 2026 is de behandeling hervat. De officier van justitie mr. E.M. ter Braak (in verband met weersomstandigheden via videoverbinding), de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, en de deskundige [persoon A] , werkzaam als reclasseringswerker bij Stichting Verslavingsreclassering GGZ Fivoor (hierna: de reclassering), zijn gehoord.
Tevens is op de terechtzitting aanwezig de officier van justitie mr. K.L. Rook.

3.Adviezen

Advies psycholoog
Psycholoog [persoon B] adviseert in het rapport, gedateerd 5 juni 2025, de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met borderline en antisociale trekken en van zwakbegaafdheid. Daarnaast is sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol (ernstig) en cannabis (licht), beide inmiddels langdurig en volledig in remissie. De kans op herhaling van soortgelijke strafbare feiten wordt binnen de huidige setting als laag ingeschat.
Gelet op de neiging tot zelfoverschatting van de ter beschikking gestelde, adviseert de psycholoog om de voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel met een jaar te verlengen, waarna verdere hulp en steun via de WMO kan worden gerealiseerd. Mocht tijdens de komende verlengingszitting blijken dat de ter beschikking gestelde al een huurwoning heeft, kan de beslissing omtrent de verlenging van de maatregel eventueel met drie maanden worden aangehouden, om te bezien hoe hij zelfstandig functioneert. Als dat goed gaat, kan de maatregel mogelijk alsnog al per direct onvoorwaardelijk worden beëindigd.
Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 26 juni 2025 en aangevuld in het voort-gangsverslag van 24 november 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.
De ter beschikking gestelde heeft het afgelopen jaar positieve stappen gezet in zijn ontwikkeling en werkt goed samen met de reclassering, zijn ambulante behandelaar bij Mozaïek, de woonbegeleiding van Pameijer en zijn bewindvoerder. De verschillende leefgebieden van de ter beschikking gestelde zijn in grote lijnen op orde. Er is sprake van stabiele huisvesting en een vaste baan voor drie dagen in de week. Uit de middelencontroles blijkt dat hij al langere tijd abstinent is. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Om meer zelfstandig te leren functioneren en meer duidelijkheid krijgen over zijn financiële situatie acht de reclassering verlenging van de maatregel met een jaar aangewezen, zodat het risico op recidive verder kan worden teruggebracht en de maatregel daarna definitief kan worden beëindigd. Uit het voortgangsverslag blijkt dat de ter beschikking gestelde sinds 14 september 2025 een eigen trainingswoning heeft bij Pameijer en dat de eerste weken van zijn verblijf hier goed zijn verlopen.
Naar aanleiding van de behandeling ter zitting van 17 september 2025 heeft de reclassering op 16 december 2025 een update gegeven over de status van de WMO-aanvraag en het verkrijgen van een urgentieverklaring voor eigen woonruimte. Na verwijzing door de gemeente Maassluis heeft Pameijer in december 2025 een aanvraag ingediend bij de gemeente Brielle, die naar verwachting in de loop van januari 2026 hierover een besluit zal nemen. Er is aangegeven dat betrokkene vanwege zijn achtergrond en regiobinding een goede kans maakt op een positieve beoordeling. Gemiddeld duurt het daarna drie tot zes maanden om een urgentiewoning te krijgen. Daarbij geldt een zogeheten ‘omklapregeling’, wat betekent dat de huurder minimaal een jaar moet meewerken aan ambulante woonbegeleiding, en bij positief verloop de woning daarna zelfstandig kan huren. In afwijking van het eerdere advies adviseert de reclassering om als alles goed gaat tot de zitting, de maatregel alsnog onvoorwaardelijk te beëindigen.
De deskundige, de heer [persoon A] , heeft ter zitting verklaard dat de ter beschikking gestelde de feestdagen goed is doorgekomen en dat het nog steeds goed gaat in de trainingswoning. Pameijer heeft recent laten weten dat de aanvraag door de gemeente Brielle is goedgekeurd. De woonbegeleiding gaat nog een jaar door. De gesprekken met Mozaïek zijn in december 2025 positief afgesloten.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben eveneens afwijzing van de vordering bepleit.

5.Beoordeling

De rechtbank is op grond van de adviezen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting van oordeel dat niet langer is voldaan aan de vereisten voor verlenging van de terbeschikkingstelling. Zowel de psycholoog als de reclassering concluderen dat het recidiverisico laag is en dat de ter beschikking gestelde in zijn huidige woonvoorziening goed functioneert. Begeleiding daarbij door Pameijer, voor zover nog nodig, zal het komende jaar worden voortgezet. De rechtbank ziet onder deze omstandigheden en tegen de achtergrond van de positieve ontwikkelingslijn die de ter beschikking gestelde heeft laten zien tijdens zijn tbs-behandeling, geen gronden om de tbs-maatregel verder te verlengen. De vordering zal daarom – conform het standpunt van de officier van justitie en de verdediging ter zitting – worden afgewezen.

6.Beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering van de officier van justitie.
Deze beslissing is genomen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en G.C. Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.