ECLI:NL:RBROT:2026:6234
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning funderingsherstel naastgelegen pand
Verzoekster maakte bezwaar tegen de verlening van een omgevingsvergunning aan vergunninghoudster voor funderingsherstel van een naastgelegen pand, omdat zij vreest voor schade aan haar woning die een gedeelde fundering heeft met het pand van vergunninghoudster.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en oordeelde dat het toetsingskader van artikel 8.3b, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) beperkt is tot de beoordeling of wordt voldaan aan de regels van hoofdstuk 5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit betreft uitsluitend het te verbouwen bouwwerk en niet de naastgelegen woning van verzoekster.
Verder is er geen wettelijke plicht tot gezamenlijke aanpak van funderingsherstel en geen ruimte om te toetsen aan het Burgerlijk Wetboek of om een belangenafweging te maken. De door vergunninghoudster ingediende technische rapporten zijn niet weersproken door deskundig tegenrapport. De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet geschorst wordt en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor funderingsherstel wordt afgewezen en het besluit wordt niet geschorst.