De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over de verhuur van een woning in Rotterdam. Verhuurder stelt dat huurder de woning onrechtmatig aan toeristen verhuurt zonder vergunning en een huurachterstand heeft opgebouwd. Verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd en buitengerechtelijk ontbonden, en vordert ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten.
Huurder betwist de huurachterstand en de verboden verhuur aan toeristen, stelt dat hij een vergunning heeft aangevraagd, en voert aan dat de opzegging niet rechtsgeldig is. Ook betwist hij de toepasselijkheid van algemene bepalingen over huurverhoging en vordert terugbetaling van te veel betaalde huur.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst nog steeds van kracht is omdat de opzegging en buitengerechtelijke ontbinding niet rechtsgeldig zijn. Er is overeenstemming over de huurverhoging naar €1.650,-, waardoor geen huurachterstand bestaat op basis van de aanvangshuurprijs. Huurder moet echter €4.910,53 aan achterstallige huur betalen met rente. De aanvullende kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De verhuur aan toeristen zonder vergunning is een tekortkoming, maar gezien de lange huurrelatie en korte periode van overtreding is dit niet zwaar genoeg voor ontbinding. Huurder mag nog nadere onderbouwing geven over verhuur aan expats sinds november 2025. De kantonrechter houdt verdere beslissing aan.