Uitspraak
1.Inleiding
2.Procesverloop
3.Adviezen
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
2 (twee) jaren.
Rechtbank Rotterdam
Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde, geboren in 1988, die verblijft in een instelling. De terbeschikkingstelling was oorspronkelijk gelast op 21 december 2017 ter zake van moord, met een aanvang op 5 januari 2018. De rechtbank ontving op 17 november 2025 een vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling, welke op 6 januari 2026 werd behandeld. De officier van justitie, mr. E.M. ter Braak, en de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. van Riel, waren aanwezig, evenals deskundige [persoon A]. De instelling adviseerde de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren, gezien de aanhoudende psychische problematiek van de ter beschikking gestelde, waaronder een waanstoornis en een autismespectrumstoornis. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd, ondanks de positieve ontwikkelingen in de behandeling. De totale duur van de terbeschikkingstelling overschrijdt door deze verlenging vier jaar, maar is gerechtvaardigd gezien de aard van het misdrijf. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, met mr. J.M.L. van Mulbregt als voorzitter.