Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 maart 2026, met bijlagen;
- de eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Huurder [persoon A] huurt een bedrijfsruimte van verhuurder [bedrijf X]. Verhuurder is bij vonnis van 23 januari 2026 veroordeeld om binnen veertien dagen te starten met herstelwerkzaamheden aan de bedrijfsruimte, die binnen twaalf weken afgerond moeten zijn. Verhuurder heeft een loodgieter opdracht gegeven voor deze werkzaamheden en verlangt dat huurder toegang verleent.
Huurder weigert toegang te verlenen zonder vergoeding van reiskosten en de tijd die hij moet besteden, en vordert € 1.500,- als compensatie. Verhuurder vordert dat huurder de loodgieter toegang verleent op straffe van een dwangsom.
De kantonrechter oordeelt dat verhuurder een spoedeisend belang heeft en dat huurder op grond van artikel 7:220 lid 1 BW Pro verplicht is mee te werken aan dringende herstelwerkzaamheden. De eis van verhuurder wordt toegewezen en de vordering van huurder tot vergoeding afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing. Huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld om binnen twee dagen toegang te verlenen tot de bedrijfsruimte voor herstelwerkzaamheden zonder recht op vergoeding van reiskosten.