ECLI:NL:RBROT:2026:621
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens onvoldoende recidiverisico
De rechtbank Rotterdam behandelde op 6 januari 2026 de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van een ter beschikking gestelde die sinds 2018 onder deze maatregel viel wegens mishandeling en bedreiging. Na een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging in 2024, vroeg het OM verlenging met voorwaarden.
De psycholoog adviseerde verlenging met één jaar vanwege een persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid, ondanks een laag recidiverisico. De reclassering zag positieve ontwikkelingen, stabiele huisvesting en werk, en adviseerde aanvankelijk ook verlenging, maar later onvoorwaardelijke beëindiging als de situatie goed bleef.
Tijdens de zitting bleek dat de ter beschikking gestelde goed functioneert in een trainingswoning, met positieve begeleiding en een goedgekeurde aanvraag voor eigen woonruimte. Zowel OM als verdediging pleitten voor afwijzing van de verlengingsvordering.
De rechtbank concludeerde dat niet langer aan de vereisten voor verlenging wordt voldaan, mede door het lage recidiverisico en de positieve ontwikkeling. De vordering werd daarom afgewezen, waarmee de tbs-maatregel definitief wordt beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af wegens onvoldoende recidiverisico en positieve ontwikkeling.