ECLI:NL:RBROT:2026:622

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10/710123-17
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde met ernstige psychische problematiek

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde, geboren in 1988, die verblijft in een instelling. De terbeschikkingstelling was oorspronkelijk gelast op 21 december 2017 ter zake van moord, met een aanvang op 5 januari 2018. De rechtbank ontving op 17 november 2025 een vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling, welke op 6 januari 2026 werd behandeld. De officier van justitie, mr. E.M. ter Braak, en de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. van Riel, waren aanwezig, evenals deskundige [persoon A]. De instelling adviseerde de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren, gezien de aanhoudende psychische problematiek van de ter beschikking gestelde, waaronder een waanstoornis en een autismespectrumstoornis. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd, ondanks de positieve ontwikkelingen in de behandeling. De totale duur van de terbeschikkingstelling overschrijdt door deze verlenging vier jaar, maar is gerechtvaardigd gezien de aard van het misdrijf. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, met mr. J.M.L. van Mulbregt als voorzitter.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/710123-17
Datum uitspraak: 6 januari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
verblijvende in [naam instelling] , locatie [locatie] te [plaats] (de instelling),
raadsman mr. T. van Riel, advocaat te Breda.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 21 december 2017 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van moord. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 5 januari 2018.
Bij beslissing van deze rechtbank van 5 december 2023 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 17 november 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel naderhand toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 6 januari 2026 behandeld. De officier van justitie mr. E.M. ter Braak (in verband met weersomstandigheden via videoverbinding), de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. van Riel, en de deskundige [persoon A] , werkzaam als GZ-psycholoog en hoofdbehandeling bij de instelling, zijn gehoord.
Tevens is op de terechtzitting aanwezig de officier van justitie mr. K.L. Rook.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport van 29 oktober 2025 de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een waanstoornis, een autismespectrumstoornis, een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik (in remissie). De lijdensdruk bij de ter beschikking gestelde als gevolg van zijn chronische achterdocht blijft hoog en belemmert zijn dagelijks functioneren. Ingeschat wordt dat een lage behandeldruk en het maken van kleine stappen daarom geïndiceerd zijn. Vanuit deze gedachte is hij in februari 2022 in het kader van transmuraal verlof overgeplaatst naar [locatie] . Hoewel zijn waansysteem nog altijd op de voorgrond staat, ontwikkelt de ter beschikking gestelde door therapie en door het invoeren van een beloningssysteem langzamerhand een meer vertrouwen in het behandelingsteam. Het lukt hem sinds kort beter om het afgesproken programma te volgen en hij is meer gemotiveerd om zijn verlofvrijheden geleidelijk uit te breiden. Vanwege zijn hardnekkige waansysteem en beperkte draagkracht zullen de behandeling en resocialisatie, ondanks de geschetste positieve ontwikkelingen, naar verwachting nog geruime tijd in beslag nemen. Bij directe beëindiging van de tbs-maatregel wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als hoog.
De deskundige, mevrouw [persoon A] , heeft het standpunt van de instelling op de terechtzitting bevestigd.
Advies psychiater
Psychiater [persoon B] schrijft in haar rapport, gedateerd 1 september 2025, dat de ter beschikking gestelde zijn medewerking aan het psychiatrisch onderzoek heeft geweigerd. Zij kan de vraagstelling dan ook niet beantwoorden op basis van eigen onderzoek.
Advies psycholoog
Psycholoog [persoon C] schrijft in zijn rapport, gedateerd 7 oktober 2025, dat de ter beschikking gestelde ook aan het psychologisch onderzoek heeft geweigerd mee te werken, zodat hij de vraagstelling op basis van eigen onderzoek niet kan beantwoorden.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.

5.Beoordeling

Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat de ter beschikking gestelde zich naar vermogen inzet voor zijn behandeling en goed lijkt te reageren op de verminderde behandeldruk. Hoewel zich daarmee in kleine stapjes een positieve ontwikkeling begint af te tekenen, is zijn psychische problematiek in de kern onveranderd en zal voor zijn verdere resocialisatie nog geruime tijd nodig zijn. Verlenging van de maatregel met twee jaar is daarom aangewezen.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en G.C. Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.