ECLI:NL:RBROT:2026:634
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang ontheemde Oekraïne
Verzoeker verbleef in de gemeentelijke opvang van Schiedam op basis van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Het college beëindigde de opvang per 27 oktober 2025 en bood als alternatief wekelijkse accommodatie in een hostel. Verzoeker betoogde dat deze opvang niet voldeed aan de minimumstandaard en dat hij daardoor een spoedeisend belang had om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang omdat verzoeker op dit moment opvang ontvangt en geen acute noodsituatie is gebleken. Het college erkende de verantwoordelijkheid en bood opvang aan, zij het in wisselende hostels. De voorzieningenrechter vond dat de omstandigheden niet zodanig onwenselijk waren dat het spoedeisend belang gerechtvaardigd was.
Ook werd geoordeeld dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig was. Er was onvoldoende bewijs dat de alternatieve opvang niet voldeed aan het vereiste huisvestingsniveau volgens artikel 5 van Pro de RooO. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de opvang wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.