Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,3. [gedaagde 3] ,woonplaats: [woonplaats] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 juni 2025, met bijlagen 1 tot en met 16;
- de conclusie van antwoord;
- de akte overlegging producties van [gedaagde 2] c.s. van 18 februari 2026, met bijlagen 1 tot en met 7,
- de akte overlegging producties van [gedaagde 2] c.s. van 20 februari 2026, met bijlagen 8 en 9.
2.De kern van de zaak
3.Beoordeling
- de bevindingen van (medewerkers van) Hef Wonen tijdens een onaangekondigd huisbezoek op 16 januari 2025; tijdens dit huisbezoek heeft [gedaagde 1] verklaard dat zij samen met [gedaagde 3] het gehuurde sinds oktober 2024 in gebruik heeft, en dat [gedaagde 2] bij haar moeder woont;
- de bevindingen van (medewerkers van) Hef Wonen tijdens een confrontatiegesprek op 30 januari 2025; tijdens dit gesprek heeft [gedaagde 2] verklaard dat zij het gehuurde sinds eind november 2024 in gebruik heeft gegeven aan [gedaagde 1] en [gedaagde 3] , en dat zij 1 à 2 dagen per week in het gehuurde verblijft. De overige dagen slaapt zij bij haar vriend; en
- het opsporingsonderzoek van de politie naar [gedaagde 1] in de maanden juni en juli 2024, waarbij (ook) is geconstateerd dat:
verklaringen van haar zus, partner en buurbewoners
een jaaroverzicht van het gas- en watergebruik
bankafschriften over de periode mei tot en met december 2024
een overzicht van bezoeken aan de sportschool